Opinie

Waarom is een relatie pas écht als het ‘aan’ is?

Liefde Een monogame relatie gaat vaak ten koste van andere liefde, vindt Daan Borrel. Maar bij de alternatieven mist ze de verdieping die één partner kan bieden.

Foto Melissa Schriek

Drie maanden nadat ik vorig jaar op het Griekse eiland Samos een maand had doorgebracht met gevluchte vrouwen, kreeg ik een ingeving. Drie maanden had het gevoeld alsof ik constant een blok beton aan mijn been meezeulde, doordat ik had gezien hoe oneerlijk en willekeurig het was wie op deze wereld aandacht kreeg. Maar na die ingeving voelde het alsof ik eindelijk weer vrij kon bewegen, los van dat voortdurende machteloze gevoel.

Achteraf klinkt die ‘ingeving’ me wat typisch in de oren. Was naar een asielzoekerscentrum in Nederland gegaan om wat te kunnen betekenen, denk ik nu, had je bij een of ander vrijwilligersproject aangesloten. Maar nee, de ingeving was dat als ik persoonlijk de heteronormatieve, monogame liefdesrelatie zou loslaten, ik méér intimiteit zou creëren op micro- én op macroniveau.

Want om je te keren naar die traditionele relatie moet je wegdraaien van andere dingen, had ik geleerd van de Amerikaanse sociologe Mimi Schippers, bekend van onder meer het boek Beyond Monogamy. Met andere woorden: die liefdesrelatie gaat vaak ten koste van andere liefde en verbinding. (Ook een homoseksueel stel kan zich overigens heteronormatief gedragen, net zoals een heteroseksueel stel zich ervan kan losmaken: het gaat om gedrag dat past bij het idee dat je alleen ‘echte’ intimiteit – in welke vorm dan ook – kunt ervaren als romantisch paar, met die ene ‘ware’.)

Met mijn persoonlijke fantasieën en verlangens kan ik de samenleving beïnvloeden, had ik bij Schippers gelezen. Dus óók de situatie op Samos, gewoon vanuit Nederland. Op directe wijze – als ik me niet bind aan hoofdzakelijk één persoon, help ik op microniveau sneller iemand buiten mijn romantische bubbel – én op indirecte wijze: met het verschuiven van seksuele fantasieën verschuift de macht op macroniveau. Met het verlangen naar meer dan één persoon veranderen verbindingspatronen op macroniveau. Hier, maar hopelijk ook dáár.

Seks is decennia gebruikt om vrouwen klein te houden zodat ze geen macht kregen

Die ingeving kwam me ergens ook wel goed uit, want ik had een week voor ik naar Griekenland vertrok iemand ontmoet op wie ik die zomer erg verliefd was geworden. Dat stond niet helemaal in de planning: ik had me net eindelijk ‘vrij’ gevoeld als vrijgezel, vrij in de zin dat ik mezelf vertrouwde, anderen vertrouwde zonder daarvoor een ‘duurzame’ relatie op te bouwen. Ik had manieren gevonden om intimiteit te creëren én autonoom te blijven. En nog belangrijker: ik begon een vrijere, meer doelloze vorm van seksualiteit te ontdekken, seks niet meer alleen te gebruiken om iemand te krijgen, of om enkel bevredigd te worden. Vrouwen is eeuwenlang wijsgemaakt hoe ze zich seksueel moeten gedragen, zelfs nog in de zogenoemde seksuele revolutie in de jaren zestig. Seks is decennia gebruikt om vrouwen klein te houden zodat ze geen macht kregen. Nu, in mijn eigen sensuele revolutie, begon ik eindelijk te ontdekken wat míjn erotische gevoelens waren.

Met de komst van die verliefdheid voelde het alsof ik die (seksuele) vrijheid weer kwijt zou raken, dat ik zou buigen voor zíjn behoeftes, ik was bang dat ik opnieuw zou neigen naar dat eeuwenoude vrouwelijke hostessgedrag – éérst zorgen voor de lieve vrede binnen de verbinding, dan voor eigen interesses/carrière/verlangens – gedrag dat verbonden is met die traditionele patronen.

