‘De meerderheid van Nederland zat lang in de ontkenningsfase, ik ook’

Racismedebat in parlement Na jaren aarzelen praten Kamerleden nu wel over racisme. Vijf fractievoorzitters aan het woord. „Maar mijn ogen zijn wel geopend dat mensen van kleur geregeld met racisme te maken hebben.”

Demonstratie op het Malieveld in Den Haag tegen racisme, begin juni.
Demonstratie op het Malieveld in Den Haag tegen racisme, begin juni. Foto Robin Utrecht

Soms gaan veranderingen in Den Haag tergend langzaam, dan weer gaan ze razendsnel. Het debat over racisme in de Tweede Kamer volgt precies dit patroon. Er werd lange tijd nauwelijks over gepraat, tenzij het om incidenten ging, als het ophefje van de dag. Dat gebeurde bijvoorbeeld na de rellen in 2018, waarbij activisten van Kick Out Zwarte Piet het demonstreren onmogelijk werd gemaakt. Of na de racistische spreekkoren tijdens de wedstrijd FC Den Bosch-Excelsior, vorig jaar. Maar de onderstroom, wat racisme ís, hoe het werkt, de gevolgen ervan, dat was een onderwerp waar politici graag bij wegbleven.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Over politiek en racisme

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

De term ‘institutioneel racisme’ is maar een handjevol keer gebruikt in de plenaire zaal van de Tweede Kamer, blijkt uit de Handelingen. Vrijwel alle keren in de afgelopen week, na dagen van grote antiracismedemonstraties en wereldwijde onrust over de gewelddadige dood van de Afro-Amerikaan George Floyd door een witte politieagent. De Tweede Kamer gaat binnenkort, op initiatief van de PvdA, debatteren over institutioneel racisme. PvdA en D66 zijn met voorstellen gekomen om iets te doen aan het structurele karakter van racisme in Nederland. Premier Mark Rutte (VVD) sprak afgelopen week voor het eerst van een „systemisch probleem” met racisme.

Spreek je fractievoorzitters in de Tweede Kamer, dan hoor je vaak dat ze aan het denken zijn gezet over racisme. Sommigen zeggen dat het te lang geduurd heeft voordat de Kamer, ook zijzelf, er meer over durfde te zeggen. Het onderwerp is te lang onaangeroerd gebleven in de Nederlandse politiek.

Ontkenningsfase

Jesse Klaver, fractievoorzitter van GroenLinks, zegt dat hij lang geaarzeld heeft om van racisme en discriminatie een campagnespeerpunt te maken. „Ik was er helemaal klaar mee dat ik altijd moest reageren op wat Geert Wilders de Kamer in smeet. Waarbij Wilders bepaalde hoe, wat en in welk frame. Dan zei ik: maar er zijn ook líéve moslims. Door mijn manier van praten had ik het gevoel dat ik niet bijdroeg aan een oplossing. Ik kon er niet mijn eigen verhaal van maken.” Wilders wilde overigens niet meewerken aan dit verhaal.

‘Het valt mee, iedereen is voor de wet gelijk.’ Dat soort dingen zei ik ook. Maar mijn ogen zijn wel geopend dat mensen van kleur geregeld met racisme te maken hebben

Gert-Jan Segers, ChristenUnie

Gert-Jan Segers (ChristenUnie) zegt: „De meerderheid van Nederland zat lang in de ontkenningsfase, ik ook. ‘Het valt mee, iedereen is voor de wet gelijk.’ Dat soort dingen zei ik ook altijd. En zeker, iedereen ís voor de wet gelijk. Maar mijn ogen zijn wel geopend dat mensen van kleur geregeld met racisme te maken hebben.”

Klaas Dijkhoff (VVD) zei eerder deze week dat „de tijd van ‘laat maar’ voorbij is”. Hij zegt nu: „Ik vind het raar dat we als liberale partij geen plek in de racismediscussie hebben, ik wil daar wat aan doen. Het was lange tijd alleen een debat dat op de flanken gevoerd werd. Dat vind ik schadelijk, omdat die flanken uitgaan van groepsdenken. De moslim, de witte man. Ik ga uit van het individu, en kan op die manier bijdragen aan de discussie.”

