Niemand trekt de jeugdzorg naar zich toe

Jeugdzorg Van de aanbevelingen voor een veiligere jeugdzorg van de commissie-De Winter van vorig jaar is weinig terechtgekomen.

De ‘hoofdstraat’ van het complex van Transferium Jeugdzorg in Heerhugowaard, in 2018. De jeugdzorginstelling komt niet in het verhaal voor.
De ‘hoofdstraat’ van het complex van Transferium Jeugdzorg in Heerhugowaard, in 2018. De jeugdzorginstelling komt niet in het verhaal voor. Foto Olivier Middendorp

De titel liet aan duidelijkheid weinig te wensen over. Het rapport dat hoogleraar pedagogiek Micha de Winter vorig jaar juni aan de ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) en Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) overhandigde, kreeg de titel Onvoldoende beschermd, een verwijzing naar tienduizenden kinderen en jongeren die na de Tweede Wereldoorlog onder verantwoordelijkheid van de overheid uit huis werden geplaatst omdat ze gevaar liepen, en vervolgens terechtkwamen in situaties die nóg onveiliger waren.

Lees over het rapport uit 2019: Commissie: kinderen in jeugdzorg onvoldoende beschermd tegen geweld

Vier jaar lang deed een commissie onder leiding van De Winter onderzoek naar geweld in de jeugdzorg. De commissieleden spraken met duizend slachtoffers en documenteerden hun ervaringen. Het resultaat was een verslag van vijfduizend pagina’s, met verhalen over afranselingen en kinderen die na het bedplassen hun eigen natte onderbroek in de mond gestopt kregen. Verhalen die volgens De Winter soms zo extreem waren dat hij zich „nauwelijks kon voorstellen dat dit allemaal echt gebeurd kon zijn”.

Het geweld had „nooit mogen plaatsvinden”, schreven De Jonge en Dekker bij het verschijnen van het rapport. „Excuses, erkenning, hulp en ondersteuning van de overheid voor de slachtoffers zijn hier op z’n plaats.” Ook brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland maakte excuses en gaf toe dat te weinig is gedaan om het geweld te voorkomen en te stoppen. Eind februari kondigde minister Dekker een schaderegeling aan: iedereen die kan aantonen slachtoffer te zijn, kan aanspraak maken op 5.000 euro. De regeling start waarschijnlijk dit najaar.

Belangrijke gebaren, vinden leden van de inmiddels ontbonden commissie Geweld Jeugdzorg. Toch zijn ze teleurgesteld over wat er het afgelopen jaar terecht is gekomen van de dertien aanbevelingen die zij deden om slachtoffers te ondersteunen en kinderen nu en in de toekomst beter te beschermen. Ze hebben de indruk dat hun adviezen worden ‘weggeschreven’ – in de definitieve reactie van de ministers van eind februari wordt vooral verwezen naar lopende actieplannen en bestaand beleid.

„Het zijn veel mooie woorden maar ze zeggen weinig”, zegt hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. In februari reageerde zij namens de commissie al op de plannen van de ministers. Toen noemde ze de ambitie van het kabinet „erg laag en op sommige punten erg vaag”.

Wat is er veranderd sinds de bevindingen van een jaar geleden? NRC bekeek enkele belangrijke aanbevelingen.

Kleinere groepen

Het verkleinen van de leefgroepen is volgens de commissie-De Winter een „cruciale voorwaarde” om geweld in jeugdzorginstellingen af te laten afnemen. De groepsgrootte, zo staat in het rapport, is een belangrijke factor bij de spanningen die groepsleiding en jongeren ervaren. „De kinderen in de leefgroepen hebben behoefte aan aandacht, liefde en met ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat de leefgroepen kleiner moeten worden.”

De ministers zijn het daarmee eens. In hun reactie van 21 februari verwijzen ze naar een in 2018 opgesteld actieplan waarin een kleinere groepsgrootte in de JeugdzorgPlus (de zwaarste vorm van jeugdzorg) een belangrijk aandachtspunt is. Op sommige plekken wordt al maatwerk geleverd aan jongeren die moeilijk in grotere groepen functioneren, schrijven Dekker en De Jonge. Ook zijn gesloten jeugdzorginstellingen „op zoek naar manieren om meer kleinschaligheid te organiseren”.

Maar juist deze instellingen staan onder grote druk, zeggen de commissieleden. Ze hebben te maken met krappe budgetten, een paar organisaties – zoals de Hoenderloo Groep – vielen in de afgelopen maanden om. „In tijden van zulke grote zorgen en tekorten in de jeugdzorg kun je het niet aan de sector overlaten”, zegt Mariëlle Bruning. „Er is een regierol nodig.” Ook volgens voorzitter Micha de Winter zit de sector „in een financiële klem”. „Om voor een doorbraak te zorgen moet je buiten de gebaande paden gaan. Ga met de branche, gemeenten en het Rijk om tafel zitten, net zolang tot het opgelost is.”

