Recensie

Recensie Boeken

De pure decadentie van het ‘bejaarde’ Amerika en Europa

Cultuurkritiek De conservatieve columnist Ross Douthat meent dat Amerika en Europa uitgeputte dino’s zijn, ooit innovatief maar nu ten prooi aan diepe malaise. Wie doorbreekt de stagnatie?

Demonstranten op 9 juni rond het standbeeld van Columbus in Richmond, Virginia. Even later werd het omvergehaald.
Demonstranten op 9 juni rond het standbeeld van Columbus in Richmond, Virginia. Even later werd het omvergehaald. Foto Parker Michels-Boyce/AFP

Hegel heeft het ooit bedacht en zelf groots aangepakt, maar Amerikanen hebben er op pocketformaat het meeste talent voor: het vangen van de eigen tijd in ideeën. Terwijl de Duitse denker kloeke delen schreef over de Geist die in de geschiedenis gestaag tot zelfinzicht komt, dienen Amerikaanse auteurs hapklare brokjes geest op in even vlotte als actuele diagnoses van de tijdgeest.

Tot die pop-sociologische boeken horen The Culture of Narcissism van Christopher Lach (1991), Amusing Ourselves to Death van Neil Postman (1987) en The Closing of the American Mind van Allan Bloom (1988). Treffende, eenzijdige diagnoses, met vleugjes cultuurpessimisme.

In Nederland is het genre in een wat tobberiger vorm ook bekend, vanaf Huizinga’s In de schaduwen van morgen uit 1935 (met de beginzinnen: ‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.’) tot Tijd van onbehagen van Ad Verbrugge (2004) en de humorloze ponteneur van Andreas Kinneging in het van elke zelfkritiek gespeende De onzichtbare maat.

Bejaarde man

In die cultuurkritische rijen schaart zich journalist Ross Douthat, conservatieve en christelijke columnist van The New York Times. Douthat (1979) is een traditionalist maar wel een met een brede interesse en een subtiele pen. Dat maakt hem een verademing vergeleken bij zijn Nederlandse pendanten en zeker bij de hysterische houwdegens in de Trump-arena.

Het Westen leunt als een bejaarde man ‘achterover in een luie stoel, aan een infuus met iets lekkers, terwijl op de achtergrond een ideologische Greatest Hits tape draait uit zijn wilde jeugd.’

In The Decadent Society schetst Douthat Amerika en Europa als uitgeputte dinosaurussen, ooit innovatief maar nu ten prooi aan diepe malaise. Ooit reisden we naar de maan, nu dolen we met een VR-bril op door onze eigen hersenspinsels. Dat is pure decadentie, door Douthat gedefinieerd als ‘economische stagnatie, institutioneel verval en culturele uitputting’. Het Westen leunt als een bejaarde man ‘achterover in een luie stoel, aan een infuus met iets lekkers, terwijl op de achtergrond een ideologische Greatest Hits tape draait uit zijn wilde jeugd.’

Zou het? De ironie wil dat Douthats boek verscheen kort voor de protesten in Amerika die het land na de gewelddadige dood van George Floyd in een bijna revolutionaire toestand hebben gebracht. Alom kraakt het bestel in zijn voegen. Dus hoezo decadente stagnatie? Het boek lijkt in één klap achterhaald.

Douthat probeert zijn diagnose niettemin aannemelijk te maken in hoofdstukken over economie, demografie, politiek en cultuur. Zoals het een goede conservatief betaamt, hamert hij eerst op het lage geboortecijfer in het Westen, waardoor maatschappelijke reproductie en innovatie stagneren. Bovendien krijgen we niet alleen minder kinderen, we hebben volgens hem ook minder zin in seks. Solisme en virtuele porno zijn de ware relationele passie aan het verdringen.

