„Hoe vaak ik wel niet heb gehoord dat ik naar mijn eigen land moet oprotten. Terwijl ik toch echt mijn steentje heb bijgedragen aan Nederland.”

Foto Frank Ruiter

Interview

Ex-profvoetballer Edgar Davids over de strijd tegen racisme: ‘Wie zwijgt kiest ook kant’

Racisme Ook Edgar Davids demonstreerde onlangs op de Dam tegen racisme. Lang niet alle voetballers spreken zich uit. „Je moet er de persoonlijkheid voor hebben.”

Ooit kocht Edgar Davids een Mercedes voor zijn vader. Maar na drie weken belde zijn vader hem vanaf een bushalte: of Edgar hem wilde ophalen. De politie hield hem voortdurend aan, zei zijn vader, terwijl hij nooit te hard reed. De Mercedes maakte plaats voor een Mini, vertelt de oud-voetballer bij onder meer Ajax, AC Milan en Juventus. Daarna kon zijn vader weer ongestoord over de weg.

We zitten in het grand café van hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Davids (Paramaribo, 1973) heeft besloten zich uit te spreken over Black Lives Matter, de wereldwijde beweging die zich keert tegen alle vormen van geweld tegen zwarten. En ja, zegt hij, het aanhouden van een zwarte man in een mooie auto is daar zeker een voorbeeld van.

Ben je zelf wel eens etnisch geprofileerd?

Hij knikt. „Eerst rijden ze een tijd lang achter je. Dan word je aan de kant gezet. Maar ik ben ook wel eens staande gehouden door een agent die zei: ‘hé man, rij even wat rustiger’.”

Je bedoelt: het is soms moeilijk te duiden.

„Heel moeilijk. Ik vind dat iets evident racistisch moet zijn voordat je van racisme kan spreken. Het kan ook zijn dat mijn persoon iemand niet aanstaat. Maar als er sprake is van een patroon, of als er bepaalde termen worden gebruikt, dan mag je concluderen dat er meer aan de hand is.”

Zeven jaar geleden schreef je in de Britse tabloid Daily Mail dat je als jonge voetballer zó vaak racistisch werd bejegend, dat je er bijna niet meer van opkeek.

„Ja, maar er zijn mensen die veel ergere dingen hebben meegemaakt dan ik. Zoals Humphrey Mijnals [die in 1960 als eerste Surinaamse Nederlander zijn debuut in het Nederlands elftal maakte]. Hoe zou het zijn geweest om in die tijd te voetballen, vroeg ik me vorig jaar bij zijn dood af. Hoe sterk moet je mentaal zijn als je voortdurend met racisme wordt geconfronteerd? Maar ook in deze tijd lopen zwarte mensen trauma’s op als gevolg van uitsluiting en achterstelling. Een grote groep Nederlanders voelt zich niet comfortabel bij Zwarte Piet, en toch houden we die traditie in stand.”

De slavernij is een zwarte bladzijde, waar niet over wordt gesproken. We erkennen niet dat hier witte privileges uit voortkwamen, die vandaag nog steeds gelden

Mijnals werd voor Zwarte Piet uitgemaakt. Heb je dat ook meegemaakt?

„Absoluut. Het hoe en waar is niet relevant, maar ik kan je vertellen dat het psychologisch veel impact had.”

Lees ook Topvoetballers: racisme zit diep in voetbal

Waarom is het erg dat Zwarte Piet bestaat?

Hij buigt over tafel. „Nee, nee. De vraag moet zijn: hoe kan het dat hij anno 2020 nóg bestaat?”

Wat denk je zelf?

„Mensen hechten aan tradities. Ze spreken van een ‘leuk kinderfeest’. Maar vinden kinderen Zwarte Piet echt wel zo leuk? Er wordt veel geld gestoken in anti-pestcampagnes op scholen, maar Zwarte Piet wordt niet als een vorm van pesten gezien? Dat snap ik niet. Zoals ik ook niet snap dat er in Den Haag zo weinig aandacht is voor institutioneel racisme – je zag het met de strenge controles van de Belastingdienst bij mensen met een dubbele nationaliteit. Maar het verbaast me ook dat er – juist nu – een wet bij de Eerste Kamer ligt waarin de straffen worden verlaagd voor agenten die zich schuldig hebben gemaakt aan politiegeweld.”

