Foto Folkert Koelewijn

Help, mijn dochter is een Greta Thunberg

Jonge activisten Ze heten Rosa (9), Mirjam (15), Lilly (12) en Betty (15) en zetten zich fanatiek in voor een duurzamer wereld. Een moeder: „Ze was heel fel. Ze at sommige dingen gewoon niet meer.”

Pontificaal scheurden op 4 juni eindexamenleerlingen op Twitter hun diploma doormidden. Jongeren van klimaatbeweging Fridays for Future vroegen zich af: „Wat heb je aan een toekomst als die wordt verwoest door klimaatverandering?”

Het was de zoveelste klimaatactie van jongeren in de afgelopen twee jaar. Sinds de Zweedse Greta Thunberg een fenomeen werd als ‘klimaatmeisje’ demonstreren steeds vaker jonge mensen voor het milieu.

Wat je ook ziet: er komen nieuwe milieubewegingen op, zoals Fridays for Future, De Jonge Klimaatbeweging en Youth For Climate. Zij organiseren bijvoorbeeld stakingen, waaronder de grote scholierenstakingen van vorig jaar in Amsterdam en Den Haag.

Ook het WNF ziet een toename van actievoerende kinderen en tieners, zegt woordvoerder Annet Les. „Bijvoorbeeld tijdens de bosbranden in Australië. Toen kregen we tientallen belletjes van kinderen die wat wilden doen. De actie SOS Koala had in korte tijd 3.500 aanmeldingen.”

Bij de jongerenorganisatie van Milieudefensie sloten zich het afgelopen jaar eveneens meer actieve jongeren aan, zegt bestuursvoorzitter Rico Disco van Jongeren Milieu Actief. „Zonder te hoeven ronselen hadden we meer dan veertig actieve vrijwilligers. Terwijl we drie jaar geleden met moeite twintig vrijwilligers konden vinden.”

Maar die interesse gaat niet op voor alle jongeren, zegt Adwin Bosschaart, hoofddocent aan de lerarenopleiding aardrijkskunde op de Hogeschool van Amsterdam. Hij deed in 2018 onderzoek onder zo’n tweeduizend 15-jarigen. Veel tieners bekommeren zich niet om het milieu, bleek daaruit. Bosschaart: „Hoe belangrijk jongeren dit onderwerp vinden hangt heel erg van het schooltype af. Op het vmbo speelt het klimaat amper, op de havo al meer. Het bewustzijn over hoe we met de aarde omgaan zit met name bij leerlingen op het vwo. Fanatieke , duurzame jongeren zitten voornamelijk op dat schooltype.”

Wat opvalt is de invloed van die jongeren op hun ouders. Woordvoerder Erik Christiansson van Fridays For Future: „Ik heb mijn ouders geprobeerd ervan te overtuigen vegetariër te worden. Bij mijn moeder is dat beter gelukt dan bij mijn vader. Hij eet af en toe nog wat vlees.”

Ook de vaders en moeders in de interviews bij dit artikel zijn door hun kinderen duurzamere keuzes gaan maken. Zo stopte de familie van Betty (15) met vlees eten nadat zij vegetariër was geworden. De ouders van Rosa (9) stappen binnenkort over op een elektrische auto, omdat hun dochter maar bleef zeggen dat hun eigen auto te vervuilend was.

Lees ook: De ‘Greta’ van de klimaatontkenners

Onder wetenschappers zijn weinig onderzoeken bekend over de beïnvloeding van ouders door kinderen. Nadja Zeiske, gedragsonderzoeker aan de RUG, stuurt een studie van de Stanford University waaruit blijkt dat ouders zuiniger met energie omgaan als hun dochters op scouting les krijgen in energiebesparing. Arjen Wals, hoogleraar ‘transformatief leren voor sociaal-ecologische duurzaamheid’, kent nog een ander onderzoek. Wetenschappers van de North Carolina State University keken of ouders van mening zouden veranderen over klimaatverandering, wanneer hun kinderen daarover werden onderwezen. Ze onderzochten 238 families. En ja, zo bleek: de ouders maakten zich door de lessen van hun kinderen meer zorgen over de toekomst van de wereld. Daarnaast bleek dat dochters meer invloed op de overtuigingen van hun ouders hadden dan zoons.

Meiden lijken inderdaad fanatieker. Ook in de jonge milieubeweging zijn veel meer meisjes actief dan jongens. Erik Christiansson : „Misschien denken jongens gewoon minder na over de toekomst. Zijn ze met andere dingen bezig.”

Mirjam van der Steur (15): ‘We hebben gepraat over gearresteerd worden’

 

Mirjam van der Steur is sinds vorig jaar betrokken bij actiegroepen voor het klimaat.

