Opinie

Noodwet moet coronachaos regelen/Nee, er zijn wetten zat

Twistgesprek De regering moet de uitzonderingstoestand rond de coronanoodverordeningen snel in een wet regelen, vindt . We hebben wetten genoeg, meent .
Twistgesprek

De Nederlandse regering reageerde op de coronapandemie onder meer door de volksgezondheid te beschermen met noodverordeningen die verregaande bevoegdheden verlenen aan boa’s en burgemeesters. Wat de ene burger een gevoel van veiligheid geeft, beoordeelt de ander als een gezondheidsdictatuur waarbij de staat grondrechten opschort tot achter de voordeur. Het kabinet wil nu per 1 juli een Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 van kracht laten worden die de huidige toestand fixeert. De Leidse staatsrechtgeleerde Wim Voermans formuleerde deze week kritiek op dat ontwerp. Maar hij pleitte eerder in NRC wel voor wetgeving. De Amsterdamse strafpleiter Gerard Spong steunt „voor een keer” de opvatting van de Orde van Advocaten, die heeft laten weten tegen nieuwe wetgeving te zijn. Hier twisten zij over de stelling: een coronanoodwet is overbodig.

Wim Voermans is W.V. en Gerard Spong is G.S.

W.V.: „Zeker, het vreselijke wetsontwerp van minister De Jonge (VWS, CDA) dat deze week opdook moet subiet de prullenbak in, maar we hebben wel een wettelijke voorziening nodig. Op het ogenblik wordt de crisis bezworen met coronanoodverordeningen die én alle democratische legitimatie missen (opgesteld door ministers, uitgeserveerd door superburgemeesters), én die veel té ver gaan; er wordt onrechtmatige inbreuk mee gemaakt op onder andere het huisrecht, de vrijheid van godsdienst. Het is na drie maanden niet langer houdbaar dat volksvertegenwoordigingen geen zeggenschap hebben over de inhoud van die vrijheidsbeperkende noodverordeningen en er ook nauwelijks verantwoording over wordt afgelegd.”

G.S.: „Nood breekt wet. Een deugdelijke wet welteverstaan.

De spoedwetgeving voor de bestrijding van Covid-19 oogt op het eerste gezicht imposant, maar druipt van de hypocrisie. Dat virus heeft inmiddels ruim 5.000 sterfgevallen in ons land gekost. En terecht krijgt de bestrijding ervan grote prioriteit.

Maar wie zich realiseert dat die 5.000 Covid-19 doden verbleken bij de jaarlijkse 20.000 kankerdoden zal zich afvragen waarom de wetgever (en de rechter) niet dezelfde daadkracht inzake de bestrijding van kanker tentoonspreidt. Aan kanker wordt goed verdiend. Werkgelegenheid en accijnzen op tabakswaren – pecunia non olet aldus keizer Vespasianus – lijken de overheid meer dierbaar dan een verbod op kankerverwekkende tabaksartikelen. Als het gaat om Covid-19 wordt dus in vergelijking met de veel verwoestende kanker met twee maten gemeten. Reeds daarom stuit die spoedwetgeving me tegen de borst.”

W.V.: „Op het oog is er inderdaad sprake van enige schijnheiligheid in de ferme nood- en spoedaanpak van corona, al heeft die er waarschijnlijk wel toe bijgedragen dat de sterftecijfers relatief laag zijn gebleven. Als we niks hadden gedaan zouden de aantallen snel die van de overleden rokers hebben overschreden. We moe(s)ten wel iets doen. Maar niet dit Ontwerp Wet tijdelijke maatregelen Covid-19 dat haastig in elkaar is geklust om het niet langer houdbare systeem van noodverordeningen te vervangen. Dat Ontwerp is de slechtste van alle werelden: het geeft geen democratische legitimatie en lost ook de grondrechteninbreuken niet op. Het werpt ons terug in de tijd van Willem I: decretenbestuur door ministers die via ministeriële regelingen die ongekende inbreuken kunnen maken op onze vrijheden en grondrechten. Ministers alleen aan het stuur voor mogelijk veertien maanden. En dat om het spook van een mogelijke tweede golf te keren. Al onze democratische rechtsstatelijke waarden en rechten op de bietenbrug. En overigens ben ik het helemaal met je eens: roken moet per direct verboden.”