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder, en hebben we nog steeds geen relatie. En daar moeten we ons vaak voor verantwoorden (niet in de laatste plaats tegenover onszelf).

Ik houd een relatie niet af omdat ik denk dat ik nog iemand beters kan tegenkomen – ik herken me totaal niet in een vaak gehoorde generatieschets, recentelijk nog in NRC. ‘Mingles’ werden ze daarin genoemd: singles die wel een vast iemand hebben, maar dat geen relatie noemen zodat ze altijd nog een deurtje open hebben staan. Ik denk dat ons bewustzijn op relationeel vlak gaat over verdieping, of over maatschappijkritiek, in plaats van over opgejaagde optimalisering van geluk. We voelen (net als in de jaren zestig) dat het persoonlijke politiek is, dat we geconditioneerd zijn en dat we met de invulling van ons persoonlijke leven ook politiek iets kunnen veranderen.

Om veel redenen wil ik wel een relatie – hij is geweldig, ik wil bij hem zijn, ik geloof in de positieve werking van rituelen, en dat een (monogame) relatie een kans is om verbinding te verdiepen en gezonde afhankelijkheid te trainen. Maar om veel redenen wil ik ook géén relatie: ik wil ook zonder hem zijn, ik wil ook met anderen of alleen zijn. Ik wil geen relatie omdat veel (representaties van) relaties die ik ken andersoortige intimiteit buitensluiten. Omdat met een relatie de neiging ontstaat vooral voor de mensen bínnen die relatie te zorgen. Het gaat verdere diepgaande verbinding tegen.

Lees ook: De kunst van het jarenlang bij elkaar blijven (2017).

De reacties uit mijn omgeving op mijn verliefdheid bewijzen die eenzijdige kijk op relaties. Iedereen was ‘zo blij’ voor me, wat geweldig, zo fijn, en ja, dat was natuurlijk allemaal goedbedoeld, ik vond het óók fijn en geweldig, ik kraam dit soort opmerkingen ook uit tegen verliefde vrienden. Maar die reacties laten tegelijkertijd zien hoe weinig ruimte er is voor de andere kant: het is ergens ook jammer als twee mensen minder tijd en aandacht hebben voor anderen. In de reacties zwom in mijn oren soms zelfs opluchting mee. Alsof ik gered was. Nu had ook ík toegang tot intimiteit. (Waarschijnlijk is dit deels ook een projectie van mijn angsten. Om toch weer afhankelijk te zijn van één man.)

Inmiddels zijn de reacties veranderd in: hebben jullie nu al wat? Ook deze opmerkingen zijn aandachtig en goedbedoeld, al verraadt het opnieuw een aanname: pas als het ‘aan’ is, is het echt. Dat past wederom bij het heteronormatieve gedachtengoed: alleen in een romantische monogame relatie kun je ‘echte’ intimiteit ervaren. Tijdens een onenightstand heb je misschien leuke seks, maar pas met die ene ware kun je ‘echte’ seks ervaren. Met vrienden heb je leuk essentieel contact, met een geliefde ‘echte’ intimiteit. Daar moet het wel ‘aan’ voor zijn.

Die vragen en reacties passen binnen de gangbare westerse cultuur waarin intimiteit vooral gezien wordt binnen de lineaire tijd. Je komt iemand tegen, wordt verliefd, besluit verkering te nemen, en dan begint ‘het’. (Al naar gelang je positieve of negatieve inborst wordt het steeds beter of slechter.) Maar naast de lineaire tijd bestaat er ook zoiets als een circulaire tijd, waarin alles steeds terugkomt. Waarin je telkens weer opnieuw eenzaamheid ervaart, telkens weer opnieuw voor verbinding met iemand kiest. Waarin alles in golven komt. Wat mij betreft een geruststellende ‘tijd’ om naast die lineaire tijd te hebben, maar deze ligt niet besloten in ons gebruikelijke westerse concept van een liefdesrelatie.

Dat was zo bijzonder aan de vrije periode van vrijgezel zijn: op elk moment kon intimiteit ontstaan. Met de caissière. Met mensen op straat. Met vrienden.

