Mekkeren, schelden, argwaan – altijd tegenwind

Cijfers over discriminatie Discriminatie op grond van herkomst bestaat meestal uit een veelheid van incidenten die tezamen het levensgevoel kleuren.

Wanisha,2009
Foto Larice Schuurbiers
Natasha, 2019
Foto Larice Schuurbiers
Wanisha & Natasha, 2019
Foto Larice Schuurbiers

Wie nog dacht dat racisme en discriminatie in Nederland niet voorkomen, moet de enorme opkomst bij de demonstraties de ogen hebben geopend. Ondanks de coronacrisis kwamen duizenden en duizenden mensen bij elkaar om te protesteren.

De tijd dat we moesten aantonen dat racisme bestaat, is voorbij, zegt Gregor Walz van Verwonderzoek, die al jaren onderzoek doet naar racisme en discriminatie. Neem arbeidsmarktdiscriminatie. Tien jaar geleden publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau het onderzoek ‘Liever Mark dan Mohammed’, waarin discriminatie op de arbeidsmarkt overtuigend werd aangetoond. Daarna volgden nog vele onderzoeken. Walz: „Dat wéten we dus. Het is nu de tijd van aanpakken.”

Wie daar graag harde cijfers en feiten bij wil hebben, heeft stapels onderzoek ter beschikking, die teruggaan tot de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen onder meer criminoloog Frank Bovenkerk over rassendiscriminatie publiceerde. Willen we weten hoe het nu is, dan nemen we het rapport Discriminatiecijfers 2019 met de meest recente cijfers van meldingen van discriminatie-incidenten die door een officiële instantie zijn geregistreerd. De reden om te discrimineren is niet alleen afkomst, zo blijkt uit het rapport, mensen doen ook melding van achterstelling vanwege geslacht, leeftijd, sekse, godsdienst of handicap. Walz: „Racistische incidenten zijn al jaren goed voor ruim veertig procent van de registraties.”

De rapportage is jaarlijks. De politie registreerde in 2019 5.487 discriminatie-incidenten, 2.156 keer ging dat over de herkomst (kleur, afkomst) van het slachtoffer. De anti-discriminatiebureaus kregen 4.382 discriminatiemeldingen, 1.922 keer ging het over afkomst. Er waren meer meldingen dan een jaar eerder.

Het College voor de Rechten van de Mens ontving 541 verzoeken om een oordeel en nog 3.529 vragen en meldingen over gelijke behandeling – het vaakst over een handicap of chronische ziekte. Het meldpunt internet discriminatie kreeg 692 meldingen, weer het vaakst over afkomst. Vergeleken met 2018 is overal een (lichte) stijging van het aantal meldingen te zien.

De meeste voorvallen worden niet gemeld

Rita Schriemersocioloog

De talrijke voorbeelden in het rapport geven inzicht in de aard van de meldingen. Een greep: Een man loopt achter een vrouw met een hoofddoek en mekkert als een geit. Een collega noemt een donkere stagiair verschillende keren „die vieze neger”. Een autoverzekeraar weigert een vrouw die op een woonwagenkamp woont te verzekeren vanwege „verhoogd risico”. Twee lesbische vrouwen worden uitgemaakt voor „smerige potten” en bespuugd.

Deze discriminatiecijfers laten maar een klein deel van het probleem zien, zeggen onderzoekers zelf. „Aan absolute getallen heb je vrij weinig”, zegt socioloog Rita Schriemer, die jarenlang voor anti-discriminatiebureau Radar (Zuid-Holland) werkte. „De meeste voorvallen worden niet gemeld. Mensen denken dat melden toch geen zin heeft, ze vinden de gebeurtenis niet duidelijk genoeg. Of racisme is genormaliseerd en ze denken dat ze ermee moeten leven.”

Het effect van racisme op het welbevinden is groot, zegt ze. „Het gaat niet om één incident, maar om een opeenstapeling van gebeurtenissen die je niet los van elkaar kan zien.” Ze noemt een paar voorbeelden: je bent een zwart persoon en in de supermarkt loopt een beveiliger bij je in de buurt, collega’s spreken van „negers” waar je bij zit, je moet eindeloos je best doen voor een stageplek en je witte klasgenoot kan meteen beginnen. Het gevoel wordt dan: je leeft met tegenwind.

Mensen van kleur of met een migratie-achtergrond hebben hier constant mee te maken, zegt Schriemer. „En niet alleen jijzelf, óók de mensen om je heen die je dierbaar zijn. Van je oom hoor je dat hij voor de derde keer is aangehouden. Je moeder vertelt hoe een collega uitdagend vroeg wat ze van Zwarte Piet vindt. Een ander kind wil niet met jouw kind spelen omdat het zwart is. Die gebeurtenissen zijn druppeltjes verf die alles kleuren.”

Twijfel

Er zijn ook onderzoeken die dát beschrijven. Zo bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau twee maanden geleden het rapport Ervaren Discriminatie in Nederland uit. Die studie laat zien dat er veel meer gebeurt dan blijkt uit de registraties van officiële instanties. Een kwart (27 procent) van de Nederlanders zegt te maken te hebben met discriminatie. En nog eens 11 procent twijfelt of een voorval dat ze meemaakten discriminatie was.

