‘Overheid doet te weinig voor veiliger jeugdzorg’

Jeugdzorg De politiek is onvoldoende aan de slag gegaan met aanbevelingen van de commissie Geweld Jeugdzorg, zeggen de leden.

Kamer van een bewoner van de gesloten jeugdzorginstelling Transferium Jeugdzorg in Heerhugowaard, in 2018. De instelling komt niet in het verhaal voor.
Kamer van een bewoner van de gesloten jeugdzorginstelling Transferium Jeugdzorg in Heerhugowaard, in 2018. De instelling komt niet in het verhaal voor. Foto Olivier Middendorp

Er gebeurt nog te weinig om de veiligheid van kinderen in de jeugdzorg te vergroten. Dat constateren leden van de commissie Geweld Jeugdzorg, een jaar na het verschijnen van het rapport waarin zij dertien aanbevelingen doen om slachtoffers uit het verleden te ondersteunen en kwetsbare kinderen in de toekomst beter te beschermen. De resultaten zijn tot nu toe teleurstellend, zeggen verschillende leden van de inmiddels ontbonden commissie tegen NRC.

Vooral als het gaat over toekomstige jeugdzorg wijst het kabinet te veel naar de sector of bestaand beleid, vinden de oud-commissieleden. „Er blijkt nergens uit dat er méér wordt gedaan sinds deze bevindingen van zoveel geweld”, zegt hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. Ook hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie Jan Hendriks en historicus Christiaan Ruppert zien nauwelijks verandering in de politiek en de praktijk. Hendriks: „Er zijn veel woorden, maar het ontbreekt aan daden.”

Lees het achtergrondverhaal: Niemand trekt de jeugdzorg naar zich toe

De commissie onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter deed vier jaar lang onderzoek naar jongeren die tussen 1945 en 2019 in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen verbleven. Uit het omvangrijke eindrapport bleek dat kinderen in die periode onvoldoende beschermd waren tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld. Het toezicht op de jeugdzorg is al die jaren tekortgeschoten, oordeelde de commissie. De overheid bleef op afstand en reageerde nauwelijks op zorgelijke signalen. Ongeveer een op de tien jongeren in de jeugdzorg had „vaak tot zeer vaak” te maken met geweld.

Volgens de commissie is er onder meer pro-actief en onafhankelijk toezicht nodig, moeten leefgroepen kleiner worden en dient er te worden geïnvesteerd in meer goed geschoold personeel. In hun reactie op het rapport onderschrijven ministers Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) en Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) die aanbevelingen, maar stellen ze geen concrete doelen. Hendriks: „In plaats daarvan wordt er wéér een overleg in het leven geroepen.”

Eerder werd duidelijk dat slachtoffers teleurgesteld zijn over de schadevergoeding van 5.000 euro waar zij naar verwachting dit najaar aanspraak op kunnen maken. Ook andere vormen van erkenning laten op zich wachten, zegt Barth van Eeten, voorzitter van de Stichting Seksueel Kindermisbruik Instellingen Pleeggezinnen. „Behalve een doos vol goede voornemens hebben we daar eigenlijk nog niets van gezien.”

De comissieleden vinden dat de regering – nog veel meer dan nu – de regie moet nemen. „De overheid is eindverantwoordelijk”, zegt voorzitter Micha de Winter. „Er is nu gelukkig erkenning voor het feit dat er veel fout is gegaan en dat dit grote impact heeft gehad op de levens van mensen. Maar dit rapport wijst ook op een crisis in het heden, die zo ernstig is dat je het niet alleen aan de sector kunt overlaten. Zij kunnen zichzelf niet als een soort Baron van Münchhausen aan hun haren uit het moeras trekken.”