Opinie

De kloof tussen economie en beurs is wel erg wijd geworden

Wall street

Commentaar

Het ziet er niet best uit voor de wereldeconomie en de Nederlandse economie. Alleen al deze week kwamen achtereenvolgens De Nederlandsche Bank (DNB), de Wereldbank en de OESO met steeds zwartgalliger prognoses voor dit jaar. De Wereldbank noemt de coronarecessie een van de vier zwaarste van de afgelopen anderhalve eeuw. En daar zijn de Eerste en Tweede Wereldoorlog bij meegerekend.

Voor Nederland voorziet DNB een krimp met 6,4 procent in zijn basisscenario. De OESO noemde woensdag 10 procent. Negatievere scenario’s waarbij de pandemie langer duurt of een tweede golf doormaakt, komen vanzelfsprekend op nog grotere krimpcijfers. Aanstaande dinsdag komt ook het Centraal Planbureau met nieuwe ramingen.

Tegelijk is er op de financiële markten veel minder te merken van de doemstemming. Hoewel de sfeer daar in de loop van de week wat verslechterde, bereikten veel aandelenindices nog afgelopen maandag hun hoogste punt sinds het begin van het jaar. De Amerikaanse Nasdaq, waarin technologiefondsen sterk vertegenwoordigd zijn, zette zelfs een nieuw record neer.

Wie naar de beurzen kijkt zou niet denken dat de wereld een ongekende val van welvaart doormaakt. Maar miljoenen mensen die wereldwijd juist de afgelopen jaren aan diepe armoede waren ontsnapt, vallen daar weer in terug. De werkloosheid is sterk gestegen en zal volgens de Amerikaanse centrale bank in de VS nog minstens anderhalf jaar op 10 procent of meer blijven steken. Dat geldt ook voor de eurozone.

Overheden hebben wereldwijd voor duizenden miljarden euro’s en dollars aan steun opgetuigd voor de economie. Maar niet elk land beschikt over de diepe zakken die bijvoorbeeld Duitsland en Nederland - mede dankzij prudent beleid in het verleden - hebben. Centrale banken springen dan ook in. Zij hebben grootscheepse liquiditeitssteun verleend om te voorkomen dat de kredietmarkten, net als na de Lehmancrisis van 2008, opdrogen. Maar er worden ook grootschalig leningen opgekocht. Staatsleningen, stevige bedrijfsleningen, maar ook steeds wankeler kredieten aan probleembedrijven.

De Europese Centrale Bank was al begonnen aan een program van 750 miljard euro en deed daar vorige week 600 miljard bij. De omvang van alleen al dit deel van de monetaire steun komt neer op ruim 9.000 euro per huishouden in de eurozone. Op deze manier blijft de rente laag en opent zich de mogelijkheid voor de financiering van overheidssteun met ‘nieuw’ geld.

Het is goed mogelijk dat de financiële markten zo goed blijven drijven door de laag gehouden rentes en de geldvloed. Lage rentes versterken ook het motief van spaarders om hun geld in aandelen te steken. Alternatieven leveren nauwelijks meer iets op. De lage rentes zijn in Nederland een plaag voor de pensioenfondsen: daar is een breed akkoord over pensioenvoorwaarden nog steeds niet helemaal af.

Het is begrijpelijk dat met name de monetaire steunprogramma’s worden gezien als een duwtje in de rug voor het beleggende deel van de bevolking. Zo wordt de kloof tussen arm en rijk, net als na de Lehmancrisis, alleen maar groter. Maar een alternatief voor de monetaire steun is er op korte termijn niet of nauwelijks. Intussen nadert de dag des oordeels. Óf de beurzen hebben gelijk, en de crisis wordt niet zo diep als de economische modellen voorzien. Of de werkvloer van de echte economie komt het feestje op de financiële markten alsnog verstoren.