Opinie

In Amerika weet iedereen wat de kleur ‘wit’ betekent – Nederland komt er nu pas achter

Racisme Iedere Amerikaan beseft bij elke sociale interactie tussen zwart en wit de troebele geschiedenis. Nederland volhardt in telkens stomverbaasd staan, observeert .
Drive-in-bioscoop bij een diner in Queens, New York City.
Drive-in-bioscoop bij een diner in Queens, New York City. Foto Johannes Eisele / AFP

Eerst twee gebeurtenissen. De ene in Nederland, de andere in Amerika. Vorige zomer speelde mijn oudste zoon op het balkon van zijn huis in Amsterdam-Zuid. Het was de eerste keer dat hij een avond alleen thuis mocht zijn. Hij was destijds bijna 13, maar ziet er ouder uit. Ook wordt Sonny vaak aangezien voor een Marokkaan, net zoals mij overkwam toen ik jonger was.

Het balkon ligt aan de achterkant van het huis. Omdat de woningbouwvereniging daar aan het werk was, stonden er stellages. In de schemering was mijn zoon op de stellage voor het balkon gestapt, dat is wat jongetjes kunnen doen als ze aan het spelen zijn. Tot uit een van de ramen in de binnentuin een geweer op hem werd gericht door een buurman die riep: „Jij hoort hier niet”.

Van de stellage sprong Sonny naar binnen en belde 112. Een paar weken later, bij het mediationgesprek met de wijkagent, hoorden we dat het ging om een windbuks die dezelfde avond nog door de politie in beslag was genomen. De buurman vertelde lachend dat hij dit wapen had „gepresenteerd” omdat hij mijn zoon aanzag voor een inbreker.

Ik herinner me de ontspannenheid en relativering waarmee de buurman vertelde over een incident waarbij hij een 12-jarig kind onder schot had gehouden. Eigenlijk zag hij nog steeds niet dat hier iets verkeerds was gebeurd. En zijn uitroep dat mijn zoon „hier niet hoort” terwijl die bij zijn eigen balkon aan het spelen was? Volgens de buurman bedoelde hij natuurlijk dat een inbreker niet op die stellage hoorde te staan, het had niets te maken met het donkere uiterlijk van mijn zoon.

Jood tussen Afro-Amerikanen

De tweede gebeurtenis was een paar jaar geleden, in Memphis, Tennessee. Mijn moeder komt uit New York en we gingen bijna ieder jaar op vakantie naar haar ouders. Ze woonden in een deel van de Bronx dat eerst Joods was, tot daar Afro-Amerikanen kwamen wonen en alle Joden verhuisden. Behalve mijn grootouders.

Jaren later kwam ik als uitwisselingsstudent aan de University of Memphis ook terecht in een Afro-Amerikaans gezelschap. Op de Universiteit van Amsterdam zaten in die tijd niet of nauwelijks zwarte studenten. Pas in Memphis, een overwegend zwarte stad, zag ik: o ja, zij studeren natuurlijk ook.

Gregory werd een van mijn beste vrienden en we waren al twintig jaar van de universiteit af toen ik bij hem logeerde in Memphis. Na een avond uit zat ik achter het stuur van mijn huurauto en miste een afslag, dus we moesten nog een rondje rijden.

Dat de agent van de Memphis Police Department zijn zwaailichten aanzette om ons te laten stoppen, had waarschijnlijk te maken met de als vrouwen verklede mannen die in de buurt van Gregory’s huis zichzelf ’s nachts op straat prostitueerden. De agent dacht dat wij aan het cruisen waren voor she-males.

De politieagent was wit, Gregory is zwart en ik zat tussen ze in. Aan mijn kant van de auto vroeg de agent door het geopende raam of ik mijn rijbewijs wilde overhandigen. Met een zaklantaarn scheen de agent de auto in en zei dat ook mijn bijrijder zijn rijbewijs moest afgeven. Gregory merkte nog op dat het ongebruikelijk was dat hij om zijn rijbewijs werd gevraagd, aangezien hij niet achter het stuur zat.

Misschien duurde het tien minuten tot de politieagent terugkwam. Het leek wel een uur en in de tussentijd waren we allebei te gespannen om een woord uit te brengen. Nadat we onze rijbewijzen hadden teruggekregen en de agent was weggereden, zei Gregory: „Bedankt.” Ik vroeg waarvoor. „Gewoon”, zei hij. „Dat je erbij was. Ik weet niet wat er anders was gebeurd.”

Extreem en gewelddadig land

Wat wil ik zeggen met deze twee anekdotes? Vanaf het begin van zijn ontstaan was Amerika al een extreem en gewelddadig land. Vanuit Europa arriveerden immigranten die de oorspronkelijke bewoners lieten weten: dit land is nu van ons. In de eeuwen erna transporteerden ze onder dwang miljoenen Afrikanen om dit land voor ze te bewerken, in gruwelijke omstandigheden.

In het contact met de politieagent in Memphis, maar eigenlijk bij iedere sociale interactie in Amerika, zijn alle aanwezigen zich bewust van de geschiedenis en van de bepalende rol die deze permanente donderwolk ook vandaag nog speelt.

Tijdens de mediation op het politiebureau van de wijkagent in Amsterdam-Zuid wordt niet benoemd dat de buurman nooit op deze manier zou hebben gereageerd wanneer een blond buurjongetje op zijn eigen balkon had gespeeld – sterker, bij het ter sprake brengen van dit onderwerp wordt zelfs stomverbaasd gereageerd. Nee, natuurlijk had het niets te maken met Sonny’s uiterlijk, dat niet overeen komt met dat van de gebruikelijke bewoner in dit deel van Amsterdam-Zuid, hoe kon ik toch op dat idee komen?

