Recensie

Recensie Uit eten

Geraffineerde keuken verrast bij het ontbijt én bij het diner

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

Een dag voordat het kabinet nogal abrupt de laatste ronde afriep, ontbeten we in Williams Canteen, een naam die verwijst naar het adres. De William Boothlaan (uit te spreken als ging het om een vaartuig) is genoemd naar de stichter van het Leger des Heils, maar wij kregen gelukkig niet het idee dat diens gedachtegoed in het restaurant een rol speelt. Niemand keek er gek van op dat ons oog op de drankenkaart haakte aan de regel „champagne brut – blancs de noir” (12,50 euro). Mijn vrouw citeert graag de Amerikaanse schrijver F. Scott Fitzgerald die een teveel van wat dan ook slecht noemde, maar een uitzondering maakte voor champagne. Om 10.55 uur zitten er zelfs twee vijven in de klok.

Om er ook iets bij te eten, namen we gekaramelliseerde yoghurt met blauwe bessen, frambozen en granola (7 euro), wentelteefjes op zijn Frans met mascarpone en koffie-dadelstroop (8 euro) en uit de serie ,,2 eggs anyway you like’’ gepocheerde eitjes met hollandaisesaus en bacon en scrambled egg met wortelpuree en komkommer (elk 5,50 euro, saus en bacon elk 1,50 euro), beide met een zuurdesemmuffin.

Het was zaterdagochtend en we dachten dat het weekend niet meer stuk kon. Zeer binnenkort zouden we hier ook ’s avonds een keer gaan eten, want wij waren onder de indruk van het raffinement waarmee de ogenschijnlijk zo eenvoudige gerechten waren bereid. Alles klopte en de eitjes waren precies zo lang of kort gepocheerd dat de dooier nog vloeide.

Enfin, twaalf weken later openden we opnieuw de deur waarop de woorden van Deelder: „Ons gaan is een komen / Ons komen een gaan”. We desinfecteerden onze handen en bevestigden onze goede gezondheid. Achterin was ons tafeltje. Om verder te gaan waar we waren gebleven, begonnen we ook nu weer met champagne.

Langs de zijwand stonden nog drie tafeltjes, een tweetje en twee viertjes. De tafels midden in de zaak waren verdwenen, alles met het oog op de anderhalvemeterveiligheidsmarge, maar aan de grote leestafel achterin zat een groter gezelschap zich prettig te vermaken. In de open keuken werd geconcentreerd gewerkt.

Williams Canteen werkt in deze voorzichtige post-lockdownperiode met twee avondshifts, een om 17.00 uur, een om 20.00 uur, zodat arriverende gasten niet tegen vertrekkende hoeven opbotsen. Net zo overzichtelijk is het driegangenmenu à 35 euro waaruit we kunnen kiezen. Ik had de tartaar met piccalilly en oestermayonaise de vorige keer al op de kaart zien staan en neem die als voorgerecht. Mijn vrouw kiest de makreel met dashi, een zeewierbouillon van Japanse oorsprong. Voor de hoofdgerechten valt de keuze op rundersukade en op schelvis en we delen de friet die als supplement (5 euro) op de kaart staat. Van de toetjes neem ik natuurlijk het pastinaakijs, mijn vrouw de rabarbertaart. We drinken tempranillo (4 euro per glas) bij de vleesgerechten en blue-blanc-thau (uit het diepe zuiden van Frankrijk, 4,80 euro) bij die met vis.

De makreelmoot is op de huid gebakken en is nét-aan gaar. Mijn vrouw noemt makreel altijd manneneten, maar ze is zeer tevreden met haar keuze. De tartaar is opgemaakt met aardappelkrokantjes, kleine dobbelsteentjes komkommer, gel van piccalilly en bolletjes oestermayonaise. Alles bij elkaar fris-zacht van smaak.

Schelvis is een wat veronachtzaamde vis, ten onrechte, blijkt. Ik krijg een mooie dikke moot in mosselsaus. Verrassend zijn de als zuurkool gefermenteerde knolselderij en de gebakken meiraap. Mijn vrouw noemt de sukade „echt een topstuk”. Het vlees is sous-vide gegaard en daarna aan beide zijden nog even op de grillplaat gelegd, wat de lichte rooksmaak verklaart. Ook het pastinaakijs is verrassend lekker met zijn hazelnootrasp en bosbessen- en frambozengel.

Kort en goed: Williams Canteen is een aanwinst.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.