Recensie

Recensie Boeken

In Marokko verandert deze verliefde Française in een teleurgestelde, veel te jonge moeder

Leïla Slimani Na twee hedendaagse romans – de een over een nymfomane, de ander over een moordlustige nanny – kiest de Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani nu voor een historische roman gebaseerd op haar familiegeschiedenis.

Rabat in de jaren dertig van de 20ste eeuw.
Rabat in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Foto AFP

Twee dagen duurt Mathildes reis van Straatsburg naar Rabat. Als ze er op 1 maart 1946 aankomt, ziet ze eindelijk de man terug met wie ze vlak na de oorlog in Mulhouse is getrouwd. Amine, de knappe Marokkaanse soldaat uit het Franse leger. Zij is nog geen twintig, hij acht jaar ouder. Twee dagen komen ze het hotel niet uit. Met hem, denkt ze, gaat ze een exotisch, avontuurlijk leven tegemoet, al haar vriendinnen zijn jaloers.

Driehonderd bladzijden en bijna tien jaar later slaat Amine haar woedend in het gezicht, grijpt hij naar zijn pistool, dreigt hij haar voor de ogen van hun kinderen te doden.

In die tussenliggende bladzijden heeft de Frans-Marokkaanse Leïla Slimani (1981) een immense culturele clash samengebald, een huwelijk van liefde en teleurstelling geschetst, van hoop, desillusie en wederzijds onbegrip. Dat alles tegen de achtergrond van een land waar een oorlogssfeer heerst en de definitieve onafhankelijkheidsstrijd nadert.

Na twee hedendaagse romans, In de tuin van het beest (2018), over een nymfomane, De perfecte oppas (2017), over een nanny die haar oppaskinderen vermoordt en een schokkend essay over de positie van de vrouw in Marokko (Seks en leugens, 2019), kiest Slimani nu voor een historische roman gebaseerd op haar familiegeschiedenis. Le pays des autres is de overkoepelende titel van wat een trilogie moet worden. Het eerste deel – in het Nederlands Mathilde, in het Frans La guerre, la guerre, la guerre – bestrijkt de periode van de Tweede Wereldoorlog tot 1960.

Het is een opvallende keuze voor een schrijfster die tot nu toe het ene na het andere hedendaagse taboe bij de kop pakte, de Prix Goncourt kreeg voor haar tweede roman, en als persoonlijk vertegenwoordiger van de Franse president in zaken van de francofonie de wereld rondreist. In plaats van spanning, jaloezie of begeerte op de korte baan, waagt ze zich nu aan de traditionele roman fleuve, de lange adem, waar het er niet om gaat hete hangijzers van nu te agenderen, maar het leven van generaties te schetsen.

Neutrale keuze

Net als Alice Zeniter, die als kleindochter van Algerijnse immigranten haar familiegeschiedenis als startpunt nam voor De kunst van het verliezen (2018), slaagt Slimani daar bij vlagen wonderwel in. La guerre, de oorlog, op ieder vlak – daar gaat het om in deze roman en daarom is de Nederlandse titel Mathilde een wel heel neutrale keuze.

Zolang Mathilde en Amine in Frankrijk zijn is híj de vreemdeling en zíj zijn gids. Maar in 1946 komt de blonde Française, een kop groter dan haar Marokkaanse echtgenoot, terecht in de cultuur van Marokko waar de man het voor het zeggen heeft. Ze is niet gewend naar het aanrecht verwezen te worden. Maar ‘zo is het hier nu eenmaal’. Haar dromen vervliegen, van een verliefde jonge vrouw ontwikkelt ze zich tot een teleurgestelde echtgenote, veel te jong voor het moederschap.

Lees ook het interview met Leïla Slimani: ‘Schaam je je niet? zei mijn vader. Nee, zei ik’

Hoe ze ook haar best doet, Arabisch leert, meedoet met de ramadan, eigenhandig kleren maakt voor haar kinderen, ze blijft een buitenstaander, een vreemdeling.

Op zijn beurt worstelt Amine met een onwillig, rotsachtig stuk grond dat hij wil omtoveren tot een vruchtbare oase. Hij experimenteert met nieuwe landbouwtechnieken, kruist sinaasappelbomen met citroenen in de hoop een nieuwe vrucht te kweken, hij droomt van een olijvengaard.

Dat pioniersleven, zonder comfort of zachtheid, ver weg van de bewoonde wereld, doet denken aan dat van het echtpaar Kerkhoven op Java, de startende theeplanters uit Heren van de thee van Hella S. Haasse. Tegenwerking en wantrouwen van de lokale bevolking, een opkomende onafhankelijkheidsstrijd, ruzie over geld, onenigheid over het opvoeden van de kinderen – het zijn thema’s die je ook in deze roman tegenkomt.

Slimani speelt met het perspectief van het verhaal. Soms richt ze zich op Mathilde of Amine, dan weer zitten we op de schouder van zijn moeder Mouilala, van zijn zus Selma of hun dochter Aïcha, die al net zulke opstandige genen heeft als haar moeder. Slimani houdt de vaart erin, rijgt de ene anekdote aan de andere, haar zinnen zijn kort, to the point, zonder lyriek. Koel, zakelijk bijna. Zonder vraagtekens ook.

Gewapend verzet

De politieke gebeurtenissen in Marokko spelen lang geen rol in hun leven. Ze lezen geen krant, het dagelijks bestaan is uitputtend. Pas als de broer van Amine de kant kiest van het gewapend verzet tegen de kolonisator, krijgt het boek een politieke component. De Fransman heeft zich het land van de ander toegeëigend, de Marokkaan leeft in Frans protectoraat. En de vrouw – die zit vast in het territorium van de man. De overkoepelende titel is duidelijk.

Het experiment van Amine om een sinaasappel met een citroen te kruisen, loopt op niets uit: de ‘citrange’ is oneetbaar. Métissage, vermenging van wat dan ook – het is een verdoemd woord, luidt het aan Edouard Glissant ontleende, weinig hoopvolle motto van de roman. Op de laatste bladzijden verschijnt aan de horizon de rode gloed van brand, moord en verderf. De oorlog nadert.

Leïla Slimani maakte een journalistieke analyse van de seksuele moraal in haar geboorteland. Lees ook: Goede meisjes gaan niet uit

Slimani, die op haar achttiende met haar ouders naar Frankrijk emigreerde, veroverde een stevige positie in haar land van aankomst en zet zich onbevreesd en welbespraakt in voor de rechten van minderheden, vrouwen en migranten. Nu laat ze zien aan wie ze schatplichtig is. Dat doet ze vaardig en met overtuiging. Als vertelster slaagt ze erin helder een familiegeschiedenis te verwoorden. Zelfs zo helder dat ze nergens lijkt te twijfelen. Nergens raakt het geheugen in verwarring. Met haar verbeeldingskracht benoemt ze ieder conflict, raadsels lijken er niet te zijn. Heel het verleden is een aaneenschakeling van anekdotes. Is een familiegeschiedenis in al haar complexiteit te duiden in een roman die je zonder probleem tot een Netflixserie zou kunnen verwerken? Dat is wellicht de zwakke kant van deze roman: de kordaatheid staat de gelaagdheid in de weg.