Vader Jacob Jan van der Steur: „Mirjam hield altijd al van de natuur.”

Moeder Saskia Kieft-Van der Steur: „Ze kreeg wandelende takken van de buurvrouw, waar ze thuis mee speelde.”

Mirjam van der Steur: „Of ik had slakken uit de tuin gehaald.”

Moeder: „Die liepen dan over haar arm. Ik vond dat altijd wel bijzonder.”

Mirjam: „Maar ik ben me vorig jaar zomer pas echt zorgen gaan maken over het klimaat. De Amazone stond in brand, daar kwam het door. Bij aardrijkskunde kreeg ik les over het klimaatprobleem, maar ik dacht dat het een probleem van de toekomst was. Toen ik het ging uitzoeken begreep ik dat het klimaatprobleem binnen nu en tien jaar opgelost moet worden. Ik ben er lang bang en gestresst van geweest.”

Vader: „Ik wist eigenlijk niet dat het haar zo bezighield. Tot het moment dat ze op de bres sprong, zo van: hier moeten we wat aan doen.”

Mirjam: „Ik ging nadenken over mijn toekomst en raakte in paniek. Ik had piekergedachtes, zelfs slapeloze nachten. Een paar keer ben ik ’s nachts bij mijn ouders in bed gekropen.”

Vader: „Kijk, we deden al wel de simpele dingen in huis.

Moeder: „Papier in de papierbak, glas in de glasbak.

Vader: „We hebben zonnepanelen op het dak. Maar Mirjam werd lid van actiegroepen.”

Mirjam: „Jongeren Milieu Actief, coördinator van Extinction Rebellion Jong, lid van de lokale afdeling van Extinction Rebellion.”

Moeder: „Dat vonden we wel spannend. Gewoon, omdat ze vijftien is en je als ouder denkt: wat sta ik toe? Mag ze alleen naar Amsterdam, de grote stad?”

Vader: „En we spraken over die burgerlijke ongehoorzaamheid van Extinction Rebellion. Wat gaat dat worden, dachten we.”

Moeder: „Maar ze is wijs.”

Vader: „En mondig.”

Mirjam: „M’n vader ging mee naar de eerste bijeenkomst van Extinction Rebellion.”

Vader: „Dat was een eyeopener. Als je die grafieken ziet en weet dat als we willen dat de aarde maar anderhalve graad opwarmt, we nu moeten stoppen met de uitstoot van CO2. Dat gaat niet lukken. En dat had ik me niet gerealiseerd.”

Moeder: „Daarna zijn we wel bewuster met dingen omgegaan. Onze groentela zit vol vleesvervangers.”

Vader: „Ik heb die groep ook gevraagd: waarom burgerlijke ongehoorzaamheid? Waarom niet een petitie of een motie of iets dergelijks? Toen zeiden ze: voor veel dingen die wij nu voor lief nemen, is ooit actie gevoerd.”

Mirjam: „We hebben een keer gepraat over gearresteerd worden.”

Vader: „Ik heb tegen haar gezegd: als jij een keer in de gevangenis belandt, dan kom ik je er gewoon uithalen.”

Mirjam: „Jij zei (ze kijkt naar haar vader): ik ben het eens met wat ze doen en hoe ze het doen. En jij zei toen (knikt naar haar moeder): oké dan.” Haar moeder lacht.

Mirjam: „Maar als burgerlijke ongehoorzaamheid niet nodig is, en we respectvol actie kunnen voeren, dan moeten we dat doen.”

Vader: „Misschien doe ik de volgende keer wel mee.”

Lilly Platt (12): ‘Plastic blijft en blijft en blijft’

 

Lilly Platt is de Greta Thunberg van de plasticsoep. Ze sprak al onder andere bij de VN over zwerfafval.

Lilly Platt: „Drie jaar geleden liep ik met opa naar de McDonald’s. We zagen heel veel plastic op de grond, echt overal. Wij dachten toen, laten we het opruimen. In 15 minuten vonden we 91 stukken afval. Ik ging daarna uitzoeken wat er gebeurt met al dat plastic.”

Moeder Eleanor Platt: „Lilly is van de feiten. Ze zoekt alles op.”

Lilly: „Plastic is gemaakt van fossiele olie en dus blijft het bestaan. Het blijft, het blijft, het blijft. Het breekt wel in kleine stukjes, die heten microplastics. En die worden ook weer kleiner, dat heet nanoplastics. Niemand weet hoe klein plastic kan worden. En omdat het zo klein is, kan plankton dat plastic opeten. Kleine vissen eten plankton, de kleine vissen worden opgegeten door grote vissen en die vissen eten wij weer. Zo komt plastic ook in ons.”