Wat het kabinet precies wil bereiken, wordt bovendien nergens concreet. Hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie Jan Hendriks en historicus Christiaan Ruppert, oud-commissielid en secretaris, pleiten dan ook voor een tijdspad. Hendriks: „Het zou een geweldig signaal zijn als bijvoorbeeld de groepen in 2021 met 20 procent verkleind worden.”

Lees ook: Onder toezicht van Jeugdzorg werd ze slachtoffer van misbruik, nu klaagt ze de Staat aan

Goed geschoold personeel

Het werken op relatief grote groepen met kinderen die vaak ernstige gedragsproblemen hebben wordt als zeer zwaar ervaren, zag commissie-De Winter. Vaak vertrekken groepsleiders alweer na korte tijd uit een instelling, met als gevolg dat kennis wegvloeit, pedagogische continuïteit niet altijd gewaarborgd is en jongeren geen band opbouwen met hun begeleiders. De kans op geweld neemt daardoor toe.

In een vernietigend rapport van november vorig jaar constateren de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid min of meer hetzelfde: het feit dat de waardering van het werk (zowel financieel als maatschappelijk) niet in verhouding staat tot de zwaarte en complexiteit ervan, is voor veel jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders reden om te vertrekken. De uitstroom van personeel in de sector is jaarlijks zo’n 20 procent. Zelfs instellingen die er alles aan doen om medewerkers te werven en te behouden, hebben volgens de inspectie structurele personeelstekorten.

De ‘creatieve ruimte’ bij Transferium Jeugdzorg.

Foto Olivier Middendorp

Ook deze aanbeveling onderschrijven de ministers. En ook hier wordt volgens hen aan gewerkt: zo faciliteert het kabinet dit jaar sessies waarin medewerkers uit de jeugdzorg bespreken hoe de arbeidsmarkt aantrekkelijker kan. Daarnaast wordt gewerkt aan een „blijvend passend en goed op de praktijk aansluitend curriculum” waarin geweld een aandachtspunt is. De ministeries van Volksgezondheid en Justitie en Veiligheid zijn hierover met hogescholen en werkgevers in gesprek, laat een woordvoerder weten.

Het is de vraag, zeggen commissieleden, of het werkelijke probleem hiermee wordt aangepakt. Mariëlle Bruning: „Geweld komt veel voor tussen jongeren onderling. Het is het hele klimaat dat het triggert. Het hoge ziekteverzuim, de constante uitstroom – het leidt allemaal tot onveiligheid.”

Beter toezicht

Over het toezicht in de jeugdzorg velde de commissie een hard oordeel. Instanties die uit huis geplaatste kinderen hadden moeten beschermen, schoten decennialang tekort. „Het is van belang dat het externe toezicht op de jeugdzorg verbetert”, aldus de commissie in haar rapport. „Dit toezicht is nu vooral risicogestuurd en komt pas in actie wanneer er iets ernstigs is gebeurd. Vervolgens worden de verbeteracties aan het veld overgelaten en marginaal gevolgd.”

De commissie vindt dat de Inspectie meer veldbezoeken moet afleggen en met jongeren zelf moet spreken. Het kabinet merkt echter op dat er zoveel plekken zijn waar jongeren verblijven – pleeggezinnen en gezinshuizen meegenomen – dat de Inspectie ze nooit allemaal geregeld kan bezoeken. Daarom is de inspectie bijvoorbeeld nauwer gaan samenwerken met het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg, een instantie die ouders van jongeren in de jeugdzorg bijstaat en zo’n tachtig vertrouwenspersonen heeft die instellingen bezoeken. Het is niet wat de commissie voor ogen had. „Wij hebben geadviseerd dat het zo ingericht moet zijn dat men weet wat er speelt op de werkvloer”, zegt Jan Hendriks. „Dat gebeurt nu niet.”

Uit de aanbeveling voor een sterkere toezichthouder volgt ook het advies voor het aanwijzen van een onafhankelijke instantie die bekijkt of er daadwerkelijk stappen worden gezet. Het actuele vervolgonderzoek waar de commissie op heeft aangedrongen, is er nog niet – niemand weet dus of het geweld in de jeugdzorg nu afneemt. Volgens de woordvoerder van het ministerie van J&V wordt gewerkt aan een veiligheidsbelevingsonderzoek, waarvan de eerste resultaten er volgend jaar moeten zijn.

De commissieleden twijfelen niet aan de goede intenties van jeugdzorg en het kabinet. Wel vrezen ze dat niemand de volledige verantwoordelijkheid voor het onderwerp op zich neemt. Veel aanbevelingen uit het rapport van de commissie-De Winter zijn „vrijwel identiek” aan die van de commissie-Samson, die tussen 2010 en 2012 seksueel misbruik in pleeggezinnen en residentiële instellingen onderzocht, zegt Jan Hendriks. „Ook toen schreven we: verklein de groepsgrootte, investeer in maatregelen tegen het hoge verloop. Zeven jaar later denk ik: goh, de situatie is nog exact hetzelfde. Wat we proberen te zeggen: zorg dat de basis goed is. Jongeren moeten de groepsleiding kunnen vertrouwen. En die leiding moet capabel zijn.”