‘De joodse gemeenschap is net een klein dorp’

Spitsuur Ruben (43) en Tirtsa (38) Salomon genieten van hun kinderen in coronatijd. Zijn restaurants waren een tijd dicht en haar school draait op een laag pitje. „Dagelijks fietsen met het hele gezin: dat waren hoogtepunten.”

Foto David Galjaard

Tirtsa: „Op 11 februari ben ik bevallen van onze dochter Mila. Het gaat heel goed, maar het was niet een ideale tijd om een derde kind te krijgen. Ik vond het wel heftig om met iedereen tegelijkertijd thuis te zijn en niet mijn rust met de kleine meid te kunnen pakken. Ik had een keizersnede, dus ik moest wel even herstellen.”

Ruben: „Ik zat ‘gelukkig’ noodgedwongen thuis. Op de verjaardag van onze middelste kregen wij te horen van de overheid dat de horeca dicht moest.”

Tirtsa: „Eigenlijk zou ik onbetaald ouderschapsverlof opnemen, maar dat vonden we niet verstandig nu – en Ruben zit toch thuis.”

Ruben: „Ik ben met Bagels & Beans onderdeel van een franchiseketen, maar draag als zelfstandig ondernemer wel de vaste lasten, net als voor Stroom. De eerste periode denk je: wat nu? Hoe ga je je kosten dragen? Hoe ga je met je personeel om? Ik heb acht fulltimers en 22 parttimers in dienst. Ik heb niemand ontslagen, dankzij de regelingen van de overheid. Alleen parttimers die korter dan drie maanden in dienst waren, moest ik laten gaan. Nadat we hadden gehoord dat we dicht moesten, heb ik die maandag alle verse producten ingepakt en weggeven aan een bejaardenhuis.”

Tirtsa: „Halverwege mei ben ik weer gaan werken. We hadden nog geen kinderdagverblijf geregeld, maar we hebben geluk met veel hulp van familieleden.”

Ruben: „Gelukkig konden we 1 juni weer open, met flexplekken en een terras in de tuin. Daarvoor heb ik een vergunning aangevraagd. Stoppen zit niet echt in mijn aard. Ik denk dat je juist harder moet knokken als je tegenslag hebt. Ik betaal mezelf nog wel salaris uit, wij hebben ook onze vaste lasten. De bank heeft de hypotheek gelukkig even stopgezet, maar die moet straks wel weer worden betaald.”

Voorin de bakfiets

Tirtsa: „Om zes uur sta ik op en geef ik Mila de fles. Ik douche, ontbijt en daarna fiets ik vaak naar school.”

Ruben: „Dan zorg ik voor ontbijt en maak ik de broodtrommels klaar voor de jongens en Tirtsa. Om kwart voor acht fietsen we naar school.”

Tirtsa: „Onze oudste, Boaz, fietst tegenwoordig zelf.”

Ruben: „We volgen hem met een app.”

Tirtsa: „Het is nu ook rustiger op straat, dat is een voordeel aan de corona-tijd.”

Ruben: „Ik ben nu thuis met de kinderen op dinsdag en woensdag. Op mijn vrije dagen ga ik met ze op pad, de bal gaat altijd mee. Mila zit in het autostoeltje voorin de bakfiets. Onze oudste zoon heeft huiswerk, daar is hij ’s ochtends een paar uur mee bezig. We lunchen thuis of we halen een broodje onderweg. Dan krijg ik mijn cafeïneshot om de middag door te komen.”

Tirtsa: „Ik geef nu les op dinsdag en vrijdag aan groep acht in de aula, woensdag doe ik nog managementtaken. In de aula staan alle tafeltjes anderhalve meter uit elkaar. De rest van de klassen is gesplitst en de leerlingen hebben maar twee dagen per week les. Dat wilden we groep acht niet aandoen. Het zijn hun laatste paar weken op school en we gunnen ze een leuk afscheid.”

Ruben: „Vroeger was 90 procent van mijn klanten toerist, nu komen mensen uit de buurt een praatje maken. Amsterdam is weer voor de Amsterdammers. Je ziet dat ondernemers elkaar ook echt helpen in de straat. Met Moederdag hebben we speciale pakketten verkocht. Toen kwam Rituals meteen met wat cadeautjes en gallery Cobra Art gaf een magazine en een kortingsbon.”

Tirtsa: „Vrijdagavond proberen we onze eigen sjabbat te vieren met het gezin thuis.

„We komen zelf allebei uit een redelijk traditioneel joods nest. Daar kijk ik met heel veel plezier op terug. Ik vind het belangrijk om ze die normen en waarden mee te geven, vooral ook de warmte en liefde voor familie. Mijn moeder is jammer genoeg overleden en ik merk dat haar identiteit op die manier nog in ons voortleeft. Ze leren er ook best wel veel over op school, dus ze vinden het ook leuk.”

Ruben: „De joodse gemeenschap is net een klein dorp. Je komt elkaar overal tegen. Mijn broer zit in het bestuur van een synagoge, mijn vader zat tot voor kort in het bestuur van de joodse bridgeclub. Ik heb ervoor gekozen lid te worden van de sponsorcommissie van Swift, de voetbalclub op het Olympiaplein waar Boaz speelt. Ik vind het belangrijk dat Boaz veel verschillende soorten vriendjes maakt.”

Boksbal

Tirtsa: „Na het werk halen we boodschappen als die nog niet zijn gedaan.”

Ruben: „Meestal zijn we rond zes uur thuis. Koken is een van mijn grootste hobby’s. We eten dan rond half zeven.”

Tirtsa: „Daarvoor of daarna krijgt de kleine nog een fles. De jongens mogen nog even op de schermen. Rond half acht gaan ze naar boven.’

Ruben: „Ik probeer met een personal trainer in de tuin te trainen als de kinderen op bed liggen. Gewoon de boksbal ophangen en een beetje slaan.”

Tirtsa: „Toen ik nog verlof had, fietsten we dagelijks met het hele gezin. Dat waren echt de hoogtepunten van de hele coronatijd. We fietsten door de stad naar het Westerpark of Artis met nul verkeer om je heen. Heel uniek.”

Ruben: „We zijn gezond en we hebben het goed. De tegenslagen die ik nu heb op zakelijk gebied zijn maar relatief.”

Tirtsa: „Je leert ook op een andere manier met geld omgaan. Grotere uitgaven stellen we even uit.”

Ruben: „We hebben een prachtig gezin, waar we erg trots op zijn. Waarom zou je dan niet het positieve van de coronatijd meepakken? Het is een soort wederopbouw, zo moet je het zien.”

Tirtsa: „We genieten heel erg van de kleine dingen en van elkaar.”