Reportage

De sirenes waren het ergst, zegt men in Bergamo

Italië Bergamo is de Italiaanse provincie die het zwaarst door corona is getroffen. De sirenes loeien nog na in de hoofden van de inwoners. „We hebben te veel meegemaakt om luchtig te doen.”

Alberto Ceresoli, hoofdredacteur van de lokale krant.
Alberto Ceresoli, hoofdredacteur van de lokale krant. Foto Marc Leijendekker

De ambulances, en dan vooral: de sirenes. Ti-da-di-daaa. Een halve tel ti-da-di, anderhalve tel het vijf noten lagere dâââ. Wie je ook spreekt in de provincie Bergamo, over die sirenes begint vroeg of laat iedereen. Sinds begin maart ging het geluid dag en nacht door, zeker zes weken lang, een bijna constant alarm dat liet horen dat het Covid-19-virus hier een verwoesting heeft aangericht zoals nergens anders in Italië.

„Het was heel raar”, zegt ondernemer Giuseppe De Beni. „Ik had al mijn mensen naar huis gestuurd. Beneden in de controlekamer zaten de twee mensen die er altijd moeten zijn, en ik alleen boven op kantoor. Verder niemand. Iedereen was in lockdown. Je hoorde helemaal niets, behalve het geluid van de ambulances die af en aan reden naar het ziekenhuis van Alzano, hier hemelsbreed een kilometer vandaan.”

Zijn bedrijf Italgen, dat vijftien waterkrachtcentrales in Noord-Italië beheert, ligt in de zwaar getroffen Seriana-vallei, een gebied ten noordoosten van Bergamo waar veel bedrijven zitten. „Dat voortdurende geluid van die ambulances, al die doden, dat was enorm aangrijpend. We zaten hier tegen de paniek aan.”

‘Thuis was je machteloos’

Ook bij Paolo Gritti spelen de sirenes nog door zijn hoofd. Niet die van nu – daaraan is hij gewend als anesthesist-reanimator van het moderne Papa Giovanni XXIII-ziekenhuis, genoemd naar de beroemde paus uit Bergamo. Maar de sirenes uit het hoogtepunt van de coronanood, in maart en april. Doodmoe thuiskomen na alle overuren, slapen in de schuur omdat de nabijheid van het gezin en het echtelijk bed te riskant zijn, en dan wakker liggen door alle adrenaline en horen dat de sirenes blijven loeien. „Dat gaf de meeste stress”, vertelt Gritti terwijl hij de bezoeker door het ziekenhuis gidst. „Hier had je het gevoel dat je nuttig was. Thuis, alleen in je bed, niet kunnen slapen, en die sirenes. Je voelt je dan zo machteloos.”

Ook het bééld van de ambulances was indrukwekkend, zegt Alberto Ceresoli, hoofdredacteur van de lokale krant. De vraag was welke foto het coronadrama voor hem het best weergeeft. Die van de militaire vrachtwagens vol lijkkisten die van Bergamo naar elders rijden omdat de lokale crematoria het niet meer aankonden? „Voor de mensen van buiten was dat het signaal dat hier iets verschrikkelijks aan de hand was. Maar voor mij is dé foto die bij het ziekenhuis van Seriate (iets ten oosten van de stad Bergamo, red.). Eén van onze lezers heeft die met een telefoon genomen. Twaalf ambulances die in de rij staan voor de eerstehulppost, met zwaailichten aan, wachtend tot de artsen tijd hebben voor hun patiënt.”

De Noord-Italiaanse regio Lombardije is van alle regio’s het zwaarste getroffen door het coronavirus. Van de 235.000 vastgestelde coronagevallen waren er zo’n 90.000 in Lombardije. In de provincie Bergamo, met 15.000 coronagevallen, is bij 1,2 procent van bevolking besmetting vastgesteld.

De impact van het drama is nog zichtbaar op straat. Bijna iedereen houdt zich aan de mondkapjesplicht die in Lombardije op straat geldt. De meerderheid draagt het kapje ook over de neus, zelfs bij mooi weer op zaterdagmiddag in de Città Alta, het hooggelegen historische centrum van de stad Bergamo. Alleen voor een ijsje of een Spritz, het traditionele aperitief, gaat het kapje even opzij. „We hebben te veel meegemaakt om luchtig te doen over beschermende maatregelen”, zegt de man achter de toog in een bar, nadat hij zijn ‘pistola’ op het voorhoofd van een nieuwe klant heeft gericht om diens temperatuur te meten. Op de toog binnen zijn plexiglasafscheidingen gemaakt om te voorkomen dat koffiedrinkers elkaar besmetten. Op het terras buiten praten mensen met elkaar aan tafeltjes met plexiglas in het midden.

