Een ‘groen herstel’ na corona kent veel valkuilen

Economisch herstel Nu overheden vele miljarden in stelling brengen om de economie te stimuleren, klinkt de roep om direct de strijd tegen klimaatverandering op te voeren. Hoe zou dit ‘groene herstel’ eruit moeten zien? En hoe kansrijk is dit idee?

Illustratie Sharon Coone

De schone lucht die mensen van Wuhan tot Los Angeles konden inademen. De Boeings die op Schiphol schijnbaar doelloos geparkeerd stonden op de landingsbaan. De onwerkelijke stilte op straat in toeristensteden Amsterdam, Barcelona en Venetië.

De unieke toestand van de wereldeconomie in het voorjaar van 2020 – minder productie, minder handel, minder bewegingen – lijkt een beetje op zijn einde te lopen, nu overheden in Europa, de VS en Azië hun lockdowns tegen verspreiding van het coronavirus versoepelen.

Hoe lang de toestand van ‘minder’ ook zal duren – wereldwijd breidt de pandemie zich vooralsnog uit – in de klimaatstatistieken is hij al zichtbaar. Wereldwijd dalen de emissies van broeikasgassen dit jaar waarschijnlijk met 8 procent, verwacht het Internationaal Energieagentschap (IEA). Dat is een recorddaling, zes maal zo groot als die in recessiejaar 2009.

Is ‘corona’ dus goed nieuws voor het klimaat? Niet per se. Volgens onderzoekers van de Verenigde Naties moeten emissies de komende tien jaar élk jaar bijna evenveel dalen – met 7,6 procent – om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken, zoals vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. Bij een bescheidener doel, opwarming tot 2 graden, moeten emissies nog steeds fors dalen: 2,7 procent per jaar.

Het succes van de strijd tegen klimaatverandering hangt voor een belangrijk deel af van „de beleidskeuzes in de komende zes maanden”, schreven enkele topeconomen, onder wie de Brit Nicholas Stern en de Amerikaan Joseph Stiglitz, onlangs in een studie voor de universiteit van Oxford. Want nu, stellen ze, beginnen regeringen na te denken over massale stimulering van de economie nadat de pandemie is uitgewoekerd. Waarschijnlijk komen vele honderden miljarden euro’s beschikbaar om de groei weer aan te zwengelen na de diepe coronarecessie. Zij pleiten voor massale investeringen in groene energie, energiebesparing en andere duurzame doelen.

Nu níet grootscheeps groen investeren heeft ook een prijs, mailt een van de auteurs van de studie, de Britse milieu-econoom Cameron Hepburn (universiteit van Oxford). Ongebreidelde klimaatverandering is zeer kostbaar, stelt hij. De schade door extreem weer en natuurgeweld loopt in 2050 in de „duizenden miljarden”.

Lees ook: Trump maakt milieu ondergeschikt aan economisch herstel – en hij niet alleen

Sandra Phlippen, hoofdeconoom van ABN Amro, onderschrijft dit. „We hebben het vaak over de kosten van de transitie, maar de kosten van de niet-transitie, díe zijn pas hoog”, zegt ze aan de telefoon. Ze wijst op een studie van de Amerikaanse econoom Matthew Kahn en collega’s, waaruit blijkt dat de wereld bij ongewijzigd beleid in 2100 6,2 procent armer zal zijn, dan wanneer het 1,5-gradendoel van ‘Parijs’ wordt gehaald.

„We moeten alles doen dat in onze macht ligt om groen herstel te bewerkstelligen”, zei Kristalina Georgieva, de baas van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), eind april op een door Duitsland georganiseerde klimaatconferentie. Het IMF beschouwt het klimaat inmiddels als economisch probleem van de eerste orde.

Maar de verleiding om de economie juist níet groen, of alleen maar een beetje groen, te herstarten is groot. De economische ravage door de coronapandemie is enorm, staatsschulden exploderen. Snel herstel lijkt minstens even belangrijk als groen herstel. Per decreet versoepelde de Amerikaanse president Donald Trump eerder deze maand klimaat-en milieuwetgeving, omdat deze het herstel zou belemmeren. Er zijn meer landen die dat doen, waaronder Canada en Brazilië.

