Miami Beach, spookstad voor halfdode zielen

Grunberg per trein van New York naar Miami #9 (slot) Schrijver Arnon Grunberg verlaat zijn woonplaats New York op zoek naar de VS in coronatijd. Hij reist naar Miami en verkent onderweg enkele steden. Vandaag terug naar New York.

Hotel Victor, Miami Beach.
Hotel Victor, Miami Beach. Foto Arnon Grunberg

Een magere surfer met lang, grijs haar is mijn Uber-chauffeur, die mij van Daytona Beach naar Miami rijdt met ware levensverachting. Af en toe vraagt hij: „Maak ik je aan het schrikken?”

Openbaar vervoer bestaat hier nauwelijks.

Het regent hard in het zuiden van Florida. De surfer zegt: „Wij in Daytona Beach eten gezond, we doen aan yoga, daarom heeft het virus ons niet of nauwelijks te pakken genomen.”

„Dat zou kunnen”, zeg ik.

Miami Beach, ooit een erotisch paradijs, nu, zoals de surfer zegt, „een spookstad”.

Het strand is afgesloten, niet alleen vanwege het virus, ook omdat er een avondklok is. Auto’s mogen Ocean Drive niet meer op.

Op de deur van Hotel Ocean, waar ik gereserveerd had, hangt een briefje: „Ga naar hotel Victor.”

Victor is geopend, ik krijg een kamer aan de rand van het kleine zwembad en ga weer de deur uit.

Ocean Drive: enkele joggers. Op een pad achter het strand waar het normaal een drukte van belang is, is nu vrijwel niemand te vinden. Hier en daar slapen mensen in struiken. Achter Loews Miami Beach Hotel word ik korte tijd achtervolgd door een man met een parfumfles in zijn hand die indringend roept: „Parfum kopen?” Een van de weinige keren tijdens deze reis dat ik me onveilig heb gevoeld.

Op Collins Avenue staat een groot bord dat aangeeft hoe laat de avondklok vandaag begint: „Middernacht.”

Als ik terugkeer naar het hotel liggen jonge Russen aan de rand van het zwembad en na het eten is er een kleine pool party van twee zwarte mannen en vrouwen met cocktails en marihuana. Een van de mannen geeft me een boks.

Het erotische paradijs van weleer is een spookstad voor halfdode zielen geworden, een laatste cocktail voor de avondklok.

Ik vlieg terug naar New York, waar de avondklok vier uur eerder begint. Driekwart van de winkels op Madison Avenue is gebarricadeerd.

Vóór de avondklok ga ik langs bij een vriendin, die me vraagt of ik hoop heb voor dit land. Zij namelijk niet meer.

„Zeker,” zeg ik, „als ik de hoop had willen opgeven had ik het eerder moeten doen. Ik heb nooit iets anders gevraagd of verwacht dan gedoogd te worden. Acceptatie leek me te veel van het goede. Een liefdesrelatie die uit wederzijds gedogen bestaat, ook dat kan hoop zijn.”

Om half acht ga ik terug naar huis – geen onnodige risico’s. Op veel kruispunten staat de politie gereed.

Ik bid dat er echt iets zal veranderen, maar ik hoop dat de revolutie zal uitblijven. Aan één ding twijfel ik niet: als de anarchie van de revolutie komt, zal het fascisme vlak daarna komen. De geschiedenis leert ons: law and order eerst, burgerrechten later.

Slot van de dagelijkse serie. Donderdag 18 juni een afsluitend artikel in CS.