Vader Jaap Bouma: „En je vindt het ook erg voor de dieren. Los daarvan, het is gewoon een smeerboel.”

Moeder: „Ze begon een Facebook-pagina en maakte foto’s van al het afval dat ze vond.”

Lilly: „En toen schreef de lokale krant er een artikel over. En daarna kwam Q-Music.”

Moeder: „In het begin is ze door heel veel media geïnterviewd, dat was wel overweldigend. Daarna werd ze door veel organisaties gevraagd. Ze stond in het Europees Parlement, op congressen van internationale organisaties en werd zelfs eens uitgenodigd door de Egyptische president.”

Lilly: „Alleen maar 2 procent van mij was een beetje zenuwachtig. De rest zei: dit is een monsterlijk verhaal, ik moet dit vertellen.”

Moeder: „Alles wat ze tegenkomt ruimt ze op.”

Lilly: „Mijn ouders moeten er altijd een kwartier bij tellen als we ergens naartoe gaan.”

Moeder: „Tot nu toe raapte ze zo’n 100.000 stuks op. Niet alleen, ze gaat ook wel eens met opa op pad.”

Lilly: „Een keer dacht iemand dat hij community service deed. Dat hij uit de gevangenis kwam, hahaha.”

Moeder: „We zijn blij dat ze zo vrolijk is. Ze is ook nog steeds kind, ondanks alle aandacht die er voor haar is. Als ze terugkomt van een bijeenkomst pakt ze gewoon haar kleurpotloden om te kleuren.”

Lilly: „Soms ben ik wel verdrietig om wat er gebeurt door plastic en klimaatverandering. Maar in plaats van denken in negatieve dingen moet je nadenken over de positieve dingen. Over hoeveel mensen al zien dat de aarde niet een creditcard is die je gewoon maar kunt gebruiken.”

Vader: „Onze bemoeienis is eerder beschermend dan pushend.”

Moeder, in een apart telefoongesprek: „De onlinereacties vallen me wel zwaar. Die komen vaak van mannen boven de veertig die hatelijke opmerkingen maken. Lilly weet van die reacties, maar ze leest ze niet. Ik verwijder ze en blokkeer de trollen. In het begin heb ik wel eens gedacht: moeten we hier niet mee stoppen? Maar ze wil dit zo graag doen. Zelf kwam ik tijdens een actie een keer een vrouw van een jaar of zestig tegen die zei: ik heb van mijn ouders nooit mogen protesteren voor de dieren als kind, dat zat zo diep. Toen begreep ik hoe belangrijk het is om je te kunnen uiten.”

Betty Humphries (15): ‘Heel naar, de macht die je hebt om een dier te doden’

 

Betty Humphries stopte met vlees eten toen ze negen was. Nu is ze veganist.

Moeder Marjolein van den Hoven: „Betty vindt het wel fijn dat ze geïnterviewd wordt. Ze zoekt naar manieren om gehoord te worden door volwassenen.”

Betty Humphries: „Ik heb ooit een sollicitatiebrief geschreven naar Greenpeace.”

Moeder: „Er was daar een vacature voor chief director. Dat ze tien was, zag ze niet als probleem.”

Betty: „Vaak wordt tegen jongeren gezegd: wat weet jij nou helemaal van klimaatverandering en dierenwelzijn, laat het aan de volwassenen over. Maar we hebben het aan de volwassenen overgelaten en je ziet wat daarvan is gekomen.”

Moeder: „Mijn man en ik werken ook voor een goed doel, maar zij is de voorvechter in de familie. ”

Betty: „Ik kan me herinneren dat ik als kind al mensen probeerde tegen te houden om op mieren te staan. Ik hou niet van het idee dat je iets anders kan vermoorden. Heel naar, de macht die je dan hebt. Alleen at ik wel dieren, want als kind realiseer je je natuurlijk niet dat kip kip is.”

Moeder: „Ik heb zelf voor het WNF gewerkt en focuste op palmolieplantages in Indonesië. In een van die opvangcentra zat een orang-oetan die bijna volledig verlamd was, in ieder geval van onderen. Neergeschoten toen hij in een palmolieveld was terechtgekomen, wat natuurlijk zijn oorspronkelijke habitat was. Hij mocht de rest van zijn leven in een kooi slijten, volledig depressief. In die opvang zat ook een andere orang-oetan, die me door de tralies een hand gaf. Ik voelde dat haar vingers ontbraken omdat die er met een machete af waren gehakt. Moeder en kind waren met grof geweld gescheiden omdat de baby goed verkoopt. Dat was wel een moment dat ik totaal verslagen dacht: hoe kan het dat we zo ontzettend slecht met dieren omgaan?”