De Nederlandse samenleving is in de afgelopen decennia veel diverser geworden, zegt Davids, maar bestuurlijk zie je daar te weinig van terug. „Ik denk niet alleen aan de politiek, maar ook aan de media. Tv-zenders worden geleid door witte mannen en vrouwen, die programma’s maken vanuit hun eigen belevingswereld. Zo leren kinderen al onderscheid in kleur te maken. Er zou veel meer aandacht op scholen moeten komen voor ons gezamenlijke koloniale verleden. De slavernij is een zwarte bladzijde, waar niet over wordt gesproken. We erkennen niet dat hier witte privileges uit voortkwamen, die vandaag nog steeds gelden.”

Davids vertelt over zijn stichting StreetPro, die jongeren in een kwetsbare positie aan een opleiding of baan probeert te helpen. Een groot deel is gefrustreerd, zegt hij. Ze krijgen niet dezelfde kansen als hun witte leeftijdgenoten. „Je vraagt je af: waarom is het leven voor de één een honderd meter sprint en voor de ander een hindernisloop? Waarom maken we er geen gelijk speelveld van?”

Je hebt een zoon. Heeft hij ook moeite zijn weg te vinden?

„Natuurlijk, wat denk je? Ook hij heeft een paar vervelende incidenten achter de rug. Maar het gaat nu niet om personen, maar om instituties. Niet om het verleden, maar om de toekomst. De tijd van praatjes is voorbij. We weten inmiddels wel dat racisme erg is. Het moet nu tot daden komen.”

Daarom wil Davids ook niet uitweiden over de keren dat hij het nieuws haalde met raciaal getinte kwesties. De constatering van Johan Cruijff bijvoorbeeld, in 2011, dat Davids alleen commissaris van Ajax werd ‘vanwege zijn huidskleur’. En de breuk op het EK van 1996 tussen blanke spelers en vijf bevriende zwarte spelers – het leidt volgens Davids allemaal af van de vragen die nu prioriteit zouden moeten krijgen: Waarom worden zwarte mensen stelselmatig gediscrimineerd? En: hoe moet dit probleem worden opgelost?

Klopt het dat je onlangs op de Dam demonstreerde tegen racisme?

„Ja. Ik was er niet al te lang, samen met Memphis Depay [Nederlandse voetballer die voor Olympique Lyon speelt]. Toen het druk werd zijn we vertrokken. Maar ik vond het mooi: al die mensen met één boodschap. Het verbaasde me dat er in de dagen erna meer gedebatteerd werd over de vraag of er wel gedemonstreerd mocht worden, dan over waarom al die mensen daar waren.”


Foto Frank Ruiter
„Hoe vaak ik wel niet heb gehoord dat ik naar mijn eigen land moet oprotten. Terwijl ik toch echt mijn steentje heb bijgedragen aan Nederland.”
Foto Frank Ruiter
Foto’s Frank Ruiter

Oud-voetballer Ruud Gullit vroeg zich onlangs af of vreedzame protesten het verschil gaan maken. Misschien is de uitbanning van racisme alleen kansrijk met een revolutie, zei hij.

Davids roert in zijn jasmijnthee. „Ik begrijp die gedachte. Vooral jongeren laten zich steeds minder door traditionele media leiden. Zij houden zich niet vast aan het witte gedachtegoed, maar hebben hun eigen media en fora. Als er geen hoop is op verbetering, wordt de onvrede groter. En ja, dan kan het grimmig worden. Daarom is verandering nu zo hard nodig. Ik wil het woord ‘diversiteit’ niet meer horen, het gaat om ‘inclusiviteit’. Als we naar de mens kijken in plaats van naar kleur of afkomst, dan kunnen we Nederland op alle fronten sterker maken.”

Formule 1-coureur Lewis Hamilton riep zijn bijna 17 miljoen Instagram-volgers deze week op alle standbeelden van racistische mannen te slopen. Wat vind je van zo’n oproep?