Voorstanders van groen herstel zijn het er niet altijd over eens hoe dit eruit moet zien. Het kan gaan om investeringen, maar ook om belastingen en om het stellen van voorwaarden aan bedrijven die door de staat moeten worden gered. Met name dat laatste is omstreden. En dan is er de lastige factor draagvlak. Zonder publieke steun is elk klimaatplan ten dode opgeschreven.

Hoe zou groen herstel eruit zien - en waar zitten de valkuilen?

1 Groene investeringen

Illustratie Sharon Coone

Je zou die emissiedaling van 8 procent die het IEA voorziet groot kunnen noemen. Maar waarom vallen die emissies eigenlijk niet verder terug in tijden van lockdown, vroeg het Amerikaanse milieublog Grist zich onlangs af. Het antwoord: de energieopwekking gaat door (en verschuift deels van bedrijven naar thuiswerkers) en veel zware industrieën, zoals de staalindustrie, draaien ook verder. Die sectoren stoten wereldwijd de meeste CO2 en andere broeikasgassen uit. In zekere zin laat de coronacrisis dus juist zien hoeveel er nog moet gebeuren voor het doel van ‘Parijs’ bereikt wordt. Volgens het IMF is alleen al voor de transitie van de energiesector wereldwijd jaarlijks 2.300 miljard dollar (2.000 miljard euro) aan investeringen nodig om het 1,5-gradendoel te halen.

Na de crisis van 2009, zo staat in de studie van de universiteit van Oxford, was het grootste deel van de stimuleringsmaatregelen niet ‘groen’ (bijvoorbeeld: investeringen in duurzame energie), maar ‘kleurloos’ (steun voor banken) of zelfs ‘bruin’ (subsidies voor kolencentrales). CO2-emissies bleven de voorbije tien jaar oplopen. Die fout moeten overheden niet weer maken, zeggen de auteurs. Klimaatvriendelijke investeringen blijken ook vaak goed voor de economie. „Investeringen in groene energie leveren tweemaal zoveel banen op als fossiele investeringen”, mailt onderzoeker Hepburn. Vooral de aanleg van energie-infrastructuur is arbeidsintensief. Ook het energiezuinig maken van woningen en gebouwen creëert snel veel werk.

Ideeën voor investeringen zijn er te over. Nederlandse economen verbonden aan Sustainable Finance Lab pleitten begin juni in een open brief aan de Nederlandse politiek voor „duurzaam herstel” via Europese investeringen. „Denk aan netten voor glasvezel, warmte, biogas, smart grids, regionale lightrail en grensoverschrijdende hogesnelheidslijnen.”

Tot dusver hebben regeringen wereldwijd voor zo’n 9.000 miljard dollar de portemonnee getrokken om de economie tijdens de lockdowns draaiende te houden, becijferde het IMF. Maar dat geld is vooral naar werknemers, gezinnen, ondernemers en de zorgsector gegaan. Na de pandemie begint de fase waarin overheden gaan investeren om het economisch herstel aan te jagen. China kondigde onlangs een stimuleringspakket aan ter waarde van 450 miljard dollar. De Europese Commissie stelt aan de lidstaten een herstelfonds van 750 miljard euro voor. Duitsland investeert in z’n eentje 130 miljard euro om de economie na de coronacrisis te laten opbloeien.

Maar worden deze miljarden groene miljarden? Brussel zegt het herstelfonds te willen koppelen aan de Green Deal, het plan om de EU klimaatneutraal te maken. Een kwart van die 750 miljard in het herstelfonds moet naar het klimaat gaan. Het Duitse pakket bestaat ook voor zo’n kwart uit klimaatinvesteringen, waaronder subsidies voor elektrische auto’s en het energiezuinig maken van gebouwen.

Het Chinese programma is weliswaar voor een deel gericht op verduurzaming, maar China blijft tegelijkertijd kolencentrales bouwen. In de Verenigde Staten, waar de overheid voor 2.300 miljard heeft uitgegeven om burgers en bedrijven de pandemie door te helpen, hangt veel af van de verkiezingen van november.

