Vijftien ‘homogenezers’ actief in Nederland

Conversietherapie Op verzoek van de Tweede Kamer werd een onderzoek ingesteld naar homogenezing. Dergelijk therapie voor lhbti’ers kan ernstige psychische schade toebrengen.
Bij conversietherapie worden lhbti'ers 'geholpen' niet-heteroseksuele gevoelens te onderdrukken.
Bij conversietherapie worden lhbti'ers 'geholpen' niet-heteroseksuele gevoelens te onderdrukken. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In Nederland zijn naar schatting vijftien homogenezingstherapeuten en -organisaties actief. Dat is een van de uitkomsten van een onderzoek naar homogenezing, dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) woensdagavond met de Tweede Kamer heeft gedeeld. Aanleiding voor het onderzoek waren zorgen over met name jongeren en kwetsbare lhbti’ers die deze conversietherapie ondergaan.

Bij zogenoemde conversietherapieën worden homoseksuelen, biseksuelen en transgenders ‘geholpen’ niet-heteroseksuele gevoelens te onderdrukken of te ontmoedigen. Dit kan leiden tot vereenzaming, depressies en suïcidale gedachten, concluderen de onderzoekers.

De 202 respondenten komen met name uit christelijke geloofsgemeenschappen en vooral uit relatief kleine bewegingen, zoals de evangelische en pinksterbeweging. 68 van hen maakten de sessies zelf mee. Ze spreken van „zeer indringende en intimiderende situaties” en zeggen er schadelijke gevolgen van te hebben ondervonden.

Verbod op homogenezing

De Tweede Kamer stemde in mei 2019 in met een motie die homogenezing moet verbieden. Of het zinvol is homogenezing strafbaar te stellen en op welke manier een dergelijk verbod moet worden vormgegeven, moet later duidelijk worden. Eind deze maand verschijnt een tweede deel van het onderzoek, dat op die vraag antwoord geeft. De Jonge zegt dan met een inhoudelijke reactie te komen op de resultaten.