Betty: „Ik dacht steeds vaker: waarom is het wel erg dat een orang-oetan zo wordt behandeld, of dat een sneeuwluipaard wordt vermoord, maar niet dat een varken wordt gedood. Dat is toch ook een dier?”

Moeder: „Het zetje kwam van haar. Daarna zijn we allemaal gestopt met vlees eten.”

Betty: „Maar ik mocht niet meteen veganist worden, daar heb ik echt voor moeten lobbyen. Moeten opzoeken wat voor vervangers er zijn, wat ik qua vitaminen dan zou moeten eten.”

Moeder: „In de media wordt gezegd dat veganisme voor kinderen niet goed is. Die informatie is de laatste jaren wel veranderd, maar toen was men daar echt geen voorstander van. Als je kind van twaalf dan besluit om geen melk en eieren meer te eten maar linzen en noten, is dat dan wel verstandig? Ze is nog zo jong, zeiden mensen. Ik had daar geen antwoord op. Maar Betty was heel fel.”

Betty: „Zo fel was ik toch niet?’’

Moeder: „Ze at sommige dingen gewoon niet meer. Ik heb wel eens in de keuken gestaan en gedacht: misschien dat ik hier stiekem iets doorheen mix. Dat heb ik nooit gedaan hoor. Maar je zit zo vastgeroest in denkbeelden: kinderen moeten melk en eieren eten. Uiteindelijk heb ik een lijst van internet geplukt en in de keuken gehangen. Zo van, hier zit calcium in, hier B12. En nu is het zo normaal geworden dat het hele gezin vaak veganistisch eet.”

Rosa Stepien (9): ‘Waarom gooien mensen die rotzooi op straat?’

 

Rosa Stepien raapt overal vuil op.

Rosa Stepien: „Ik zag een keer een film over een robotje dat alleen was overgebleven op aarde, Wall-E . Het was er zo vies dat alle mensen in een ruimteschip moesten. En dat robotje moest alles opruimen. Omdat de mensen zolang in het ruimteschip zaten, konden ze niet meer lopen. Ik dacht aan het einde van de film: als dat maar niet in het echt gebeurt.”

Moeder Doenja Nab: „Daarom raapt ze nu bijna alles op wat ze op de grond ziet liggen: vuurwerk, rietjes, stukken plastic, dopjes op het strand.”

Rosa: „Anders eten de eenden alles op en gaan ze dood.”

Moeder: „We gingen een keer ergens koffiedrinken en daar zag ze een groot stuk plastic op straat liggen. Nou, dat moest en dat zou in de prullenbak. Liep ze door de stad met dat stuk vuil. Oh mijn god, dacht ik: gênant. Maar dat vindt ze zelf niet. Dus dan denk ik ook: laat maar. Het is heel puur en het is heel mooi dat dit van binnenuit komt.”

Rosa: „Met oud en nieuw staken buurjongens vuurwerk af. Maar ze ruimden het niet op. Dat heb ik toen gedaan.”

Moeder: „Nou, eerst werd je boos op ze.”

Rosa: „Ik zei: jullie moeten het wel opruimen.”

Moeder: „Ze lijkt nu een beetje verlegen, maar dat durft ze dus.”

Rosa: „Als ze iets stouts doen dan zeg ik het gewoon.”

Moeder: „Als ze op de markt al die rotzooi ziet liggen, krijgt ze bijna een hartaanval.”

Rosa: „Waarom gooien mensen dat op de grond?”

Moeder: „En we moeten een elektrische auto van jou, hè?”

Rosa: „Als ik op de weg uit het raam van de auto kijk, zie ik al dat stof en die aswolkjes. Dan denk ik: dat is niet goed, dat is vervuiling voor de lucht.”

Moeder: „Ze blijft zeggen: jullie moeten echt een elektrische auto kopen, dat is veel beter.”

Rosa: „Dat is ook veel beter.”

Moeder: „We krijgen de elektrische auto binnenkort. We moesten een nieuwe leaseauto en toen had ik ook zoiets van: als we de keuze hebben dan doen we het gewoon. Haar klasgenoten schilderen haar wel eens af als groene freak: heb je haar weer, de politieagent. Dat is de andere kant van het verhaal, maar ze komt er vanzelf achter hoe ze daarmee om moet gaan. Ik zie het wel als mijn taak als opvoeder om haar weerbaar te maken tegenover mensen die anders denken. Als ze naar buiten rent om mensen aan te spreken die afval op straat gooien, en ze reageren daar dan raar op, leg ik uit: jij bent hun moeder ook niet. Of hun juf. Of de politie.”

Rosa: „Dat vind ik wel moeilijk.”