Opinie

Kermisklanten

Christiaan Weijts

Dinsdag ontving Theo Hiddema een zuurstok en een mand met vierhonderd pluche beesten. Een cadeautje van protesterende kermisvrouwen. Wat hij ermee ging doen? Droogjes: „De rest omkopen.” Kennelijk verliep dat succesvol, want zijn motie om te onderzoeken of de kermisbranche toch vóór 1 september open kan, kreeg een ruime Kamermeerderheid. Waarom er twee dagen later dan toch nog lange kolonnes ingepakte attracties naar Den Haag komen rijden, is wat mysterieus.

Vlak voor de eerste wagens het Malieveld bereiken, hangen drie potige jongens met capuchons protestbanners op, bedrukt met de leuze: ‘Kermis is cultuur.’ Daar zit wat in. De stoet bij het ADO-stadion heeft iets van een openluchtexpositie. Aanhangers en met kleurige airbrush bewerkte vrachtwagens torsen de botsautootjes, de gondels, de met gloeilampen beparelde façades, en de stukken rails waar in betere tijden roetsjbanen en spookhuizen uit samen waren te stellen.

Je kijkt ernaar en denkt: tjonge. Dit ligt dus allemaal ongebruikt in opslagloodsen. Tegelijkertijd vraag ik me af hoelang we nog blijven doen alsof we straks de oude wereld weer gewoon gaan opbouwen, hoelang dit stadium van ontkenning nog duurt waarin we weer vliegtuigen naar zonstranden sturen, waarin we doen alsof er straks weer massa-evenementen zullen komen. Hoelang zullen we nog doen alsof dit een storm is, waarin we alleen maar tijdelijk de oude structuren moeten stutten?

Wanneer zal het besef indalen dat veel van deze gigantische bouwpakketten nooit meer in elkaar gezet gaan worden? Dat ook dit energieverslindende universum van Chinese grijphorloges en scheepsladingen aan prijzenprul straks even museaal is als het bij deze manifestatie al oogt?

Zelfs als de kermissen weer opengaan is het uitgesloten dat dit als vanouds zal zijn. Net als in de horeca zal het publiek uit angst de drukte mijden, en zal niet alles meer rendabel blijken. Tel daar een recessie bij op, waardoor kermisklanten de hand op de knip houden, en het is overduidelijk. Veel kermisexploitanten zullen verdwijnen, net als horecazaken, reisbureaus, theaters, vliegmaatschappijen… Sommige zaken blijven tragisch.

De wereld verandert en dat is niet pijnloos. En laten we eerlijk zijn: deze branche trok al steeds minder bezoekers.

De oerconservatieve kermisfamilies lijken niet in staat daar conclusies aan te verbinden en zich de vraag te stellen die elke beroepsgroep zich nu stelt: wat draag ik bij? Een eeuw geleden was de kermis de plaats van verwondering. De lokale gemeenschap vergaapte zich aan nieuwe uitvindingen. Stoomcarrousels, toverlantaarns. Dat is geëvolueerd naar attractiemarkten om jezelf tegen hoge bedragen kicks toe te dienen en zintuigelijke verdoving onder een hels kabaal. Overleven kan alleen de kermisbaas die nieuwe vormen ontdekt – plaatselijk, kleinschalig – voor een oeroude magie.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.