Rob Jetten (D66): „Jarenlang was de norm dat je niet te vocaal over het onderwerp moest zijn. Door de recente demonstraties ben ik nog meer gaan denken: je moet het gewoon zeggen en er schijt aan hebben. Ook als mensen dan bij je weglopen omdat ze het niet leuk vinden dat je het woord ‘institutioneel racisme’ gebruikt.”

Farid Azarkan (Denk) ziet „heel veel mensen uit andere politieke partijen” opeens aanschuiven bij talkshows om over racisme te praten. „Wij hebben geen enkele uitnodiging gekregen om inhoudelijk te praten over racisme en discriminatie. Ik weet echt niet hoe dat komt.”

Denk had het aanpakken van ‘institutioneel racisme’ in 2017 in het verkiezingsprogramma staan. In dat jaar behaalde Denk drie zetels. Nu ziet Azarkan dat partijen van links tot rechts het onderwerp naar zich toetrekken. Premier Mark Rutte zei vorige week ook dat hij anders is gaan denken over Zwarte Piet. Azarkan: „Dat was een behoorlijke stap. Hèhè! Hoeveel mensen wil je nog zien die er last van hebben? Hij is de minister-president van alle Nederlanders.”

Eigen identiteit

Jesse Klaver zegt dat hij zich „niet zeker genoeg voelde om in het racismedebat een agenderende rol te spelen”. Dat, zegt hij, heeft te maken met zijn eigen identiteit. Drie jaar geleden overleed zijn moeder, sindsdien heeft Klaver contact met zijn in Marokko geboren vader. „Ik heb mijn moeder verloren, maar ik heb er een hele nieuwe familie voor teruggekregen. Ik zie dat het wel degelijk uitmaakt of je ‘Klaver’ heet of een Marokkaanse achternaam hebt. Het is van invloed op de kansen die je krijgt, op hoe je wordt behandeld. Het is confronterend, en lange tijd was ik zoekende. Nog altijd weet ik er niet altijd de juiste woorden voor te vinden.”

Gert-Jan Segers werd onlangs „geraakt” door het boek Dominion, van de historicus Tom Holland. Het boek betoogt dat waarden die vaak als ‘westers’ worden gezien, zoals gelijkheid, in werkelijkheid duiden op christelijke wortels. „Daarom moet juist een christelijk politicus voorgaan in de strijd tegen racisme en discriminatie.”

Grappen die in 2010 konden, ook over man-vrouwverhoudingen, kunnen nu niet meer. En ik moet wel toegeven: ik kan me geen situatie voorstellen in Nederland waarin ik nadeel van mijn blank-zijn ondervind

Klaas Dijkhoff, VVD

Het besef dat er sprake is van institutioneel racisme groeide „geleidelijk” bij Segers. „Dat kwam door de verhalen die ik hoorde. Mensen van Antilliaanse of Surinaamse afkomst zeggen tegen me dat ze altijd anders worden aangekeken of worden tegengehouden.” Zijn „coming out” beleefde Segers in 2018, toen hij op Facebook schreef dat het tijd wordt „afscheid te nemen van Zwarte Piet, die – zonder dat velen van ons dat doorhadden – lang voor pijn en verdriet heeft gezorgd”.

Klaas Dijkhoff heeft net The Underground Railroad uit, van Colson Whitehead, een roman over het Amerikaanse slavernijverleden. Hij probeert in fractievergaderingen te letten op misplaatste opmerkingen. „Grappen die in 2010 konden, ook over man-vrouwverhoudingen, kunnen nu niet meer.”

Ik ben een fractievoorzitter met een migratieachtergrond. Hoe vaak ik heb moeten horen dat dat niet echt telt. Als je succes hebt, dan ben je niet écht een Marokkaan

Jesse Klaver, GroenLinks

Lange tijd dacht Dijkhoff dat de racismediscussie „iets typisch Amerikaans” was, en niet bij de Nederlandse context paste. Maar hij is meer gaan inzien dat structureel racisme ook in Nederland bestaat en pijn veroorzaakt, zegt de VVD-fractieleider. „En ik moet wel toegeven: ik kan me geen situatie voorstellen in Nederland waarin ik nadeel zou ondervinden van mijn blank-zijn.”

