Het wit in dichtbundels is er om volgeklad te worden

Gedichten met Deckwitz Hoe lees je een gedicht? In deze serie helpt dichter en columnist Ellen Deckwitz je van je drempelvrees af. Les 8: maak aantekeningen in de kantlijn.

Illustratie Jenna Arts

Een tijdje geleden kwam een vriend langs en nieuwsgierig liep hij naar mijn boekenkast. Hij bladerde door wat poëziebundels en trok bleek weg.

„Waarom schrijf je erin met een pen?!” gruwelde hij. Een handje valeriaan later ging het beter maar hij ging niet weg tot hij een verklaring kreeg.

Okay. Ik ben een van die blasfemisten die op iedere pagina aantekeningen maakt, het liefst met pen omdat potlood zo snel vervaagt. Ik noteer thema’s, onderstreep mooie regels, zet golfjes onder gedeelten die ik flauw of gemakzuchtig vind, voorzie rake opmerkingen van smileys. Mijn geliefde noemt mijn dichtbundels mijn reisverslagen, wat ik een prettig idee vind, omdat het suggereert dat lezen een expeditie is.

Dit annoteren heeft van mij een nauwkeuriger lezer gemaakt, want door te waarderen en becommentariëren ben ik actiever met de tekst bezig dan wanneer ik er niet in de kantlijn mee in gesprek ga. Wanneer ik een bundel herlees pak ik een andere kleur pen, zet voorin de datum (zodat ik weet welke kleur inkt bij welke herleesbeurt hoort), en begin zowel de verzen als mijn opmerkingen opnieuw tot me te nemen. Tijdverspilling? Het heeft me veel geleerd over het lezen van poëzie.

Wie herleest en zijn invallen bijhoudt, ontdekt natuurlijk hoezeer duiding afhankelijk is van wie je op dat moment bent, maar ook welke leesstrategie je voorkeur heeft. Waar je interesses liggen, wat je nodig hebt. Neem het gedicht Sneeuw van Anne Sexton (1928-1974). Ik las het voor het eerst op mijn zeventiende en onderstreepte met mijn zwarte vulpen de beelden. Toen ik begon met poëzie was ik vooral op jacht naar prikkelende invalshoeken voor de wereld om me heen, en Sextons gedicht bevat er genoeg: dat sneeuw sokken voor de takken vormt, dat de vlokken gebleekte vliegen zijn.

Vijf jaar later las ik de bundel opnieuw, en ditmaal maakte ik met een groene stift aantekeningen. Bij de vliegen zette ik nu ‘matig beeld’ in de kantlijn (geen idee meer waarom) en ditmaal omcirkelde ik hoofdzakelijk concepten. Ik volgde indertijd college’s filosofie en was op zoek naar ideeën waar ik op kon sabbelen als een zuurtje. En dus arceerde ik dit keer de hele tweede en derde strofe. Zoals wat de verbinding tussen hoop en bijten is zonder dat je weet waarin je je tanden zet. Of wat het over God zegt wanneer Hij opeens melk geeft. Lezen was in die periode voor mij de zoektocht naar andere manieren van denken, hoe vreemder hoe beter.

In 2010 werkte ik aan mijn dichtdebuut en las ik deze bundel met een rode stift, waarbij ik vooral op de klanken lette. Ik onderstreepte ritmes. En toen ik dit vers afgelopen week met een blauwe pen tot me nam, viel het me op hoe geniepig Sexton hier met herhaling speelt. De eerste twee regels van ieder strofe eindigen telkens met hetzelfde woord. Daardoor krijgt het iets zangerigs en sprookjesachtigs (bij sprookjes worden ook vaak herhalingen gebruikt), en dat geeft het vers, ten onrechte, iets lichts. Dit is geen hoopvol gedicht. Ook al lijkt het een ode aan de winter, erg opgewekt is een beeld als vallende vliegen niet, want dat impliceert dat de beestjes dood zijn. En het feit dat hoop en sneeuw door de herhaling aan elkaar worden geklonken, maakt het vers sinisterder dan je op het eerste gezicht zou denken. Sneeuw smelt immers, dus het vermoeden ontstaat dat de hoop ook geen lang leven beschoren is.

Wat je in teksten vindt en waardeert, is altijd afhankelijk van wie je op dat moment bent, wat je leeservaring is, wat je nodig hebt. Het mooie is dat juist door op deze manier te herlezen je ook je ontwikkeling als lezer ziet, en ook hoeveel verschillende manieren je jezelf hebt aangeleerd om de teksten tot je te nemen. Op het niveau van regel, idee, ritme of gedicht. Als je een vers al op zoveel manieren kunt bekijken, is dat ook het geval met de ruimte, de mensen, de gebeurtenissen om je heen, wat op een bepaalde manier natuurlijk ook allemaal een soort gedichten zijn, zaken die om duiding vragen, soms om bewondering, soms om een reactie.

Gelukkig bestaan gedichten uit veel wit, want dan kan je er makkelijk je aantekeningen aan toevoegen. En zo worden bundels bomen, waarin je tekens kraste die lieten zien waar je was, wie je was, en waar je al bent geweest, om van daaruit door te reizen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.