Opinie

Ontdekking: de eerste coronarij

Column Amsterdam

Auke Kok

Voorzichtig, tastend en proberend, komt de stad tot leven. Zich afvragend wat wel en niet mag, wat wel en niet verantwoord is, zoeken uitbaters en klanten zich een weg naar de zomer. Dat prikkelt mijn observatievermogen: de eerste signalen van het nieuwe normaal kunnen zich in de kleinste details voordoen. Zo kan het gebeuren dat ik fietsend over de Keizersgracht rechts even de Leidsestraat in kijk en even later op de remmen sta. Wat was dat? Zag ik dat écht? Even kijken.

Ja hoor, de eerste rij. De eerste coronarij.

Ik zag al eerder een rij, maar dat was voor het Anne Frank Huis en had met een tijdslot van doen. En ook de supermarktrijen blijven hier buiten beschouwing. Dit is een echte rij in de zin van volkomen vrijwillig. Voor een kledingwinkel. Het is geen rij om U tegen te zeggen, zes meisjes achter een koord met verchroomde afzetpaaltjes. Maar samen vertonen ze wel degelijk alle kenmerken van een rij. Grondige observatie is geboden.

Ik hoor Duits en Engels spreken: men weet Amsterdam weer te vinden – mondjesmaat

De eerste sneeuwklokjes melden zich in februari ook niet met duizenden tegelijk; je staat er vertederd bij stil en weet dat de lente in aantocht is. Ik sta nu stil in de Leidsestraat en moet toegeven: best lief, zo’n eerste rijtje. De eer komt toe aan Brandy Melville, een Amerikaans kledingmerk dat zich voornamelijk op witte tieners lijkt te richten. De zes, inmiddels acht meisjes behoren tot de doelgroep; keurig afstand houdend wachten ze op hun beurt. Ik zie enkele papieren draagtasjes: sommigen hebben elders al toegeslagen. Mogelijk de eerste manifestatie van neo-consumentisme. Noteren: Calvin Klein nog steeds gewild.

Vanaf mijn observatiepost aan de overkant van de straat neem ik links en rechts geen drukte waar. Halverwege de middag, in normale tijden kon je hier over de hoofden lopen, kuieren eenlingen en kleine groepjes door de Leidsestraat. Ik hoor Duits en Engels spreken: men weet Amsterdam weer te vinden – mondjesmaat. Lijn 2 rijdt zonder mankeren langs, rinkelen hoeft niet.

De rust maakt het inmiddels tot elf meiden uitgegroeide coronarijtje extra bijzonder. Overal kun je zo naar binnen; ook bij Abercrombie & Fitch, waar de belangstellenden zo vaak in de rij stonden, is het stil. Maar bij Brandy Melville moet je buiten wachten. Natuurlijk heb je al snel rijen als er slechts tien klanten binnen mogen zijn. Dan nog: waarom juist hier en elders niet?

Ondervraging leert dat de meiden vaak van buiten komen: ik hoor Landsmeer noemen, Purmerend. Met mondkapjes in de bus om hier achter een blauw koord te gaan staan. „Ze hebben alleen winkels in Utrecht en Amsterdam”, verklaart een meisje met lang blond haar. Een ander omschrijft het geheim als: „Wat je op Instagram ziet, hebben ze hier meestal ook.”

Vijftien sneeuwklokjes in de rij nu. Het duurt eindeloos.

Ook in coronatijden is men bereid een engelengeduld te betrachten voor dat ene juiste shirtje of truitje: dat kan na mijn gedegen veldonderzoek met empirisch onderbouwde zekerheid worden vastgesteld.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.