Opinie

Witte mensen: een vitale bijrol

Na de massale anti-racismebetoging in Rotterdam vraagt Jonasz Dekkers zich af wat witte mensen zelf kunnen doen tegen racisme.

Er waren tegen de 5.000 mensen bij de Rotterdamse manifestatie tegen racisme.
Er waren tegen de 5.000 mensen bij de Rotterdamse manifestatie tegen racisme. Foto Marco de Swart/ANP

‘Ben jij hier om solidariteit te tonen, je steun te betuigen en je uit te spreken tegen onderdrukking?” vraagt Jermaine Berkhoudt. Een week geleden galmde de diepe stem van de presentator van het Rotterdamse solidariteitsprotest tegen racisme over het water van de Maas. De reactie van de politiek en de (sociale) media op de demonstraties is typerend; en die anderhalve meter dan?! Het is volgens velen een uiting van selectieve verontwaardiging, geboren uit onwetendheid en onwil om te veranderen.

Er zijn ook witte Nederlanders die wel willen veranderen. Er waren er veel bij de protesten, en ook op sociale media laten ze van zich horen. De vraag die echter op diezelfde media aan deze mensen werd gesteld is een terechte: hoe ga je in ‘het echt’ tegen racisme vechten? In andere woorden; wat heb je zelf al gedaan en vooral, wat ga je de komende tijd doen, als de aandacht in de media onvermijdelijk is weggeëbd?

Een dikke week na de eerste protesten stel ik deze vraag aan mezelf en aan alle witte mensen die dit lezen. Gelukkig hoef ik voor antwoorden niet ver te zoeken; er gaan lijsten rond met dringende adviezen, tips en retorische vragen. In samenspraak met Jermaine Berkhoudt heb ik enkele van deze adviezen verzameld. De selectie is bedoeld als opstap, als versteviging van de eerste sport van de vooruitgangsladder.

Ik heb gekeken in welke verzoeken de hoogste urgentie doorklinkt. Tijdens dat proces lichtte ook mijn eigen weg naar de ladder op. Eerst wilde ik een stuk over racisme en de schade daarvan schrijven, maar ik leerde al snel dat dat niet aan mij is: als witte man heb ik racisme nog nooit vanuit de eerste persoon meegemaakt. De vraag is dan; welke rol is er wel weggelegd voor witte mensen in de strijd tegen racisme?

Het duidelijke advies is om niet te spreken uit naam van de mensen die nu aan het woord zijn. Probeer hen ook niet te vertellen hoe zij zich moeten uiten of voelen. Het gaat niet om mij en niet om jou – het is tijd om te luisteren. Dat betekent niet dat we stil moeten zijn, integendeel. We bevinden ons al veel te lang in een ontkennende en vooral schadelijke stilte. Het betekent dat we moeten optreden, in gesprek gaan met elkaar en met name van binnenuit tegen het institutioneel racisme vechten.

Als je alleen een sprintje trekt maar geen marathon loopt, doe je vrijwel niks

We moeten dit echter op gepaste afstand doen. We staan in de coulissen, in de schaduw van de hoofdrolspelers: daar sta je achter de beweging, daar ben je nodig. Daar kan je met je eigen privilege aan de slag om het systeem van wit privilege te ontmantelen. Je speelt een vitale bijrol. Je kan petities tekenen, open brieven naar de burgemeester schrijven en doneren aan hoofdrolspelers zoals Black Lives Matter, The Black Archives, Concrete Blossom, en Kick Out Zwarte Piet, aldus (o.a.) zangeres Feliciana op Instagram (@felicianamusic).

In de coulissen moeten we ook leren anders te kijken door zelf te studeren. Dat is niet eerder zo makkelijk geweest als nu: documentaires zoals 13th, I Am Not Your Negro en Wit is ook een kleur vertonen zich binnen enkele seconden op je beeldscherm; podcasts als 1619 van The New York Times speel je binnen een paar klikken af en er staan talloze artikelen, boeken en tips op websites als withuiswerk.nl, BlackLivesMatter.com/resources en verscheidene Google Drives met belangrijke teksten van zwarte schrijvers; van James Baldwin tot Angela Davis. Lees bijvoorbeeld het boek Witte Onschuld van Gloria Wekker om te leren over de subtiele maar diepgewortelde vormen van alledaags Nederlands racisme, zoals de schadelijkheid van de opmerking ‘ik ben kleurenblind’.

Het dringende advies klinkt dat het nu toch echt tijd wordt dat we hard gaan werken, ook al had dat al veel eerder gemoeten. Om James Baldwin vrij vertaald te citeren: wat witte mensen niet weten van zwarte mensen, laat op precieze en onverbiddelijke wijze zien wat witte mensen niet weten over zichzelf.

Maar het moeilijkste moet nog komen: hoe pluk je de vruchten van die zelfstudie om het alledaagse, meer verborgen racisme te veranderen? Hoe word je je daadwerkelijk bewust van de werking van dagelijks privilege? Kortom, hoe maak je een pas op de plaats en beklim je tegelijkertijd die ladder?

Op dit vlak spreken anti-racisten op sociale media wederom klare taal: herken je privilege. Besef dat, ondanks je eigen problemen, je nooit harder moet werken vanwege je huidskleur, omdat die in ieder geval geen obstakel is (geweest). Spreek over je privilege met witte vrienden en familie, met je collega’s en je baas. Spreek je uit als iemand een racistische opmerking maakt of racistische acties onderneemt.

Volgens activist en schrijver Jen Winston (@jenwinston) moet je je realiseren dat antiracistisch zijn een dagelijkse bezigheid is: als je alleen een sprintje trekt maar geen marathon loopt, doe je vrijwel niks. Dus wees er klaar voor om jezelf tegen te komen.

Als witte man merk ik dat het lastig kan zijn om je ‘zelf’ te herkennen als je hem tegenkomt. De witte kleur van mijn huid is als het ware onzichtbaar, omdat het de norm is en dus nergens van ‘afwijkt’. In dit systeem ben ik de meetlat waarlangs gemeten wordt hoe ver de kleur afstaat van wit. En dat die norm voor mij onzichtbaar is, is de wortel van het probleem: ik ben namelijk niet blank en dus transparant, ik ben wit en dus een kleur.

Laten we daarom onze eigen plaats en privilege in deze wereld radicaal in twijfel trekken. Alleen zo kan de roep om verandering en vooruitgang net zo hard in onze systemen en in onze toekomst doorgalmen als de leuzen van de duizenden betogers die vorige week over de Maas schalden.

is politicoloog en student filosofie