Kortom, een wereldwijde groene investeringsgolf laat op zich wachten. Bovendien is er door de pandemie inmiddels een achterstand opgebouwd. Energieagentschap IEA meldde eind mei dat dit jaar minder windmolens, minder zonnecellen en andere duurzame energieprojecten worden neergezet dan vorig jaar door de onzekerheid rondom de coronacrisis. Het is de eerste daling sinds twintig jaar. Waarschijnlijk zullen investeringen wel weer opveren, maar dit is afhankelijk van de vraag of regeringen „het juiste doen in hun herstelmaatregelen”, aldus IEA-directeur Fatih Birol op de IEA-website.

2 Voorwaarden aan steun voor bedrijven

Nu overheden bedrijven te hulp zijn geschoten met miljarden aan subsidies en kredietgaranties, kunnen ze ook duurzaamheidseisen stellen aan die bedrijven. Stél die eisen dan ook, zo staat in de open brief van Sustainable Finance Lab. „Vraag van bedrijven die steun nodig hebben een bedrijfsplan dat aangeeft hoe zij hun ecologische voetafdruk zullen verminderen.” Ook buiten het duurzaamheidscircuit klinkt dit geluid. De Britse zakenkrant Financial Times – doorgaans geen fan van overheidsingrijpen bij bedrijven – pleitte onlangs in een hoofdredactioneel commentaar voor strenge groene voorwaarden aan vervuilende bedrijven die steun ontvangen. „Op zijn minst” moeten die een „stevig plan” laten zien „hoe zij hun emissies terugbrengen tot nul in uiterlijk 2050”, schrijft de krant.

Hoe gaat het in de praktijk? In de VS krijgen oliebedrijven, die zwaar in de problemen zitten door de gekelderde olieprijs, 1,9 miljard dollar aan belastingvoordelen in coronanoodwet CARES, zo meldde persbureau Bloomberg onlangs. En dit zonder voorwaarden. 60 miljard dollar voor Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen wordt ook uitgedeeld zonder eisen.

In Europa wordt de fossiele energie niet op de been gehouden met overheidsmiljarden, maar de luchtvaart wel, met vele miljarden aan staatssteun. De Europese Commissie laat het stellen van groene eisen aan de lidstaten, wat resulteert in grote verschillen. Frankrijk redt Air France op voorwaarde dat de maatschappij binnenlandse vluchten schrapt die per trein gemaakt kunnen worden. Aan de Duitse steun voor Lufthansa zijn geen groene eisen verbonden. Maar Lufthansa-dochter Austrian Airlines mag van de Oostenrijkse regering, die meebetaalt aan de redding van die maatschappij, geen tickets meer aanbieden voor een prijs lager dan de ticketbelastingen (gemiddeld 40 euro). Het Financieele Dagblad meldde deze week dat ook KLM mogelijk klimaatseisen krijgt opgelegd, zoals het schrappen van korte vluchten.

Dat is geen goed idee, vindt Phlippen van ABN Amro. „De verleiding is groot om tegen KLM te zeggen: wij zijn de baas, nu gaan jullie verduurzamen. Maar dan creëer je een ongelijk speelveld: je zet KLM op 1-0 achterstand met de concurrentie. Dat is in niemands belang.”

Wel in ieders belang, zegt Phlippen, is het om nu maatregelen versneld te nemen die wél breed effect sorteren voor het klimaat. Daarbij denkt ze vooral aan „prijsprikkels”: invoering van een kerosinebelasting voor de luchtvaart en van een CO2-heffing voor het bedrijfsleven.

3 Groene belastingen

Illustratie Sharon Coone

Die prijsprikkels zijn een derde optie voor groen herstel. In plaats van „op de bestuurdersstoel van bedrijven te gaan zitten” kan de overheid beter de vervuiling snel een prijs geven, meent Phlippen. „De markt laat je de transitie dan verder vormgeven.” Naast de „wortel” van groene investeringen moet volgens Phlippen ook een „stok” komen: meer belasting op de uitstoot van broeikasgassen. Juist nu, stelt de econoom, kun je die CO2-belasting goed invoeren. Want de omzet van bedrijven is laag en de kosten van de belasting dus ook. „Pas als de omzet omhoog gaat, gaat de belastingteller echt lopen. Nu kunnen bedrijven zich dus goed voorbereiden.”

