Het octrooi van de veerman

Al 25 jaar is de uit Iran afkomstige James Taghavi veerman. Hij vroeg octrooi aan op een door hem ontwikkelde wegvaarlus.

James Taghavi met de door hem bedachte ‘Windfighter’ op het veer over de Zijl bij de Kagerplassen.
James Taghavi met de door hem bedachte ‘Windfighter’ op het veer over de Zijl bij de Kagerplassen. Foto’s Bruno van Wayenburg

Afmeren en van wal steken zijn al zo oud als de scheepvaart, maar toch wist de schipper-uitvinder James Taghavi nog een verbetering uit te vinden.

Soms tachtig keer per dag vaart James Taghavi voetgangers en fietsers over de Zijl bij de Kagerplassen bij Leiden. Van de Zijldijk naar de Broek- en Simontjespolder, en terug.

„Ik kan aan het geluid horen waar ik op de route zit”, zegt Taghavi, een bewegelijke man die voor vandaag een kapiteinspet en een overhemd met epauletten draagt. Zo gauw hij aan zijn steiger aangemeerd is, haast hij zich om passagiers van en aan boord te helpen, met fietsen, karretjes, rolstoelen, soms een weerspannige hond. Vaak trakteerde Taghavi op gummibeertjes, maar dat mag niet meer.

Dat Taghavi een Hollandse veerman zou worden, lag niet voor de hand. In de jaren tachtig vluchtte de Iraniër voor het revolutionaire regime. Daarvóór, tijdens de oorlog tegen Irak, leerde hij varen in een legeronderdeel dat pontonbruggen aanlegt. In Nederland hielp die ervaring hem aan een baan als veerman, en dat is hij nu al vijfentwintig jaar.

„Het is altijd anders”, zegt James, „het weer is anders, de mensen zijn anders. Veel mensen maken een praatje.” En als er bij slecht weer niemand komt, is het tijd voor onderhoud en reparaties. Of om bezig te zijn met zijn uitvinding.

Want in die vijfentwintig jaar is er iets gaan broeien in Taghavi's hoofd. Als de westenwind het schip tegen de Zijldijksteiger blaast, als je aan lager wal zit, is het lastig wegvaren.

Eén methode is om de landvast aan de achterplecht vast te laten zitten, en achteruit te varen. Dan werkt die landvast als draai-as voor het schip. Wanneer de boeg eenmaal naar de overkant wijst, kun je van wal steken. „Maar op dat moment moet je de motor op neutraal zetten en de landvast los gaan gooien”, zegt Taghavi. Terwijl je dat doet verwaait de boot.

Een paar jaar geleden kreeg Taghavi een ingeving. Als je nu een achteruit stekende pijp op de achterplecht monteert, en daaromheen de landvast met een lus legt, glijdt die lus bij het wegvaren vanzelf los.

De veerman bouwde een prototype, en ook een tweede versie, met verende weerhaken die voorkomen dat de lus vóór het wegvaren losraakt. Een derde versie was ook voorzien van spitse punt aan de voorkant. Bij het aanmeren steekt die in lus aan de steiger, als een lans in een ring. Dan ben je meteen automatisch aangemeerd.

„Toen ik het ging testen, werkte het heel goed”, zegt Taghavi, „Ik stond in de lucht te springen op mijn boot.” Het wegvaren is nu niet alleen gemakkelijker, maar het scheelt ook diesel, omdat de route rechter is. Hij laat de afrekening zien: in 2018 gebruikte de Zijlboot 1662 liter, in 2019 625 liter.

Een collega-schipper zag een van de prototypes, en zei: daar moet je octrooi op aanvragen. Dat vond Taghavi een goed idee, al viel het niet mee om het ook te doen. Gelukkig kreeg hij hulp van dochter Jasmin. Na veel schrijven en herschrijven, en met wat hulp van de ambtenaren van het octrooicentrum, is het gelukt: Taghavi is de houder van Nederlands octrooi 1043284 op een verbeterde versie van een „automatische losinrichting bij het wegvaren”. ‘Windfighter’ heeft hij zijn uitvinding genoemd.

En nu? Cashen en met pensioen? „Nee nee”, zegt Taghavi, „het gaat mij niet om het geld, begrijp je? Ik vind het belangrijk dat ik iets bijdraag, dat ik iets terug kan doen. Ik wil dat andere mensen het ook gebruiken.”

Een koper die daarbij kan helpen, is welkom, want zelf heeft Taghavi eigenlijk geen tijd voor productie of ontwikkeling. Er moeten nog altijd mensen van de Zijldijk naar de Broek- en Simontjespolder, en terug.