G.S.: „Mijn opvatting dat die spoedwetgeving de prullenmand in moet, is mede gebaseerd op het uitgangspunt dat grondrechten als onderdeel van de constitutionele orde moeten worden gezien. Grondrechten staan niet boven een rechtsorde, maar daarin. Dit brengt mee dat we aan de beperking van grondrechten strenge criteria moeten stellen. Daarom zijn noodverordeningen te verkiezen boven een coronawet met gebreken die willekeur bestendigt.

Lees ook dit opiniestuk:Parlement, maak een eind aan deze uitzonderingstoestand

Want je kan er vergif op innemen dat een rechter in het preutse Staphorst aan het begrip ‘veilige afstand’ in art. 58f Spoedwet een andere invulling geeft dan een rechter in Amsterdam.

De ervaring leert dat je van een wet niet zo snel en gemakkelijk afkomt. De naweeën van nazi-wetgeving bijvoorbeeld ten aanzien van homo’s waren helaas nog lang na afloop van WO II zichtbaar en voelbaar.

Voeg hierbij dat we al een aardig wetgevend arsenaal hebben om de volksgezondheid te dienen. En ja, ook dit wetgevend arsenaal voorkomt willekeur niet. Maar we hebben dan nog altijd de rechter, die als het goed is, willekeur afstraft. Helaas is dat niet altijd het geval, zodat ik bijna ten prooi val aan ernstige psychiatrische aandoeningen. Het enige dat me troost biedt en overeind houdt, is dat we een strijdvaardige advocatuur hebben die de scherpe kantjes van het huidige systeem afvijlt.

Dus dankzij die advocatuur en ons bestaand wettenarsenaal hebben we die spoedwetgeving met zijn onbepaalde duur van de diverse grondrechten beperkende bepalingen en bevoegdheden niet nodig. Het is doodeng en griezelig om tijdloos aan zo’n wangedrocht van perverse overheidsbemoeienis onderworpen te moeten zijn. Geef mij dus maar een noodverordening, zolang FVD-leider Baudet er met zijn tengels vanaf blijft.”

W.V.: „Het is geen straf het grotendeels met je eens te zijn, maar volgens mij zie je toch echt een ding over het hoofd. Verder gaan met het huidige stelsel van noodverordeningen gebaseerd op die Wet publieke gezondheid kán niet. Die wet was ooit bedoeld om kortstondige lokale uitbraken van besmettelijke ziekten te keren, maar nooit gericht tegen maandenlange epidemieën. Er moet dus wel degelijk een wet komen, maar de vraag is hoever die wet moet gaan.”

G.S.: „Volgens mij kan het wel, hier zijn we het dus oneens. De wetgever heeft het begrip ‘kortstondig’ nooit genoemd. Resumerend valt bij al hetgeen wij hebben opgemerkt te bedenken dat wij onze parlementaire democratie te danken hebben aan koning Willem II, een homo-affaire en een hulpvaardige advocaat. Koning Willem II werd nota bene door vileine liberalen afgeperst vanwege zijn relatie met de Duitse Petrus Janssen. De advocaat, politicus en latere minister van Justitie Dirk Donker Curtius bleek al snel bereid de koning te helpen de onverkwikkelijke kwestie in de doofpot te stoppen als Willem bereid was zijn handtekening onder de nieuwe Grondwet, die hij vanwege de rechtstreekse verkiezingen van de Tweede Kamer maar niks vond, te zetten. En zo geschiedde.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.