Het kan om van alles gaan: ongelijke behandeling, negatieve bejegening, bedreiging en geweld, seksueel lastig vallen, bekladding, vernieling. Een relatief groot deel van de ondervraagden heeft ervaringen op verschillende terreinen, dus bijvoorbeeld in het onderwijs maar ook bij het zoeken naar werk. Of op het werk én buiten op straat.

Tussen groepen Nederlanders bestaan grote verschillen in de mate waarin ze discriminatie ervaren. Nederlanders met een migratieachtergrond, moslims, jongeren, lhbt’ers en mensen met een beperking ervaren relatief veel discriminatie. Ouderen en autochtone Nederlanders relatief weinig.

Ook deze cijfers hebben beperkingen, zegt hoofdauteur Iris Andriessen, inmiddels werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut. „Niet alle discriminatie wordt als zodanig ervaren. Soms is het lastig te herkennen, of is de psychologische drempel om het discriminatie te noemen te hoog. We weten dat mensen die regelmatig te maken hebben met discriminatie, daar sensitiever voor worden. Ze worden ongewild getraind.”

Het is belangrijk om te vragen naar ervaringen, zegt Andriessen, omdat ze de manier waarop je in de samenleving staat, kunnen beïnvloeden. „Mensen die veel racisme en discriminatie ervaren, voelen zich minder betrokken en hebben minder vertrouwen in instituties.”

Queen, 2019 Foto Larice Schuurbiers

Onderzoekers van het SCP deden dezelfde meting ook vijf jaar eerder. Op het ene vlak – zoeken naar werk – nam volgens de geïnterviewden discriminatie wat af. Op het andere vlak – óp het werk – iets toe. Andriessen vond het meest verontrustend dat ervaren discriminatie in het onderwijs in vijf jaar flink was toegenomen, van 16 naar 22 procent. Het gaat dan vaak om etnische achtergrond en om seksuele oriëntatie. Het gaat relatief vaak om ernstige vormen, naast negatieve bejegening ook om bedreiging, geweld en grensoverschrijdend gedrag.

Ismintha Waldring ziet in haar onderzoek het ongemak van witte docenten in de omgang met goed opgeleide studenten met een migratie-achtergrond. Waldring is socioloog aan de Vrije Universiteit en doet onderzoek naar diversiteit. „Nu deze studenten een gelijkwaardige plaats opeisen in Nederland, zie je dat het tolerantie-ideaal meer een afstandelijk gedogen is.” Zij vindt onderzoek als dat van Andriessen belangrijk, juist omdat er zoveel impliciet gebeurt. „Discriminatie verpakt in grapjes, bijvoorbeeld. Als je daar niet om lacht, heb je geen humor. Of steeds opnieuw vragen: ‘Waarom draag je een hoofddoek?’ Op een gegeven moment is het geen vraag meer, maar een oordeel.”

Om racisme en discriminatie aan te pakken, moet je de andere kant bereiken, zegt Waldring: „Maar niet iedereen die racisme ervaart, wil dat steeds uitleggen. En niet iedereen die zich racistisch uitlaat, wil daarover in gesprek.”

NRC liet 27 mensen aan het woord over hun gevoelens en ervaringen. Lees ook: Dit is hoe racisme je leven tekent

Gezamenlijke ervaring

Je kunt zoeken naar de gezamenlijke ervaring, zegt Andriessen. „Als een zwarte man blikken van bepaalde mensen ontwijkt omdat hij geen reactie wil uitlokken, dan wordt dat herkend door een witte, jonge vrouw die ’s avonds op straat loopt. Daar kan zo’n gesprek beginnen.”

Het gaat ook om de manier waarop je het gesprek voert, zegt Waldring: „Als je iemand als racist labelt ben je hem kwijt. Maar je kunt zeggen: ‘Jouw grapje doet mij pijn. Ik zal uitleggen waarom’.”

Ook mensen die racisme niet zélf ervaren, moeten van zich laten horen, zegt Gregor Walz. „Het is waardevol dat premier Rutte aangaf dat hij anders is gaan denken over Zwarte Piet. Hij kan de sociale norm stellen. Het is wrang, maar voor zwarte activisten als Quinsy Gario en Jerry Afriyie is dat veel moeilijker.”

Rita Schriemer: „Om het gesprek echt aan te gaan, kun je van tevoren een paar zaken afspreken. Dat je naar elkaar zult luisteren, bijvoorbeeld. En dat je niet direct je oordeel klaar hebt. Dan lukt het vaak wel.”

 

Shundell, 2019 Foto Larice Schuurbiers

Donnell en Junior, 2019 Foto Larice Schuurbiers

Mishantely, 2019 Foto Larice Schuurbiers

Milena, 2019 Foto Larice Schuurbiers

Destiny, 2019 Foto Larice Schuurbiers