Reportage

‘Iederéén heeft er last van – of je nou zwart, rood of wit bent’

Buurtonderzoek De discussie over racisme en discriminatie is opgelaaid. NRC peilde de stemming op vier plekken in Nederland.

Demonstranten van een anti-racismedemonstratie in Amsterdam-Zuidoost in het Nelson Mandelapark.
Demonstranten van een anti-racismedemonstratie in Amsterdam-Zuidoost in het Nelson Mandelapark. Foto Sebiha Oztas

‘Hier in Beverwijk is geen racisme.” Dustin Buhre (32) twijfelt daar niet aan. Met zijn vriendin Linda Schoo (34) eet hij een omeletje op het terras van lunchroom-bistro De Twee Broers, vlak naast de wekelijkse markt in de Breestraat. Daar kocht hij net nog kersen bij een Turkse groenteboer. „Ik kon kiezen tussen een Nederlander en een Turk en ben naar de Turk gegaan!” In Beverwijk leven alle bevolkingsgroepen in harmonie met elkaar, vertelt Dustin, maar de media vergroten de verschillen uit. „Alles wat je aandacht geeft, groeit.”

Linda Schoo is het niet met haar vriend eens. Racisme bestaat ook hier, zegt zij. Verschrikkelijk, als je het haar vraagt. „Ik vind altijd: iedereen is gelijk.”

Dustin: „We zijn allemaal mensen. We worden allemaal gelijk behandeld.”

Linda: „Maar dat is dus niet zo. Sommige mensen worden ánders behandeld.”

Binnen staat de van oorsprong Egyptische Emeil Ayoub (62) achter de bar. Samen met zijn Nederlandse vrouw Trix (55) runt hij De Twee Broers. In de praktijk is niet iedereen gelijk, merkt hij. „Als mensen hier naar binnen kijken en ze zien mij, dan lopen ze door.” Trix maakt zich zorgen om de toekomst van hun kinderen: „Sigrid Kaag [minister voor Buitenlandse Handel, red.] zei laatst dat haar kinderen minder snel op sollicitatiegesprek worden uitgenodigd omdat ze een andere achternaam hebben. Dan denk ik: wat staat mijn zoons te wachten?”

Lees ook Protest tegen racisme in Nederland

In het kielzog van de Black Lives Matter-protesten in de VS is de discussie over racisme ook in Nederland opgelaaid. In de politiek lijkt iets veranderd: politici die het thema eerst nog wegwuifden, zeggen nu dat racisme ook in Nederland bestaat. Vorige week verklaarde Mark Rutte dat hij van gedachten is veranderd over Zwarte Piet. Hoe zit dat in de samenleving? NRC sprak met mensen op straat in Beverwijk, Groningen, Nuenen en Nijverdal over de demonstraties en over racisme en discriminatie in Nederland.

Mensen blijken uiteenlopende opvattingen te hebben over wat racisme is. De een ziet het als het ultieme kwaad (en vindt dan ook dat het in Nederland niet voorkomt), de ander gebruikt de term losjes en schaart ook het hebben van vooroordelen eronder, of zelfs het opmerken van verschillen. „Je hebt het ook als je rood haar hebt, dan zeggen ze: hé, die rooie! Of je nou blank, zwart, rood of wit bent, die hebben allemaal last van racisme”, zegt Joke Koster (57). Ze heeft net ‘zoetigheid’ in haar fietsmandje geladen, gekocht bij de winkel van Wilfred Aardenburg (59) in de Beverwijkse Breestraat. De bewuste Wilfred staat naast haar en zegt: „Ja, en als je 140 kilo weegt, heb je ook last van racisme.”

„Racisme bestaat ja, maar ook tussen blanken. Mensen discrimineren elkaar gewoon om wie je bent. Op status en uiterlijk”, zegt Rudie, een zongebruinde man van 53. Met zijn vrouw Christel loopt hij door de Breestraat. Rudie en Christel vinden de protesten overdreven. Hij: „Toen met die tramschutter in Utrecht, toen gingen wij toch ook niet tegen de moslims demonstreren?” Op een paar meter afstand wacht mevrouw Steenman-De Koning (75). Dan duikt ze op de verslaggever af, als een reiger op een vis. „Ik vind het waardeloos!” is haar recensie van de protesten. Ze zijn onnodig, want iederéén maakt zich schuldig aan discriminatie. „Ik ga met Surinaamse mensen om, en die maken onder elkaar ook discriminerende grapjes.”

Het egalitaire ideaal

Wat opvalt: het egalitaire ideaal zit er bij iedereen goed in. Veel mensen benadrukken uit zichzelf gelijkheid belangrijk te vinden. „Leven en laten leven, kleur maakt niet uit”, aldus een 60-jarige Beverwijkse die een slagroomtaartje eet met haar kleindochter.

„Ik ben niet met kleur opgevoed, iedereen is gewoon gelijk”, aldus Carly (23) uit Groningen.

„Homo’s, lesbiennes, wit of zwart, maakt niet uit. Iedereen is evenveel”, zegt Ria (67), onder het genot van een patatje op de Groningse Vismarkt.