Luister ook naar deze podcast: Ik dacht altijd dat ik wit was, tot ik reacties van anderen hoorde

Dezelfde, haast kinderlijke reactie is de afgelopen weken in Nederland te zien in reactie op de grote protesten in onze steden. Ook Nederland heeft een gewelddadige geschiedenis, alleen heeft die zich grotendeels overzee afgespeeld, zowel in de landen die werden veroverd door de West-Indische Compagnie als de Oost-Indische Compagnie.

Die afstand kan een verklaring zijn voor de verschillen met Amerika, het land waar door iedereen zo nadrukkelijk naar wordt gekeken dat de moord op George Floyd zorgt voor wereldwijde protesten tegen de situatie in eigen land.

In Amerika weet iedereen wat de kleur ‘wit’ betekent, inclusief de historische betekenis. In Nederland lijkt het alsof nu pas voor het eerst ‘wit zijn’ wordt benoemd als een afkomst, waar ook nog eens negatieve eigenschappen aan kunnen worden toebedeeld, zoals racisme en discriminatie. Minderheden zijn het allang gewend om als groep te worden beoordeeld – en meestal niet op een positieve manier. Maar in een groep die zichzelf altijd heeft gezien als de neutrale standaard wordt nu gedacht: wat is dit, waarom word ík ineens aangesproken op een systeem met racistische elementen terwijl dat niet door mij eigenhandig is aangelegd?

Racisme-pikorde

Een derde gebeurtenis. Laatst vroeg mijn vrouw: „Wat is een pok?” Op haar telefoon liet ze de voor haar onbekende afkorting zien: PoC. Ik zei dat ze er zelf een was. Als Afro-Surinaamse Nederlander is Lynn een Person of Color. Hoewel zij zwart is en ik slechts Joods, en zij dus hoger staat in de racisme-pikorde, is zij veel minder dan ik geïnteresseerd in dit onderwerp.

Als Jood is het voor mij onduidelijk waar ik onder val in de collectieve schuld die nu lijkt te worden uitgesproken over witte mensen. Zelf vind ik Joods iets anders dan wit, maar dit zeg ik in de wetenschap dat daar onder veel niet-Joden anders over wordt gedacht.

Ook ben ik me bewust van het mogelijke verwijt dat ik als witte man mezelf centraliseer door juist in deze tijd twee gebeurtenissen uit mijn eigen leven te delen. Deze space had ik aan black voices moeten laten. Ik had niet bij wijze van cultural appropriation met mijn white privilege de pijn van mijn vriend Gregory voor mezelf moeten opeisen.

Natuurlijk is de Nederlandse situatie onvergelijkbaar met de Amerikaanse. Hier bestaat niet hetzelfde grootschalige dodelijke politiegeweld dat in Amerika de directe aanleiding vormde voor de protesten. Alleen wordt dat ook nergens beweerd. Het gaat niet om de vraag of de Nederlandse activisten al dan niet een sympathieke of bedreigende uitstraling hebben. Ook gaat het niet om de vraag of ze soms lachwekkend overkomen met rechtstreeks uit Amerika gekopieerde termen.

Het gaat over het echte leven. Net zoals deze Engelstalige woorden niet noodzakelijk relevant zijn voor Nederland, zijn ook de fouten van burgemeester Halsema tijdens de demonstratie tegen racisme op de Dam dat niet, evenmin als haar eerder die dag opgespelde button met het jaartal 1873.

Waarom gaat het nu al dagenlang over de op z’n minst onhandige uitspraken van rapper Akwasi tijdens diezelfde demonstratie en niet over de vraag waarom zelfs tijdens een dodelijke pandemie vele duizenden Nederlanders het nodig vonden om naar de Dam te komen – en in de dagen erna naar allerlei andere plekken in Nederland?

Kinderachtige woordspelletjes

Waarom wordt in de Amsterdamse gemeenteraad een dag lang op een kleuterschoolachtig niveau gedebatteerd over de rol van burgemeester Halsema en niet over de oorspronkelijke aanleiding voor de demonstratie? Waarom komt minister-president Rutte nooit verder dan altijd weer die kinderachtige woordspelletjes, deze keer over het woord ‘systemisch’ in plaats van ‘institutioneel’? Waarom gaat het vrijwel uitsluitend over randzaken die los staan van de vraag hoe wij in Nederland met elkaar samenleven? Waarom komt het nooit tot een echt inhoudelijk gesprek?

Het is niet alleen het belastingtoeslagschandaal, ook op de woningmarkt, de banenmarkt en bij etnisch profileren door de politie kan objectief worden vastgesteld dat niet iedereen in Nederland gelijk wordt behandeld. Waarom dan dat toneelstukje waarin Nederland op wonderbaarlijke wijze het enige land ter wereld zou zijn waar nauwelijks of geen discriminatie bestaat?

In het zo racistische Amerika hebben ze Barack Obama gehad en Condoleezza Rice, Colin Powell en David Dinkins. In de Tweede Kamer werd naar aanleiding van de demonstraties een debat gevoerd over racisme waarbij niet één zwart Kamerlid aanwezig was. Omdat die er niet zijn. En in het kabinet zitten ze al helemaal niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.