„Fantastisch! Hamilton – die ik persoonlijk ken – behoort tot die nieuwe generatie. Mensen die respect eisen en hun platform gebruiken om kwesties aan te kaarten. Ik zie die strijdbaarheid ook bij mijn zoon. Hij is in Nederland geboren en wil gelijk behandeld worden. Zelf kwam ik pas op mijn tweede naar Nederland. Ik voelde mij soms een gast. Hoe vaak ik wel niet heb gehoord dat ik naar mijn eigen land moet oprotten. Terwijl ik toch echt mijn steentje heb bijgedragen aan Nederland.”

Lees ook ‘Aap’, ‘zwarte piet’ of ‘stinkjood’ wordt naar hen geroepen

Heb je je als zwarte man ooit minderwaardig gevoeld?

Hij verstart. „Ik heb nooit iemand als mijn meerdere gezien, zelfs niet toen ik jong was. En dat terwijl bepaalde journalisten mij toch behoorlijk hebben ingepeperd dat ik ‘maar’ een kleine, donkere jongen was. Ik zal je zeggen dat ik altijd 120 procent heb gegeven als ik voor het Nederlands elftal uitkwam. Na een duel lag ik he-le-maal leeg op de kleedkamervloer. Ik voelde me bevoorrecht en trots dat ik – een donkere Surinamer – voor het Nederlands elftal mocht uitkomen.”

Stond je er vaak bij stil dat de zwarte bevolking je als rolmodel zag?

Hell yeah! En ook dat mensen mij als zwarte speler zagen. Daarom gaf ik altijd…” Zijn stem trilt, „…meer dan honderd procent. Je kan niet zeggen dat ik mijn hart en ziel niet gegeven heb voor dit land.”

Het klinkt alsof je je onbegrepen voelt.

„Dat maakt me niks uit. Het resultaat telt. Ik voetbalde in stadions voor 120.000 mensen. Ik wilde winnen en de beste zijn, natuurlijk gaf dat druk. Maar weet je wat écht druk geeft? Als je als donkere alleenstaande moeder twee kinderen moet voeden, maar geen geld hebt.”

Het verbaasde me dat er in de dagen erna meer gedebatteerd werd over de vraag of er wel gedemonstreerd mocht worden, dan over waarom al die mensen daar waren

Een ‘realist’ en ‘pragmaticus’ noemt Davids zichzelf. Een man die zich bij geen enkele politieke partij thuis voelt, maar niet uitsluit dat hij ooit nog de politiek in gaat. „Op dit moment” heeft hij er geen geduld voor, zegt Davids, en met zijn hoofd zit hij bovendien nog te veel bij het voetbal. Hij wil eerst trainer worden, „bij een club die bij me past”.

In de maanden voor de coronacrisis was Davids achter de schermen nauw betrokken bij het ‘aanvalsplan’ tegen racisme dat de overheid en de KNVB opstelden na de racistische uitingen, afgelopen najaar, jegens Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira in Den Bosch. Toen Davids kenbaar maakte dat hij deel van de oplossing wil zijn, nodigde voormalig VVD-minister van Sport, Bruno Bruins, hem uit. Het plan – met onder meer ‘slimme technologie’ voor opsporing van supporters die zich racistisch uiten en langere stadionverboden – werd begin februari gepresenteerd, maar wacht vanwege de coronacrisis nog op implementatie.

Heb je vertrouwen in het plan?

„De KNVB ziet in dat het een blank bolwerk is. Dat is stap één. Stap twee is het plan uitvoeren. De klok tikt en ik kijk mee.”

Lang niet alle voetballers spreken zich uit tegen racisme. Niet na ‘Den Bosch’, maar ook niet over Black Lives Matter. Vind je dat laakbaar?

„Ja en nee. Je moet er de persoonlijkheid voor hebben om achter zo’n cause te gaan staan. Want dit is geen hype, we gaan all the way. Niet iedereen heeft dat in zich. Maar wie zwijgt kiest ook kant: die houdt het systeem in stand. Iedereen die naar het filmpje van de dood van George Floyd kijkt, kan zich identificeren. De een voelt zich als de zwarte man die naar adem hapt. De ander als de agent die hem in bedwang houdt. Weer een ander kijkt naar de passant die toekijkt. Als je kant kiest, weet je wie je bent. Daar moet je mee leven.”