Maar geloven ze ook dat die gelijkheid er is in de praktijk? Anita Bats (52) uit Groningen wel: „Alles is toegankelijk. Je kan naar elke opleiding, je mag alles doen waar je je goed bij voelt in Nederland. Of je nou Mohammed heet of Kees.”

Jacques Huisman (60) is daar minder zeker van. Op de Beverwijkse markt verkoopt hij wenskaarten. Naast hem staat Henk van der Linden (56), die kleding verkoopt. „Hij heeft altijd veel te vertellen!”, roepen ze in koor, wijzend naar elkaar.

Jacques steunt de protesten, Henk is sceptisch: „Ik word er een beetje beroerd van dat ze de mensen met een wit huidje de schuld geven van wat er in 1600 gebeurde. Ja, dan ben ik ook nog boos op de Spanjaarden!”

Jacques heeft meer begrip voor de demonstranten. „Een donkere jongen in een achterstandswijk van Utrecht heeft andere kansen dan een blanke jongen uit de grachtengordel.” Henk: „En een blanke jongen uit die Utrechtse achterstandswijk dan?”

Ze discussiëren een tijdje door. Dan, precies tegelijk:

Henk: „Iedereen heeft gelijke kansen in Nederland.”

Jacques: „Ik denk niet dat iedereen hier gelijke kansen heeft.”

Lees ook Fractievoorzitters over racisme

Discriminatie bestaat, daarvan is verpleegkundige Marjan Dillen uit het Brabantse Nuenen overtuigd. „Wij hebben personeelsleden uit heel veel landen, Bosnië, Rusland, Suriname, Afrikaanse landen, noem maar op”, vertelt ze op een bedrijventerreintje aan de rand van het dorp. „Die mensen zijn hier gekomen om ons te helpen en die verdienen een goede behandeling. En dan gebeurt het toch dat hier een vrouw van 82 jaar wordt opgenomen die zegt: ik wil geen zwarte aan mijn bed. Dan zeg ik wel even wat ik daarvan vind en dat is: je hebt maar te accepteren wie er aan je bed staat.”

Anderen geven aan het bestaan van racisme niet goed te kunnen beoordelen, omdat ze in zo’n witte omgeving wonen. Sonja van Grootel bijvoorbeeld, eigenares van een houthandel aan de rand van Nuenen: „De enige donkere mensen die ik hier zie, zijn de pakketbezorgers. Dat bedoel ik niet vervelend, dat is gewoon zo. Ik discrimineer hen niet, maar sommigen hebben wel moeite met ons. Dan vraag ik om een pakket ergens anders neer te zetten en dan reageren ze geïrriteerd.”

Wie 140 kilo weegt, heeft ook last van racisme

Ook Nijverdal, een kleine plaats in Overijssel, is overwegend wit. Hessel Draaisma (62), brigadier bij de politie: „Politiegeweld komt vooral voor in de grote steden. In Amsterdam zie je al die nationaliteiten en dan gaat het weleens mis. Maar Nijverdal is een hele andere plek. Kijk om je heen…”

Nijverdal heeft sinds de jaren zestig wel een Molukse gemeenschap. „In het begin was er wel afstand”, zegt Frida Bladder (70). „Toen keek je er anders tegenaan. Je was het niet gewend, een donkere huidskleur..” Paula Manhuwa (76), Molukse van origine, heeft in Nijverdal „weinig problemen met racisme ervaren”. „Ik ben gewoon een zwarte Nederlander. Ik maak het onderscheid helemaal niet.” Ze heeft zich altijd welkom gevoeld in het dorp. „En ja, soms gebeurde er weleens wat. Een incident. Dan praat je het uit. En dan leef je samen verder in vrede.”

In haar dorpje vlak bij Groningen zijn er geen zwarte mensen en bestaat dus ook geen racisme, zegt Fleur (18). Ze heeft net met een vriendin in Groningen een piercing laten zetten. Hier in de stad is het anders: „Net stond er een groepje met bruine mensen. Dan denk ik wel gelijk: wat moeten ze van mij? Dadelijk pakken ze iets van mij. Ik pas wel op.”

Het is niet altijd gemakkelijk om de enige te zijn die er ‘anders’ uitziet. Neem bijvoorbeeld Manoël Oliveira (67), die uit Brazilië komt en een donkere huidskleur heeft. Hij zit op het terras van de Beverwijkse patisserie Leek met Frans Goorhuis (64). Omdat ze vandaag twintig jaar samen zijn, eten ze felgekleurde taartjes.

„Hier heb jij geen last van racisme, hè?”, zegt Frans tegen Manoël.

Die ziet dat net iets anders. „Soms wel, soms niet. Als ik in een winkel iets wil kopen, kijken mensen me raar aan.”

„Als we naar het theater gaan in Velsen dan zit iedereen naar hem te kijken. „Maar dat is geen racisme”, aldus Frans.

Racisme of niet, Manoël vindt het wél vervelend. „Ik voel me niet comfortabel als iedereen naar mij kijkt. Ik heb het gevoel dat mensen zeggen: jij bent zwart, jij hoort hier niet.”