Krabpaal van conservatieven

Het politieke bestel ligt daarnaast – dát is Douthat eens met de huidige demonstranten - volledig lam. Los van wie er in het Witte Huis zit, is dat het gevolg van ideologische oorlogen en een uit de hand gelopen overheidsbureaucratie, een vaste krabpaal van conservatieven. Populisme zet nu de toon, maar is vooral theater, waardoor de werkelijke politieke impasse zich alleen maar verder verdiept.

Lees ook: Een prachtig en schokkend boek over de onderklasse van Amerika

Ook in de kunstwereld regeert volgens Douthat Koning Stilstand; boeken en films uit 1975 zijn nog even actueel als toen, terwijl die uit de jaren vijftig of dertig uit een compleet andere wereld lijken te komen. Techniek dan misschien? Ook niet. Een elektrische auto is leuk, maar niet revolutionair zoals een stoommachine. Zelfs de Twitter-oorlogen van activisten zijn nep, meent Douthat, een vorm van ‘fascistje en communistje spelen’. De enige echte vernieuwing die hij ziet is de erkenning van LHBTI-rechten.

Daaruit blijkt pijnlijk Douthats blinde vlek voor het broeiende onbehagen in de VS, dat nu tot uitbarsting is gekomen. Ook zijn onderschatting van internet – bij hem eerder een speelhal dan een denktank – wreekt zich. Inderdaad, soms klikken en swipen we onze dagen weg in ijdelheid, zoals Douthat misprijzend vaststelt. Maar online activisme was wel degelijk een katalysator in het protest dat Amerika nu in zijn greep houdt. Bovendien staat zijn bagatellisering van de online wereld haaks op zijn eigen – terechte – waarschuwing voor de opkomst van een digitale surveillancestaat, een ‘fluwelen’ Big Brother die burgers constant aanspoort, monitort en bestraft.

Ondogmatische nieuwsgierigheid

Er wringt nog meer in The Decadent Society, zoals in alle cultuurkritiek die het moet hebben van hyperbolen. De kracht van dit boek ligt vooral in Douthats lucide stijl (de decadente lezer verveelt zich geen moment) en in zijn eclecticisme. Hij bedient zich even goed van postmoderne denkers als van de Founding Fathers die onder zijn geestverwanten het alfa en omega zijn. Hij borduurt voort op het ‘schitterende’ Amerika van Baudrillard, die het land zag als een gesimuleerde werkelijkheid. Trump is een simulatie van een Sterke Leider, al is de chaos die hij creëert maar al te reëel.

Waar schuilt nog redding? Douthat vreest dat onze ‘decadentie’ wel eens een permanente toestand kan worden, maar tussen de regels proef je zijn hunkering naar radicale ommekeer. Hij blijft tenslotte een Amerikaan, dus er moet hoop gloren aan de horizon. Maar het huidige nationale oproer heeft hij niet voorzien, daarvoor zit hij te vast in zijn diagnose van algehele stagnatie.

In plaats daarvan mijmert hij over een christelijke renaissance, aangejaagd vanuit Afrika en China. Hij ziet Franse kathedralen voor zich met Nigeriaanse bisschoppen. Op de laatste pagina’s speculeert hij zelfs over goddelijke interventie – tenslotte al eens eerder vertoond.

Somber

Wat moet je met een boek dat nu al lijkt te zijn ingehaald, als een kind dat door de eigen Zeitgeist is opgegeten?

Eén observatie staat overeind: Douthats sombere peiling van een diepe Amerikaanse malaise, die nodig moet worden doorbroken. Vermoedelijk vreest hij dat het huidige oproer strandt in een nieuwe impasse of zelfs in anarchie.

The Decadent Society is een prikkelende conservatieve overpeinzing over een maatschappij die aan de grenzen van zijn groei is gekomen; eentje die nu eens niet uitmondt in borealisme of standbewuste nostalgie naar een audiëntie bij Plato. Maar ook een die, zoals dat gaat met hapklare diagnoses, snel verteert.