De armoede aan de overkant van de straat

Demonstreren stopt racisme in VS niet, vindt Marietje Schaake. Beleid en een lange adem wel.

Illustratie Pepijn Barnard

Tijdens de wekelijkse online bijeenkomst met studenten ‘beleid en technologie’ bespreken we altijd eerst actuele gebeurtenissen. De Black Lives Matter-demonstraties – de rellen en plunderingen spelen zich ver buiten de Stanford-bubbel af – zijn voor veel studenten heel urgent. Ze zoeken manieren om de antiracismebeweging concreet te steunen, naast meedoen aan demonstraties. Ze willen wezenlijke impact hebben.

Sommigen vragen zich af waarom aan het masterprogramma internationale politiek geen zwarte studenten deelnemen. Nu ongelijkheid nationaal in de schijnwerpers staat, valt eigenlijk pas op dat zwarte studenten ondervertegenwoordigd zijn. Dat laat ook zien hoe vaak ongelijkheid voorkomt, en hoezeer dit is geaccepteerd.

Waar 12,6 procent van de Amerikaanse bevolking zwart is, is het aandeel zwarte bachelorstudenten op Stanford slechts 7 procent. De enige plek waar de verhouding tussen blank en zwart ongeveer gelijk is, zijn de Amerikaanse gevangenissen – wat direct de diepte van het probleem toont.

„Als jullie op de achtergrond een helikopter horen, komt dat doordat hier verderop in Amsterdam ook een Black Lives Matter-demonstratie gaande is”, zeg ik tijdens het videogesprek, dat samenvalt met de demonstratie op de Dam. Studenten vragen hoe vaak zwarte mensen in Nederland en de rest van Europa door politiegeweld om het leven komen. Ze kunnen zich moeilijk voorstellen dat Amsterdammers en andere Europeanen de straat opgaan uit solidariteit met Black Lives Matter.

„Welke concrete stappen nemen jullie in Europa tegen racisme”, vraagt iemand. „Misschien kunnen we daar inspiratie uit halen.” Een ander: „Of is het ook anti-Trumpsentiment dat we zien?” De discussies over de beste vorm van daadwerkelijke steun en solidariteit lopen soms hoog op.

De volgende dag krijg ik een appje van een vriend die, nu ik in Nederland ben, in Californië mijn post ophaalt en de plantjes water geeft. Hij laat weten dat er een avondklok ingaat, dat de kans op incidenten groot is en stelt voor de wacht te houden in mijn huis. Als ik erop aandring dat hij bij zijn gezin moet blijven, laat hij appjes zien van zijn buren in de wijk waar hij woont. „Ik hoor geloofwaardige berichten dat er geplunderd zal worden, en met geloofwaardig bedoel ik dat de man van mijn nanny politieagent is in East Palo Alto.” Oost Palo Alto, in het hart van Silicon Valley, was tot voor kort een van de wijken met de hoogste moordcijfers in de VS. Over racisme en de beweging ertegen zag ik geen appjes voorbijkomen vanuit de villawijk.

Leven in parallelle werelden is in de VS – ook in Silicon Valley – zo algemeen dat veel Amerikanen het nauwelijks meer zien. Bij mij om de hoek staan huizen van tientallen miljoenen dollars. Aan de andere kant van de snelweg ligt East Palo Alto, waar kinderen met honger naar school gaan. Het is de weg die vele nannies oversteken op weg naar hun werk. Ook het personeel van de Mexicaanse buurtsuper achter mijn huis legt elke dag die route af.

Bij de kassa staat een bakje, met een verzoek om donaties: voor de begrafenis van een 14-jarige jongen die omkwam bij geweld tussen bendes. Voor een bouwvakker die door een ongeluk op de werkplaats verlamd raakte en niet verzekerd is. Voor een gezin dat door een gasexplosie dakloos is geworden. Het zijn inkijkjes in de gevolgen van armoede waar mensen aan de andere kant van de snelweg meer mee te maken hebben.

De extra impact van systematisch racisme en etnisch profileren is moeilijk invoelbaar voor blanke Amerikanen – en ook voor mij. Het is natuurlijk een prettige gedachte dat het momentum van de demonstraties die verschillen kan verkleinen, maar samen de straat op gaan is nooit genoeg.

Met mijn studenten praat ik verder over het belang van wetten en beleid als instrumenten voor verandering en meer gelijkheid. Ik hoop dat ze de langdurige aandacht kunnen blijven opbrengen die hiervoor nodig is.

Marietje Schaake, voormalig Europarlementariër, werkt voor de universiteit van Stanford, waar ze zich vooral bezighoudt met kunstmatige intelligentie. Ze schrijft een tweewekelijkse rubriek over leven en werken in Silicon Valley.