Reportage

Eindelijk in het kamertje van Anne

Anne Frank Huis Dankzij de coronastilte kun je nu naar het Anne Frank Huis zonder die enorme rij toeristen. Een kans voor Amsterdammers: „Kom deze zomer”.

Foto Koen van Weel/ANP

De steile trap is verlaten. Uitgesleten traptreden herinneren aan drommen mensen. De ruimte met de boekenkast, die leidt naar het befaamde Achterhuis, is leeg. Even verderop staan Anne Franks onvolgroeide groeistreepjes op de muur, over een lengte van 13 centimeter. Lieflijke potloodstreepjes , als wreed contrast met de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

„Het was een verschrikkelijke tijd, die ik toen doormaakte. De oorlog woedde om ons heen en niemand wist of hij het volgende uur nog in leven was”, schreef Anne Frank op 25 maart 1944 in het Achterhuis op de Prinsengracht. „Ik kan het niet beschrijven, ik herinner me het tumult van die dagen ook niet meer erg scherp, weet alleen dat ik de hele dag door niets anders deed dan bang zijn.”

De Boekenkast naar het Achterhuis. Foto Koen van Weel/ANP

Is die angst überhaupt voelbaar, of de herinnering eraan levend genoeg, met tientallen toeristen om je heen, vraag ik me af in de lege slaapkamer van Anne Frank en haar veertig jaar oudere kamergenoot Fritz Pfeffer. Van de bezoekers in het Anne Frank Huis kwam 90 procent in de voorgaande jaren uit het buitenland (in 2019 meer dan 1,3 miljoen). Na ruim tweeënhalve maand dicht te zijn geweest, opende het museum op 1 juni de deuren weer. Er mochten maximaal 15 bezoekers per kwartier naar binnen – ‘pre-corona’ lag dat aantal op 80 – al is dat inmiddels opgehoogd naar 35 per kwartier.

Schaamte

„Wát, ben je nog nooit naar het Anne Frank Huis geweest?”, kreeg ik in 2011 herhaaldelijk te horen. Ik liep stage in New York en de Amerikanen die tijdens hun ‘Amsterdam-Parijs-Venetië-en-Rome-in-één-week-trip’ net wat verder hadden gekeken dan de Amsterdamse Wallen, waren met stomheid geslagen. Want woon je in „postzegel Amsterdam”, moet je toch minstens eenmaal in het Anne Frank Huis zijn geweest, vonden zij.

Met de Westertoren eenmaal in mijn rug zwakte de schaamte af, want: die ongeëvenaarde rij

Zo kwam het dat ik me regelmatig geneerde als ik over de Prinsengracht richting de Noordermarkt fietste. Maar met de Westertoren eenmaal in mijn rug zwakte de schaamte af, want: die ongeëvenaarde rij. Als een colonne mieren zwermden de toeristen zonder uitzondering over de Westermarkt en rondom het Homomonument.

Toen Pancakes Amsterdam in 2016 naast het Anne Frank Huis haar deuren opende, met als rechterbuur een Tours & Tickets, leek het museum officieel onderdeel van attractiepark Amsterdam („nummer 6” volgens het bord van de Hop On Hop Off-bus aan de overkant). Amsterdammer Tom Bremer (31) werd tijdens zijn bezoek enkele jaren geleden via een zijdeur binnengelaten en ontsnapte zo aan de rij voor het museum, maar ontkwam binnen niet aan het „stapvoetse geschuifel” in de smalle gangen en vertrekken. „Het accentueerde de kleine onderduikruimtes, maar deed af aan de beleving.”

Maar nu: een lege Westermarkt, een dichte Tours & Tickets, verplichte fysieke ruimte alom. „Tegen Nederlanders die het Anne Frank Huis willen bezoeken en dit wellicht vanwege de drukte nooit eerder hebben gedaan, zeg ik: kom deze zomer”, aldus algemeen directeur Ronald Leopold.

De vergelijking met de oorlog is in coronatijd herhaaldelijk gemaakt, vertelt Hanna Luden, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël. „Het is belangrijk om in de vergelijking ook de zeer grote verschillen te benadrukken. Anders dreigen we de kennis over toen en waar het toe heeft geleid, te verliezen. De gelegenheid over die geschiedenis in stilte te leren – en vooral waarvoor en waartegen we moeten blijven vechten – is belangrijk.”

Transportlijst, waarop onder meer de familie Frank. Foto Koen van Weel/ANP

Het teruggelopen bezoek heeft „grote impact” op het „onafhankelijke, niet-gesubsidieerde museum”. De Anne Frank Stichting houdt ook voor 2021 en 2022 rekening met veel lagere bezoekersaantallen en roept op tot donaties om zo hun educatieve werk – jongeren bewust maken van de gevaren van antisemitisme, racisme en discriminatie en het belang van vrijheid, gelijke rechten en democratie – te kunnen blijven voortzetten.

Antisemitisch sentiment

Het is donderdagochtend, het museum is vier dagen open, als Layla Mahabali (9), een notitieblokje in haar hand, voorovergebogen staat over de vitrine met het zo bekend geworden originele, roodgeruite dagboekje met de stoffen kaft (even verderop in het museum staan 67 uitgaven van het dagboek in verschillende talen). „Ik doe mijn spreekbeurt over Anne Frank. In het begin vond ik het bezoek wat spannend, ik was bang voor zielige foto’s, maar het viel me mee.”

„Wij Nederlanders zijn nu in de gelegenheid om dieper op Annes universele verhaal in te mogen gaan”, zegt Luden. Het biedt een moment voor reflectie en beschouwing: wat voor samenleving willen wij?” Dat is volgens haar hard nodig, want „het antisemitisch sentiment in Amsterdam wordt steeds gewoner”.

Foto Koen van Weel/ANP

Terwijl we 75 jaar vrijheid vieren, protesteren we massaal voor een herdefiniëring van die vrijheid en tegen discriminatie. In de slaapkamer van Anne doen vergeelde prentbriefkaarten en uitgescheurde magazineplaatjes aan de wand – van filmster Greta Garbo, Lily Bouwmeester – denken aan vervlogen kinderdromen.

Voor ik naar buiten loop lees ik het dagboekcitaat: „Ik wil nog voortleven, ook na mijn dood”, neergepend in een sierlijk meisjeshandschrift op 4 april 1944. Annelies Marie Frank, zoals te lezen valt op haar registratiekaart in opdracht van de nazi’s, stierf nog geen jaar later op vijftienjarige leeftijd in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen. Buiten in de regen steekt een meisje van een jaar of dertien op een skateboard de Prinsengracht over.