Anesthesist-reanimator Paolo Gritti
Foto Marc Leijendekker
Alberto Ceresoli, hoofdredacteur van de lokale krant.
Foto Marc Leijendekker
Restaurant Gennero e Pia, in het centrum van Bergamo.
Foto Marc Leijendekker
Foto’s Marc Leijendekker

„De mensen zijn aangeslagen, maar niet teneergeslagen”, zegt Rudie Campagne, directeur van het hightechbandenbedrijf Vittoria. „Er hangt iets in de lucht van: nu gaan we het laten zien ook. Let’s make it happen.” In deze provincie toont Italië een gezicht dat Nederland minder goed kent. Hardwerkende mensen die liever doen dan praten. Grote onderlinge verbondenheid. Spaarzaamheid, aangewakkerd door calvinistische invloeden van de vele Zwitsers die zich hier in de loop der eeuwen hebben gevestigd.

Dit is een van de centra van de economische kracht van Italië. „Vergeet niet: Italië is het tweede industrieland van Europa”, zegt Campagne. „Ze zijn wereldkampioen met een hele reeks producten.” Zo zit in de provincie Bergamo de marktleider in remsystemen voor auto’s en motoren, Brembo. Italië had vorig jaar een handelsoverschot van ruim 50 miljard euro. „Als je weet dat ze bijna al hun energie moeten importeren, dan kan je nagaan wat ze exporteren.”

In de provincie Bergamo alleen is sprake van 15.000 besmettingen – 1,2 procent van de bevolking

De mensen in Bergamo hebben een praktische instelling, zegt Campagne’s collega De Beni. Een voorbeeld? Na de verscherping van coronamaatregelen op 8 maart was er schreeuwend behoefte aan gezichtsmaskers. Twee dagen later hadden een bedrijf dat stoffen maakt, een fabrikant van luiers en een onderneming voor fietskleding de handen ineengeslagen en samen een prototype voor een masker ontwikkeld. „We kijken elkaar aan en we doen het.”

De puzzel: wat ging er mis?

„De pandemie heeft dit gebied overvallen”, zegt De Beni. Het is een vraag die veel mensen bezighoudt. Waarom was het hier zo veel erger dan elders in Italië, elders in Lombardije ook? Was het de manier waarop de gezondheidszorg is georganiseerd in Lombardije: veel aandacht en geld voor grote ziekenhuizen, verwaarlozing van het lokale zorgnetwerk – waardoor besmette patiënten die beter thuis hadden kunnen uitzieken, via ziekenhuizen weer andere mensen hebben besmet? Waren het de fouten die bestuurders hebben gemaakt, zeker bezien met de kennis van achteraf?

Lees ook: ‘De ongetelde doden in de verzorgingshuizen

Waarschijnlijk. Maar er is meer. Paolo Gritti, de arts, vertelt uit eigen ervaring hoe moeilijk die reconstructiepuzzel is. Het is eind februari. Zeventig kilometer zuidelijker is net corona-alarm geslagen, maar in het ziekenhuis in Bergamo zijn alle tests nog negatief. Toch is Gritti op zijn hoede. Als hij met zijn ouders een pizza gaat eten, zit hij aan het hoofd van de tafel, op afstand. Wie weet is hij besmettelijk zonder het te weten.

Korte tijd later blijkt dat zijn moeder toen al besmet wás. Ze had het virus opgelopen bij een bezoek aan haar huisarts. „Dat is toch paradoxaal”, zegt Gritti. „In het ziekenhuis hadden we nog geen positieven, maar thuis al wel.” Zijn vader wordt ook ziek, net als zijn broer en een neef. Zijn vader, hartpatiënt, overleeft het niet.

Anekdotisch blijkt dat er in januari opvallend veel zware longontstekingen zijn geweest

„Maar ik heb geluk gehad”, zegt Gritti. „Ik heb mijn vader tot het laatst kunnen verzorgen, thuis. Op de avond ervoor heeft mijn broer een foto gemaakt, van mijn moeder die de hand van mijn vader vasthield. Het was een erg mooi moment. Tijdens hun leven hebben ze nooit genegenheid uitgewisseld. Hun de mogelijkheid te hebben gegeven op zo’n manier afscheid te nemen, is een voorrecht dat veel mensen niet hebben gehad. Dan ging iemand weg in de ambulance en zag je ’m nooit meer terug.”

