Opinie

Het gaat zo slecht niet, met Europa

In Europa

Europa was op slot, afgelopen maanden, maar in de supermarkt waren veel dingen gewoon te krijgen. De economie lag plat, grenzen waren dicht, mensen zaten in lockdown – maar Duitse crackers, Engelse koekjes, Poolse lenzenvloeistof en Spaanse aardbeien waren te koop. In Lissabon, Berlijn en Den Haag. Ongelooflijk eigenlijk, als je erover nadenkt.

Dit is maar één van de indicaties dat het met Europa niet zo slecht gaat als sommigen zeggen. Regeringen, ook de minder empathische, hebben alles gedaan om de interne markt overeind te houden. En doen dat nog.

Net als tijdens de bankencrisis, eurocrisis en vluchtelingencrisis speculeren velen ook nu over het eind van de EU en euro. Europese toppen worden geframed als ‘erop of eronder’. De Spaanse oud-premier Felipe González, die de Europese dynamiek van ‘hoog in de boom klimmen en dan compromissen sluiten’ als geen ander kent, zei: „De Europese Unie faalt.” Maar de lidstaten hebben nooit gewild dat Brussel zich met volksgezondheid bemoeide. Dus wie faalde eigenlijk?

Toen corona uitbrak, kwam de ECB meteen met een groot steunprogramma. De Commissie versoepelde staatssteunregels en zette economische vangnetten en subsidiepotten klaar. Intussen nam elk land eigen coronamaatregelen. Het werd één jungle van verboden en geboden. Niemand overlegde met buurlanden. En ja: na een paar dagen begonnen landen al te klagen. Grensarbeiders zaten klem. Vrachtwagens konden niet doorrijden. Sommige landen hielden alle mondkapjes zelf.

En zo begon na die nationale reflex het moeizame coördinatiewerk. Midden maart kwam de Europese Commissie met formulieren voor grensarbeiders en een plan voor ‘green lanes’, snelle rijbanen voor vrachtwagens aan de grens. Burgemeesters van grensgemeentes helpen problemen weg te masseren. Sixfold, een logistiekbedrijf in de transportsector, maakt kaartjes waarop je ziet waar blokkades of vertragingen zijn. En hoe lang het duurt voor trucks de grens over zijn. Die kaartjes houdt heel ambtelijk Europa constant in de gaten. Als een groen bolletje ergens rood wordt, staan telefoons meteen roodgloeiend: bottleneck gespot, doe iets! Landen verketterden elkaar om coronabonds, maar op de interne markt werkten ze juist intensiever samen.

Ook van Nederlandse kant. Veel goederen die in Rotterdam arriveren, gaan door naar andere EU-landen. Nederland leeft van de interne markt. Van het transport. Van de service-industrie. In een podcast van het Haagsch College vertelde Yvette van Eechoud, directeur bij Economische Zaken, hoe de ambtenarij in de Europese overdrive ging toen Rotterdam ineens stil viel: „We hadden continu contact met elkaar.”

De interne markt gaat niet alleen over economie, geld en getallen. Het is een middel om burgers bijeen te brengen. Er vloeien andere dingen uit voort: vrije vestiging, Europese sociale voorzieningen, Europees recht, mondiale soft power. Die ‘markt’ is zo politiek als het maar kan.

Hoeveel het regeringen waard is om dit overeind te houden, zie je ook aan de ‘solidarity tracker’ die de denktank ECFR net publiceerde. Terwijl politici elkaar verrot scholden, schoten landen elkaar te hulp als nooit tevoren. Van Zweden naar Spanje, Ierland naar Bulgarije.

Intussen genereert corona nieuwe thema’s waarover straks in Brussel wordt onderhandeld. Zo gaat de digitalisering ineens keihard. Voor velen is internet nu een lifeline. Maar die digitale inhaalslag heeft dringend nieuwe regels nodig. Wat moeten we met tracking apps? Hoe moet Europa giganten als Amazon en Google belasten? Ook over de economische vergroening, nieuwe staatssteunregels en industriebeleid wordt er in Europa aan diverse knoppen gedraaid. Overheden zijn al flink aan het lobbyen.

Denk daar maar eens aan, volgende keer bij het boodschappen doen. Dat er veel fout gaat in Europa, maar ook een heleboel goed – meer dan je soms zou denken.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.