Lees ook deze column: CO2-heffing: juist nu, of nu even niet?

Ook De Nederlandsche Bank (DNB) noemt het beprijzen van CO2-uitstoot in een recente publicatie „de meest effectieve maatregel voor een groen herstel”. Het Europese emissiehandelssysteem (ETS), waarin bedrijven uitstootrechten kunnen kopen en verkopen, moet volgens DNB worden aangescherpt en uitgebreid. Het aantal ongebruikte emissierechten is door de coronacrisis toegenomen, waardoor de prijs van uitstoot op de ETS-markt is gedaald. Ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron bepleitten onlangs een strenger ETS als onderdeel van een Europees herstelplan. Ze willen ook uitbreiding daarvan. Nu vallen alleen de rond 11.000 grootste vervuilende bedrijven in Europa eronder.

Als Europese maatregelen uitblijven, kan Nederland ook op nationaal niveau de CO2-uitstoot „adequater beprijzen”, meent DNB. De door het kabinet geplande CO2-belasting voor de industrie, die volgend jaar moet ingaan, is „een goede stap, maar niet voldoende”. De uitstoot van andere sectoren, zoals landbouw, transport en de bouw, worden nog „te weinig beprijsd”, aldus DNB, dat al jaren hamert op de noodzaak van strenger klimaatbeleid. Volgens de toezichthouder kan klimaatverandering leiden tot financiële instabiliteit.

Vooralsnog is de realiteit weerbarstig. De CO2-heffing voor de industrie zal, verklaarde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) onlangs, „de eerste jaren tot nagenoeg geen lasten voor het bedrijfsleven leiden”. Volgens de minister heeft de „voorzichtige start” te maken met de onzekere economische tijden van dit moment. Zo lijkt de coronacrisis de invoering van prijsprikkels op vervuiling nog geen impuls te geven. In de VS, waar prominente economen al jaren pleiten voor een CO2-belasting, is dit middel onder de huidige regering volstrekt kansloos. China bouwt, in navolging van Europa, aan een eigen emissiehandelsysteem dat dit jaar nog van start moet gaan. Volgens Chinese activisten van milieuorganisatie Environmental Defense Fund lijkt de vertraging van dit plan door de coronacrisis beperkt te blijven. Maar van versnelling is ook geen sprake.

4 Draagvlak creëren

Illustratie Sharon Coone

Bij prijsprikkels is er één groot risico, meent de Franse econoom Jean Pisani-Ferry. Dat is gebrek aan publieke steun. Het extra belasten van het bedrijfsleven zal niet zomaar populair zijn nu de werkloosheid omhoogschiet, schrijft Pisani-Ferry op de website van de Brusselse denktank Bruegel waaraan hij is verbonden. „Het is heel aannemelijk dat de kloof dieper zal worden tussen hen die bezorgd zijn over het einde van de wereld, en hen die bezorgd zijn over het einde van de maand.”

Pisani-Ferry kan het weten. Hij werkte mee aan het verkiezingsprogramma van de Franse president Macron en onderschatte, net als de rest van het Franse establishment, hoe groene belastingen de toorn van de bevolking kunnen wekken. Een CO2-belasting op diesel was mede aanleiding voor het ontstaan eind 2018 van de protestgolf van de ‘gele hesjes’.

In een onderzoek van opiniepeiler Ipsos in april in veertien landen, waaronder enkele Europese landen, China en de VS, zei 71 procent van de ondervraagden klimaatverandering als even ernstige bedreiging te beschouwen als Covid-19.

Maar als welvaart en banen op het spel staan, is de steun voor klimaatbeleid kwetsbaar. Het pleidooi van DNB om ook de landbouw, het transport en de bouw zwaarder te belasten voor CO2-uitstoot, zal niet makkelijk te realiseren zijn in recessietijd. Denk aan de boerenprotesten vanwege hogere stikstofnormen van vóór corona. Politieke meerderheden organiseren voor groen herstel zal waarschijnlijk een minstens zo grote opgave blijken als het groene herstel zelf.