Opinie

Slavennaam

Mirjam de Winter

Ik zou mezelf als witte Rotterdammer geen ‘woke’ persoon durven noemen, hoezeer ik ook achter de standpunten van Kick Out Zwarte Piet en de Black Lives Matter-beweging sta. Het is een vreemd, modieus woord dat niet past bij een witte mevrouw in de overgang. En ik wil al zeker niet worden uitgemaakt voor een helper whitey, een woord dat extreme anti-racisten gebruiken om witte mensen die zich inzetten voor de goede zaak weg te zetten. Laat ik eerlijk toegeven: ik was zelfs te laf om mee te lopen in de Black Lives Matter-demonstratie bij de Erasmusbrug. Wel durf ik te zeggen dat ik op zijn minst werk aan mijn wokeness, de afgelopen weken heb ik meer geleerd over racisme en ons slavernijverleden dan al die jaren hiervoor.

Zo las ik afgelopen week vol verbazing en verwondering een voorstel van de Rotterdamse fractie van DENK (wat ‘gelijkwaardig’ in het Turks betekent – ook nooit geweten). De partij wil dat nakomelingen van ‘tot slaaf gemaakten’ de mogelijkheid krijgen om in Rotterdam gratis en probleemloos hun achternaam te laten veranderen. Een probleem kennelijk, waar ik geen weet van had. Wist ook niet dat Malcolm X oorspronkelijk ‘Little’ heette en die achternaam schrapte omdat het een slavennaam was. Laat staan dat ik ooit heb nagedacht over de reden voor die vaak wonderlijke achternamen van Surinamers. Seinpaal, Gedwee of Graanschuur bijvoorbeeld. Of Van van de Vijver of Van van Dijk. Ik dacht dat het dubbele tussenvoegsel het gevolg was van een administratief (tik)foutje in het verleden.

Seinpaal, Gedwee of Graanschuur. Of Van van de Vijver of Van van Dijk.

Nooit geweten dat het een rechtstreekse verwijzing was naar de eigenaar van een slaaf. Die slaaf of ex-slaaf was ‘van Van Dijk’ of ‘van Van de Vijver’. Tot de afschaffing van de slavernij hadden slaven geen achternaam, die kregen ze vanaf 1863 toegewezen toen ze verplicht moesten worden geregistreerd. Meestal werd een naam verzonnen die verwees naar een locatie op de plantage, de plantagehouder of degene die de slaaf had vrijgekocht of vrijgelaten, lees ik in het voorstel van DENK. Maar ook werden persoonlijke eigenschappen of uiterlijke kenmerken gebruikt als inspiratiebron en lieten voormalige eigenaren achternamen registreren als Braaf, Gehoorzaam, Langzaam of Gedwee.

Het is dus best begrijpelijk dat je als nakomeling van zo’n achternaam af wil. Maar dat blijkt in Nederland niet zomaar te kunnen en het kost ook nog eens veel geld (bijna 900 euro per persoon). De wet schrijft namelijk voor dat er „zwaarwegende redenen” moeten zijn voor het veranderen van een achternaam. Bijvoorbeeld als het een onuitspreekbare buitenlandse naam betreft . Of als een achternaam „ongepast of bespottelijk is”, zoals Poepjes. Ook mag een familienaam veranderd worden als die voor de drager „psychische of lichamelijke klachten” oplevert, maar dan moet dat lijden wel door een onafhankelijke psycholoog worden vastgesteld. Denk aan slachtoffers van incest of mishandeling. Maar ook mensen met een ‘slavennaam’ zouden daar dus aanspraak op kunnen maken, vindt DENK. Dat zou gratis moeten zijn en zonder verdere bureaucratische rompslomp of psychologisch onderzoek.

Overigens is het probleem daarmee nog niet helemaal opgelost, want ook voor het kiezen van een nieuwe achternaam gelden strenge regels. Een enkele letter weglaten of de naam van je moeder aannemen mag, maar over een geheel nieuwe achternaam doen ze bij de burgerlijke stand moeilijk. Het moet een Nederlands klinkende achternaam zijn die nog niet in Nederland voorkomt. Ja, verzin er maar eens eentje. Meneer Gedwee en mevrouw Graanschuur zouden van een gemeente-ambtenaar eigenlijk geld toe moeten krijgen voor al die uren die ze ongetwijfeld daaraan kwijt zijn.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.