Er zijn aanwijzingen dat het virus al in januari aanwezig was in Lombardije, ruim voordat op 20 februari de eerste Italiaan positief werd getest op corona. Mogelijk hebben de Kerstdagen een rol gespeeld, momenten waarop veel mensen elkaar opzoeken. Anekdotisch blijkt dat er in januari opvallend veel zware longontstekingen zijn geweest.

Rode zones

Hoofdredacteur Alberto Ceresoli haalt de krant van 31 maart erbij. Uit een reconstructie door artsen en zorginstellingen uit Lombardije, gebaseerd op het ziekteverloop van mensen die na 20 februari positief zijn getest, blijkt dat het virus al begin januari in Lombardije rondging. Eerst in de omgeving van Codogno, een van de twee volledig afgesloten ‘rode zones’ die eind februari zijn ingesteld. En vanaf de derde week van januari in de provincie Bergamo. Elke drie dagen verdubbelde daar het aantal besmettingen, blijkt uit de reconstructie. Speelde misschien mee dat de hightechtextielbedrijven in de Seriana-vallei veel contact hebben met China?

Fietser in Bergamo, half mei. Er geldt in de stad, provincie en hele regio Lombardije nog altijd een mondkapjesplicht.
Foto Flavio lo Scalzo / Reuters

Intensive care-unit in het Papa Giovanni XIII-hospitaal, Bergamo


Foto Flavio lo Scalzo / Reuters

Zo kunnen meer vraagtekens worden gezet. Zoals bij de rol van de wedstrijd voor de Champions League van Atalanta Bergamo tegen Valencia. Op 19 februari, ruim 24 uur voordat in Codogno het eerste corona-alarm klonk, zongen 40.000 Atalantafans in het stadion hun club naar een 4-1 overwinning. Of bij de rol van het ziekenhuis van Alzano, aan het begin van de Seriana-vallei. Dat werd in de nacht van 22 op 23 februari een paar uur gesloten omdat patiënten op twee afdelingen positief bleken te zijn. Een paar uur later ging het op last van de regio weer open. Was dat niet onverstandig?

De studies van virologen lopen nog. Justitie onderzoekt nog een andere kwestie. Begin maart was duidelijk geworden dat Covid-19 zich razendsnel aan het verspreiden was in de Seriana-vallei. Moest dit ook geen rode zone worden, volledig afgesloten van de rest? „Iedere ochtend als ik naar mijn werk ging, zag ik dat de militairen klaarstonden om de boel af te sluiten”, herinnert De Beni zich. „Maar het gebeurde niet.”

Vier dagen lang was het parool: vandaag niet, misschien morgen. Uiteindelijk werd besloten een beperkt, maar geen volledig, reisverbod af te kondigen voor grote delen van het noorden.

De ondernemersorganisatie Confindustria heeft een nieuwe rode zone tegengehouden, is van verschillende kanten geroepen. Ondernemer Campagne zegt dat Confindustria op z’n minst aarzelde. Maar Agostino Piccinali, voorzitter van de provinciale afdeling van Confindustria, ontkent fel. „Ik heb nooit druk uitgeoefend om sluiting te voorkomen.”

Lees ook dit interview met een Italiaanse microbioloog: ‘De eerste verspreiders van dit virus zijn jong’

Intussen proberen de meeste mensen in Bergamo de draad weer op te pakken. Dat zie je ook in restaurant Gennero e Pia, in het centrum van de stad. Twee oudere heren komen voor het eerst sinds de corona-uitbraak weer eten. Bijna iedereen van het personeel komt langs voor een buonasera dottore. Op luide toon, want een van de twee is hardhorend. Dat die, misschien door de emotie, een volle fles rode wijn omgooit, verbreekt het markante van het moment niet. Wat de heren na drie maanden willen eten? Vongole natuurlijk.

Hoofdredacteur Ceresoli zegt dat er nu een zekere vastberadenheid in de stad hangt. „Het klinkt misschien raar, maar die duizenden doden betekenen waarschijnlijk extra motivatie voor de mensen hier. Niemand wil vergeten wat er is gebeurd, hoe een hele generatie van ouderen is gehalveerd of erger. Maar het verlangen om weer aan de slag te gaan is bijna tastbaar. De mensen willen zorgen dat er Bergamo er snel weer bovenop komt. Dat is het beste monument dat je voor de doden kunt oprichten.”