Spaans voetbal als vanouds, zo lijkt het

La Liga Spanje is, na Duitsland, het tweede grote voetballand waar de competitie is hervat. Met virtueel publiek voor de kijker thuis.

De gouden toren in Sevilla met een projectie van spelers van Real Betis, ter ere van de hervatting van La Liga.
De gouden toren in Sevilla met een projectie van spelers van Real Betis, ter ere van de hervatting van La Liga. Foto Jose Manuel Vidal/EPA

Zoals altijd speelt het publiek bij de derby tussen FC Sevilla en Real Betis (2-0) op donderdagavond een opvallende rol. Dit keer niet als een kolkende massa in Estadio Ramón Sánchez Pizjuán, die werd door zeshonderd man politie op afstand gehouden, maar als virtuele fans die de televisiekijker het idee moet geven dat de hervatting van de Spaanse competitie wel degelijk voor volle tribunes werd afgewerkt. Het toevoegen van opgenomen stadiongeluid doet de rest. Daarmee beleeft La Liga een wereldprimeur.

Nooit eerder zijn deze technieken gebruikt bij de live-uitzending van een voetbalwedstrijd. Maar er is nog meer nieuws. Want als het aan La Liga ligt, komt er zo snel mogelijk weer een einde aan de special effects. „We hopen dat we nog voor het einde van deze competitie op verantwoorde wijze echt publiek in het stadion kunnen verwelkomen”, zo stelde La Liga-voorzitter Javier Tebas vast tijdens een virtuele bijeenkomst voor een groep van internationale journalisten, nog voordat er in Sevilla was afgetrapt.

En zo lijkt de terugkeer van het voetbal als vanouds, plotseling dichterbij dan gedacht. Tebas deelde dan ook fijntjes een sneer uit naar een land als Nederland waar al snel besloten werd de competitie vanwege de coronacrisis helemaal niet meer uit te spelen. De Spanjaard sprak in Madrid van „veel te vroeg genomen beslissingen die de integriteit van het voetbal in gevaar brengen”. Tebas: „Een competitie die niet wordt uitgespeeld is niets waard. Dat is althans mijn persoonlijke mening.”

De voetbalbaas heeft naar eigen zeggen nooit een moment getwijfeld om het restant van La Liga niet meer uit te spelen. Vrijwel direct nadat de Spaanse voetbalcompetitie bij het ingaan van de alarmfase op 14 maart stil kwam te liggen, staken verschillende partijen de hoofden bij elkaar om over een terugkeer na te denken. „In het begin hield eigenlijk niemand dat voor mogelijk en waren velen heel erg pessimistisch”, zegt hij terugkijkend. „Ik ben blij dat we onze eigen lijn vast hebben gehouden en geen tijd hebben verloren. Maar het is pas tijd voor een feestje als op 19 juli het laatste duel is gespeeld.”

Internationale contracten

De hervatting van de Spaanse competitie is voor een groot deel een financiële noodzaak. De opbrengsten van de tv-rechten die via zeventig contracten internationaal zijn verhandeld, bedragen 2 miljard euro. Volgens rekensommen van La Liga zou het verlies bij het annuleren van het restant uitkomen op 1 miljard euro.

Bij het uitspelen van de elf resterende speelronden zonder publiek zou dat circa 400 miljoen zijn. Indien er alsnog toeschouwers welkom zullen zijn, zal dat verlies verder kunnen worden beperkt. „We lopen nu nog nergens op vooruit”, stelde Tebas resoluut. „Na afloop bepalen we of iedereen waar voor zijn geld heeft gekregen.”

Vanaf het begin waren La Liga en de producenten van Media Pro het erover eens dat televisiekijkers de wedstrijden zoveel mogelijk te zien zouden krijgen zoals ze gewend waren. Daarmee wijken de Spanjaarden af van de Duitsers, die bij de duels in de Bundesliga bewust lege tribunes laten zien om aan te geven dat spelen zonder publiek niet gewenst is. Of van de Portugezen, bij wie de spelers bijna woordelijk zijn te verstaan. „We hebben specialisten in een soort laboratorium bij elkaar gezet om de beste technologie te ontwikkelen”, legt Tebas uit. „Via het Noorse bedrijf Vizrt worden de virtuele beelden gemaakt en in samenwerking met EA Sports [bekend van het videospel FIFA] komt het geluid.”

Techniek uit de filmwereld

Melcior Soler, audiovisieel directeur van La Liga, legt in een videogesprek uit wat de kijkers de komende weken kunnen verwachten. „De techniek van een virtueel publiek is gebaseerd op het zogenoemde crowd creation, zoals dat in de filmwereld wordt gebruikt. Maar bij rechtstreekse sportwedstrijden is dat nog nooit vertoond”, legt hij uit. „Dat virtuele publiek is alleen te zien als de camera bij het veld beelden van de hoofdtribune uitzendt. Dan ziet de kijker figuren in de kleuren van de thuisspelende club.”

De andere camera’s zijn zo opgesteld dat de tribunes nauwelijks zichtbaar zijn. Daarbij wordt het geluid van een echt murmelend voetbalpubliek gebruikt dat indien gewenst kan worden aangepast met liedjes of teksten van thuisfans . Maar wie liever kijkt naar lege tribunes en ‘echt’ geluid, kan daar op zijn tv ook voor kiezen.”

In tegenstelling tot Spanje krijgt de Nederlandse kijker van Ziggo die keuze niet. Die moest bij FC Sevilla tegen Real Betis verplicht kijken naar het gekunstelde publiek, maar kon wel zijn eigen geluid kiezen. Will Moerer, directeur van Ziggo Sport, is blij dat het voetbal terug is op zijn zender. Na Spanje zullen Engeland en Italië snel volgen. Moerer hoopt met het uitzenden van de drie competities het geleden verlies van de voorbije maanden op te kunnen vangen. „We hebben de kijker nu opeens weer volop voetbal te bieden, terwijl veel andere sporten stilliggen”, vertelt hij door de telefoon.

Moerer is ingenomen met de wijze waarop La Liga de wedstrijden gaat uitzenden. „Je kunt met virtueel publiek en aangepast geluid best wel wat beïnvloeden, al blijf je toch de details van een goede registratie missen. Juichende fans, een mooie vrouw in het publiek of juist een oud mannetje. Gelukkig blijft het geluid van onze [commentator] Sierd de Vos wel vertrouwd.”

Dit artikel is geüpdatet op 12 juni 2020.