‘ESM-hulp Grieken ging te veel over bezuinigen’

Eurocrisis Onafhankelijk onderzoek toont aan dat Athene tijdens eurocrisis beter geholpen had kunnen worden.

2015: Grieken demonstreren bij het parlement in Athene voor financiële steun van het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM).
2015: Grieken demonstreren bij het parlement in Athene voor financiële steun van het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Foto Alexandros Vlachos/EPA

Het Europese steunprogramma voor Griekenland richtte zich te veel op het snijden in overheidsuitgaven en te weinig op het stimuleren van duurzame groei. Dat is de conclusie van een onafhankelijk onderzoek naar het Griekenland-programma van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds waaruit Eurozone-landen in nood financiële steun kunnen krijgen. Het rapport verschijnt op een pikant moment, nu Europa worstelt met een gezamenlijk antwoord op de coronacrisis.

De onafhankelijke onderzoekscommissie, onder leiding van voormalig Eurocommissaris Joaquín Almunia, oordeelt hard over het reddingspakket. Hoewel het er uiteindelijk voor heeft gezorgd dat Griekenland niet uit de euro viel, „faalde” het in het „krachtig nastreven van duurzame economische veerkracht op de lange termijn”. Ook hield het programma te weinig rekening met de sociale gevolgen voor de Griekse samenleving, aldus het rapport, dat op verzoek van het ESM werd opgesteld.

Het ESM ontstond in de eurocrisis om goedkoop geld te kunnen lenen aan landen in nood, in ruil voor hervormingen. Doel is niet alleen de ergste nood af te wenden, maar ook om landen uiteindelijk economisch weer op eigen benen te laten staan. Daarin slaagde het Griekenland-programma te weinig, concludeert het nieuwe rapport. Het programma richtte zich te sterk op het zo snel mogelijk in orde brengen van de begroting, in plaats van economische groei op de langere termijn. Een van de gevolgen is dat de inkomensongelijkheid in Griekenland nog altijd hoog is, net als de armoedecijfers en de werkloosheid.

Onenigheid

Een lange lijst aanbevelingen moet toekomstige programma’s effectiever maken. Zo zouden nieuwe reddingsoperaties meer gericht moeten zijn op duurzame economische groei, in plaats van dat deze alleen focussen op bezuinigingen. Van tevoren zou duidelijker moeten worden vastgelegd op welke onderdelen van de economie het programma zich concentreert, en zou een duidelijkere volgorde van de verschillende hervormingen moeten worden opgesteld.

Ook bekritiseert het rapport de grote onenigheid onder de bij het programma betrokken partijen, bijvoorbeeld tussen het IMF en de Europese instituties, maar ook tussen de Financiën-ministers van verschillende Eurolanden.

Lees ook: Een forse pot om de Europese economie te redden

De aanbevelingen komen op het moment dat Europa wikt en weegt over een gezamenlijke aanpak van de coronacrisis. Dat het ESM daarin een substantiële rol krijgt is onwaarschijnlijk: hoewel Europese lidstaten onlangs overeenkwamen dat landen in nood uit het fonds mogen lenen, lijkt vooralsnog geen van de landen daarin geïnteresseerd. Juist door de voorwaarden die in het verleden aan een ESM-lening verbonden werden, ligt het fonds in Zuid-Europese landen als Italië politiek uiterst gevoelig.

De discussie concentreert zich daarom nu op de precieze inrichting van een nieuw Europees herstelfonds. Zwaargetroffen landen zouden uit dat fonds subsidies kunnen ontvangen, op basis van een zelf opgesteld ‘herstelplan’. Maar over hoe streng de voorwaarden daarvoor moeten zijn en wie de naleving controleert, zal de komende tijd nog felle discussie ontstaan. Voor ‘zuinige’ landen als Nederland zijn strenge voorwaarden een harde eis, terwijl de casus Griekenland voor Zuid-Europese landen juist een schrikbeeld is voor de offers die een land zou moeten brengen in ruil voor hulp.

Lessen voor toekomst

In een reactie op het kritische rapport liet ESM-directeur Klaus Regling weten dat de aanbevelingen serieus zullen worden bekeken en als les kunnen dienen voor de toekomst. Eurogroepvoorzitter Mário Centeno, die als Portugees minister van Financiën in het verleden werd geprezen omdat hij zijn land zonder grote bezuinigingen uit de crisis haalde, ging nog iets verder en benadrukte donderdag dat de huidige crisisreactie in Europa laat zien dat er al lessen zijn geleerd.

Of Europese landen het binnenkort eens worden over een crisisrespons moet blijken, Centeno zelf zal er in elk geval niet meer aan bijdragen: deze week maakte hij bekend terug te treden als minister én eurogroepvoorzitter.