Diverse kandidatenlijst

Dijkhoff maakt zich zorgen over het gebrek aan diversiteit in de VVD. Die is al jaren geleden gestokt, zegt hij. „Wij hebben altijd gezegd: als je onze ideeën aanhangt, ben je welkom. Maar dat betekent niet dat iedereen zich welkom voelt. Dat besef heeft me aan het denken gezet. Ik heb gezegd: onze nieuwe kandidatenlijst moet diverser, we moeten nog harder ons best doen.”

Om het debat over racisme en discriminatie te kunnen voeren, zeggen ook andere fractievoorzitters, is het belangrijk dat de Tweede Kamer zelf meeverandert. Als de Kamer debatteert over racistische incidenten, dan is er geen enkel zwart Kamerlid dat mee kan praten. In de huidige Tweede Kamer zitten veertien leden met een niet-westerse migratieachtergrond, maar niemand van bijvoorbeeld Surinaamse of Antilliaanse afkomst.

Ik snap dat demonstranten sceptisch kijken naar 150 witte mensen die praten over de emoties van zwarte Nederlanders. Welk wit Kamerlid kan de zwarte struggle goed verwoorden?

Rob Jetten, D66

Rob Jetten: „Ik snap dat demonstranten er sceptisch naar kijken dat 150 witte mensen praten over de emoties van zwarte Nederlanders. Welk wit Kamerlid kan de zwarte struggle in het debat goed verwoorden? Ik ben zelf al wat langer bezig met het scouten van talent, om mensen van een andere afkomst actief te benaderen.”

Lees ook: niet praten over racisme doet Den Haag niet meer

Jesse Klaver: „Ik ben een fractievoorzitter met een migratieachtergrond. Hoe vaak heb ik moeten horen dat dat niet echt telt. Als je succes hebt, en ik heb ook nog eens een Nederlandse achternaam, dan ben je niet écht een Marokkaan. Als het mij lukt om premier te worden van dit land, dan ben ik de eerste premier met een migratieachtergrond. Ik loop daar niet mee te koop, maar pak het ook niet van me af.” Het gaat, zegt Klaver, ook over hoe een partij of een vereniging is ingericht. „Dat heeft te maken met bubbels. Als je vacatures blijft uitzetten in je eigen bubbel, dan kan je lang wachten tot iemand anders er op reageert. Je krijgt mini me. Het bewustzijn daarover is er bij ons wel, het operationaliseren is lastig.”

Extreem aardig zijn

Farid Azarkan: „Ik vind het belangrijk dat ik met mijn afkomst mee kan doen in de politiek. Ik ben heel aardig, extreem aardig in het openbaar, ik noem iedereen meneer. Ik ben me ervan bewust dat als ik in een trainingsbroek met leren jas loop, mensen me anders aankijken. In de Kamer kan ik wel gewoon mezelf zijn. Maar ik kies er soms voor om op sommige onderwerpen, zoals etnisch profileren, een Kamerlid zonder migratieachtergrond het woord te laten voeren. Dat is minder verdacht.”

In de Kamer kan ik wel gewoon mezelf zijn. Maar ik kies er soms voor om op sommige onderwerpen, zoals etnisch profileren, een Kamerlid zonder migratieachtergrond het woord te laten voeren. Dat is minder verdacht

Farid Azarkan, Denk

Het bewustzijn in de Tweede Kamer mag dan groeien, maar de komende tijd moet pas blijken waar dat toe leidt. Dat Rutte en Dijkhoff zich de afgelopen week uitspraken over het structurele karakter van racisme in de Nederlandse samenleving wordt door zowel GroenLinks, D66 als Denk positief ontvangen. Maar ze zijn ook sceptisch. Jetten en Klaver gebruiken daar, los van elkaar, dezelfde woorden voor: the proof of the pudding is in the eating. Klaver: „Als Rutte en Dijkhoff menen wat ze zeggen, dan kunnen ze niet met Forum voor Democratie regeren. Ik geloof dat ze oprecht zijn, maar daden doen ertoe.” Jetten: „Het is een van de kwaliteiten van Rutte om goed aan te voelen wanneer hij moet meebewegen met een omslaand sentiment. Of het écht intrinsiek is, moet nog blijken.”

Maar de vraag wordt vooral of racisme een onderwerp wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Farid Azarkan: „Ik moet het nog maar zien. Uiteindelijk gaat het debat, vrees ik, straks weer over de economie, wie de zwaarste lasten gaat dragen.”