Lees ook NRC-commentaar over racisme

De Groningse Ubah Ayanle (24) heeft dezelfde ervaring: „Je merkt het aan de kleine dingen, hoe ze naar je kijken, dat ze roepen dat je terug naar je eigen land mag. Dat hoor ik al sinds ik zes ben. Ik ben in een racistisch dorpje opgegroeid, in Veendam. Dat is heel wit. Hier in Groningen zie je meer gekleurde mensen.” Ubah denkt dat zwarte én witte mensen ‘huiswerk’ moeten doen: „Witte mensen moeten zich meer bewust zijn van wat er gebeurt, en de donkere mensen moeten niet alles schuiven op racisme.”

Een volk met humor

Op alle vier bezochte plekken staan veel mensen welwillend tegenover de protesten. Zij die dat niet doen, hebben er niet zo’n mening over – of ze trekken zich de demonstraties juist héél erg aan, voelen zich erdoor aangevallen. Deze mensen hebben het gevoel dat de demonstranten hen een racist noemen, of ze zijn bang dat alles wat hen dierbaar is, wordt afgepakt. „Wij moeten als Nederlanders heel veel aan de kant zetten voor wat hier binnenkomt”, zegt Ria in Groningen. Joke Koster in Beverwijk: „Kijk, ik vier al mijn hele leven Sinterklaas. En nu ineens kan het niet meer. Gaat het Suikerfeest het overnemen? We wonen wel in Nederland.”

‘Ze vinden altijd wel iets’

Soortgelijke geluiden stijgen op uit een drietal vrouwen van halverwege de zestig, een stukje verderop: Emmie Castricum en Jannie Hemmes in de scootmobiel, An Florio op haar parelmoeren sandalen ernaast. Er is zeker nog racisme in Nederland, zegt Emmie. MAAR. De demonstranten storen zich wel érg snel aan dingen.

An: „Negerzoenen mogen nu ook al niet meer zo heten!”

‘Net stond er een groepje met bruine mensen. Dan denk ik wel: wat moeten ze van mij?’

Jannie: „Ja, dan kun je je ook wel gaan storen aan jodenkoeken.”

Emmie: „Ze vinden altijd wel iets.”

An: „Ze zijn allemaal hierheen gekomen voor de WW. Als je er vijf op een rijtje zet, mag je blij zijn als er eentje is die werkt.”

Emmie: „Maar ze zijn niet allemaal zo. En er zijn ook werkschuwe Nederlanders.”

Discriminatie op de arbeidsmarkt is een probleem, zegt Emmie, maar heeft niet alleen met kleur te maken: „Als ik solliciteer als telefoniste, willen ze ook liever iemand met twee handen.” Ze houdt haar rechterarm omhoog; de onderarm ontbreekt. En dan nog iets, zegt ze. „Wij zijn een volk dat met humor een heleboel doet. Ik heb altijd gezegd met een gekke bek: wij liggen hier zelf uren in de zon om bruin te worden!”

Anderen voelen zich door de protesten juist uitgenodigd zich in de ander te verplaatsen. Zij zijn geschrokken van de verhalen die ze meekrijgen via de (sociale) media. Bink (20) en Pip (21) Zonneveld bijvoorbeeld, die in Beverwijk op het punt staan de Jack & Jones binnen te lopen.

Pip: „Ik wist dat het heftig was, maar nu komen er verhalen boven die ik nog niet kende. Dat ze zo vaak aangehouden worden bijvoorbeeld.”

Bink: „Wij kunnen ons niet voorstellen hoe het is om gediscrimineerd te worden. Dus het is goed dat blanke mensen zich ook inzetten voor de demonstraties.”

„Ik word misschien wel gediscrimineerd, maar dan in positieve zin”, zegt Henk-Jan Kosse (34) uit Groningen. „Als ik ergens binnen kom lopen, geen bewaker die naar mij kijkt. Ik ben nog nooit door de politie gevraagd om mijn legitimatiebewijs. Dat maakt mij er heel erg van bewust hoe bevoorrecht ik ben.”

Dat veel Nederlanders de laatste jaren aan het denken zijn gezet, blijkt wel uit de veranderde houding tegenover Zwarte Piet. Eric Verbeek uit Nuenen bijvoorbeeld: „Het was voor mij een grappige figuur die domme dingen deed – zonder dat ik me ervan bewust was dat die figuur zwart was. Maar inderdaad was het wel de donkere figuur die de fouten maakte, en de blanke die ze herstelde. Dat is raar en het is logisch om dat aan te passen.”

Zelfs Christel uit Beverwijk, die de demonstraties onzin vindt, is aan het twijfelen gebracht. „Ik had er toevallig een discussie over met m’n schoonzus. Die zei dat het met slavernij te maken heeft.” Haar man Rudie is niet onder de indruk: „We moeten allemaal tot ons zeventigste werken, dus we zijn allemaal slaven!” Dan lopen ze verder, de Beverwijkse markt op.

Met medewerking van Karel Berkhout, Karlijn Saris en Freek Schravesande