Recensie

Recensie Boeken

De lokken van avontuurlijke Sophie hebben de kleur van bliksem

Kinderboek Al meteen aan het begin van Sophie op de daken van Katherine Rundell is het alsof je in een vergeten Victoriaanse kinderboekenklassieker bent beland: avontuurlijk, ouderwets, elegant.

Illustratie van omslagbeeld

Oliver Twist, Pippi Langkous, Harry Potter, Lampje – het wemelt van de hele en halve wezen in de kinderliteratuur. Dat is natuurlijk niet toevallig. Zonder betuttelende volwassenen is er ruimte voor avontuur: kinderen kunnen onbelemmerd toegeven aan hun vrijheidsdrang en zoektocht naar identiteit, en dat levert vaak meeslepende verhalen op.

Sophie op de daken van bekroond schrijftalent Katherine Rundell past in deze beproefde weeskindboekentraditie. Vanaf het moment dat het babymeisje Sophie in de openingsscène in een drijvende cellokist uit Het Kanaal wordt gevist na de ondergang van de Queen Mary, voelt het alsof je in een vergeten Victoriaanse kinderboekenklassieker terecht bent gekomen. Dat komt hoofdzakelijk door Rundells aangenaam ouderwetse manier van vertellen vanuit een alwetend perspectief, in een beeldende, elegante taal (zo is Sophie ‘uit maanstof gesneden’ en heeft ze ‘haar in de kleur van de bliksem’) en met een tongue in cheek-humor die haar Britse roots verraden.

Die geestigheid is vooral op het conto te schrijven van Sophies redder, de boomlange, aristocratische Londenaar Charles Maxim die meer van boeken dan van mensen begrijpt: een Roald Dahlachtige excentrieke vrijdenker die volledig solidair is met zijn beschermelinge, een kind en meisje bovendien. Zo antwoordt hij als juffrouw Eliot van de Raad voor de Kinderbescherming hem vraagt hoe hij als man alleen Sophie denkt op te voeden: ‘Ik ga van haar houden. Afgaande op de poëzie die ik heb gelezen, zou dat voldoende moeten zijn.’

Ambtenaren met dossierkasten

Vanzelfsprekend hebben Charles’ emancipatoire mentaliteit en eruditie grote invloed op Sophie. Vanuit het credo ‘zonder kennis zie je maar de helft van de wereld’ groeit ze op met Shakespeare en andere literaire grootheden. Ook het hebben van een gezonde dosis wantrouwen jegens de autoriteiten is een essentieel onderdeel van haar onorthodoxe opvoeding. Dat resulteert niet alleen in spitsvondige opmerkingen over ambtenaren die dossierkasten hebben waar hun hart had moeten zitten, maar ook in oprechte wijsheden: ‘Organisaties zijn veel minder slim dan mensen, Sophie’, zegt Charles. ‘Vooral wanneer jij zelf dat mens bent.’

Het wezenlijkste wat Charles Sophie bijbrengt, is ‘dat ze altijd elke mogelijkheid in het leven moet onderzoeken’. Dat sterkt het meisje in haar idee haar moeder te gaan zoeken: hoe onwaarschijnlijk ook, Sophie denkt dat ze de schipbreuk heeft overleefd en verlangt, gedreven door de herinnering aan haar cellospel, intens naar haar. Die hunkering naar moederliefde verbeeldt Rundell overtuigend. Hartroerend is bijvoorbeeld het tafereel waarin Sophie haar moeder probeert te visualiseren: als Sophie haar ogen wil tekenen, hapert haar fantasie. Uiteindelijk tekent ze een boom in de wind en daarna haar dat over het gezicht wordt geblazen.

Cellomuziek

Wanneer Sophie in haar moeders oude cellokist een adres in Parijs vindt, vertrekt ze met Charles naar de Franse hoofdstad, vastberaden daar haar moeder te vinden. In die tweede helft van het boek verliest Rundell echter helaas de greep op haar personage doordat de nadruk nogal op de plot ligt – zeker vergeleken met haar boeken Feo en de wolven en De Ontdekkingsreizigers, die Rundell later schreef, maar hier eerder verschenen. Die plot is overigens wel knap uitgewerkt: Sophies vlucht door het dakraam van haar hotelkamer, waar Charles haar, bevreesd voor haar veiligheid na een clash met de Franse politie, had gelast te blijven, brengt het verhaal in een spannende stroomversnelling, en is bovendien een prachtige metafoor voor de grillige zoektocht van kinderen naar persoonlijke vrijheid. Rennend en vliegend over de Parijse daken zoekt Sophie, geholpen door een groepje vrijgevochten ‘luchttrappers’ (tussen de daken wonende weeskinderen), naar de bron van de nachtelijke, feeërieke cellomuziek die in de stad naar boven zweeft. Eerlijk is eerlijk: in deze betoverende, filmische wereld is het heerlijk wegdromen. En dat Sophies belangrijkste vondst haar eigenheid is, is een even mooie als volwassen uitkomst.