Neem dan een open relatie, zou je kunnen opperen: zo houd je de mogelijkheid open op seksuele of romantische relaties met een ander én kun je vast met die man van je zijn. Dat is zeker een optie. Maar behalve dat het momenteel al genoeg energie kost én geeft om bewust uit de aangeleerde patronen van man en vrouw te stappen, gaat een open relatie gevoelsmatig ergens ook voorbij aan mijn punt: om de begrippen seksualiteit en romantiek op te rekken om meer intimiteit te creëren. Het is niet het doel om met anderen seks te blijven hebben, of nóg een romantische relatie ernaast te zoeken, maar om zo open te blijven staan alsof ik ieder moment nog seks zou kunnen hebben – met íédereen. Niet alleen met wie ik naar bed wil. Dat was zo bijzonder aan de vrije periode van vrijgezel zijn: op elk moment kon intimiteit ontstaan. Met de caissière. Met mensen op straat. Met vrienden. Het ging niet om jagen, het ging om openstaan. Alle verbindingen werden mogelijk ‘romantisch’. Alleen miste toen soms de verdieping. Zowel een monogame relatie als een open of géén relatie voelt daarom niet als het antwoord, omdat de vormen geen tegenstellingen maar polariteiten zijn; ze bestaan niet zonder elkaar. Ze zouden samen in een relatie moeten zitten.

Misschien is het aanstellerij, gaat het maar om woorden. Maar in dingen benoemen zit kracht. En deze woorden kleven vast aan een oude wereld – daarom denk ik dat veel generatiegenoten (zeker vrouwen!) hun verbinding geen relatie willen noemen. Het zijn maar woorden, maar het gaat over hoe we verbinding maken, wie de baas is, wie we buitensluiten en wie niet. Hoe we over liefdesrelaties praten, hoe we erop reageren, hoe we ze invullen: het zegt iets over onze manier van verbinden. Als we die manier van praten veranderen, veranderen we ook bepaalde structuren. (Woordkunstenares Stella Bergsma noemt haar relatie in een interview ‘zuurstofdoorlatend’: soms open, maar zodra het gaat tochten, gaat de deur dicht.)

De geliefde en ik hebben nog steeds geen verkering. Tot ergernis van anderen; ‘jahaa’, zeggen ze, ‘jullie hebben gewoon een relatie’. En misschien hebben ze ook gelijk want inmiddels ervaar ik wel de privileges van een relatie, die zeker nu in de coronacrisis pijnlijk duidelijk worden: ik heb iemand met wie ik intiem kan zijn, die me dat waarborgt. Waar singles niet te vertrouwen zijn (wie hebben ze naast mij aangeraakt?) vertrouwen wij – oh zo romantisch – elkaar wel, geven elkaar lichamelijke én emotionele intimiteit. Op Instagram zag ik die eerste coronaweken ‘trotse’ foto’s voorbijkomen van stelletjes met onderschriften als: ‘hij is de enige die ik de komende tijd aanraak’. Romantisch ja, maar in feite is die krappe invulling van intimiteit heel pijnlijk. Als stellen zich terugtrekken verkrampt dit de collectieve intimiteit. Corona vergroot dit alleen maar uit. Ik mis de sensuele en romantische kanten van mijn vriendschappen momenteel het meest.

Privileges buiten corona om: ik heb toegang tot meer kapitaal, tot meer leuke mensen, ik word niet nagestaard of nageroepen als ik ’s avonds met de man over straat loop, en ik word uitgenodigd voor etentjes met andere stellen. En zo heb ik toegang tot een nieuwe gemeenschap waar intimiteit te halen en te geven valt. De stellenwereld.

Misschien moet ik me aan die nieuwe gemeenschapsintimiteit overgeven – uit weerstand worden tenslotte niet de mooiste dingen geboren. Misschien moet ik mijn mooiste jurk aantrekken en hem verkering vragen, erop vertrouwen dat ik mijn relatie precies zo kan vormen als ik zelf verlang, proberen de traditionele stellenwereld om te vormen. En me vervolgens aanmelden als vrijwilliger bij een vluchtelingencentrum. Al heb je daar natuurlijk geen verkering voor nodig.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.