Recensie

Recensie Theater

Freek de Jonge blikt terug: ‘Als ik wat minder pretenties had gehad’

Cabaretwebsite de Zwarte Kat laat cabaretier Freek de Jonge zijn eigen solo-shows van commentaar voorzien. ‘Ik had behoorlijk veel pretentie, hè. Ik nam ernstig wat ik deed. Het geluk was dat er altijd wel wat te lachen bleef’, aldus de meester zelf.

Freek de Jonge
Freek de Jonge Foto Koen van Weel/ ANP

Freek de Jonge werkt zich in de openbaarheid regelmatig in de nesten. Dat past bij zijn dwarse persoonlijkheid, een man die aandacht nodig heeft en barst van ambities, ook nu hij 75 is. Dus schiep hij zijn eigen Youtube-kanaal met maar liefst 330 video’s van voorstellingen, lezingen en liedjes van de afgelopen veertig jaar.

Richard van Bilsen, oprichter van de Zwarte Kat, maakte bij de voorlopige Freek-erfenis een podcastserie, waarin Freek een kwartier mag praten. Dat begint met De Komiek (1980), de eerste solo van Freek na zijn tijd bij Neerlands Hoop. In de verzamelbox Neerlands Hoop in Bange Dagen staan alle verdrietige details over deze scheiding. Kwestie van persoonlijk drama en incompatibilité des humeurs: Bram, de knappe en sportieve muziekman en Freek, de slungelige, getormenteerde kunstenaar die vereenzelvigd werd met de loser die hij speelde.

In de podcast geeft hij Bram de credits: „Mijn soloshow was een steen in de vijver, ik was er voor de tweede keer in geslaagd mezelf uit te vinden, werd er gezegd. Hoe ik daar zelf tegenaan kijk? Ik was door Neerlands Hoop al tamelijk zelfverzekerd, had het volste vertrouwen in wat ik kon. Eén van de beste adviezen die ik kreeg, kwam van Bram: ‘Je kunt niet altijd de underdog blijven spelen’.”

Geknakte hoofden

Na een vliegende start ging het bij De Mythe (1983) mis: „Mijn vertrouwen was grenzeloos, ik ging vol goede moed naar Haarlem. Ik had het idee dat het anderhalf uur zou zijn, maar na veertig minuten zat ik helemaal vast. Het publiek was op geen enkele manier tevreden gesteld. Dat was héél heftig. We zaten allemaal met geknakte hoofden.”

Lees ook: Freek brengt zijn ‘klassiekers’ met verve in Carré

Freeks pretenties, eerzucht en persoonlijkheid, het komt allemaal voorbij in terloopse zinnetjes. „Het was niet verstandig om Orlow (Seunke, hij speelde het doofstomme broertje in De Komiek) erbij te halen, want hij begon zich ermee te bemoeien. Bram bemoeide zich totáál niet met mijn conferences, dus ik vond dit een beetje ongepast”.

En elders: „Die jaren tachtig, crisis en krakers, zijn voor een groot deel aan mij voorbij gegaan, ik was erg met mijn eigen heil bezig”. Of: „In De Tragiek was ik behoorlijk heftig bezig, moralistisch en streng. Nu heb ik de leeftijd waarop ik denk: dat had ik wel op een wat eenvoudiger manier kunnen doen als ik wat minder pretenties had gehad. Maar ja, iedere insteek die ik toen heb genomen was op dat moment relevant en geldig”.

Richard van Bilsen is meer aangever dan interviewer, hij laat Freek graven in zijn geheugen, praten over succes en teleurstelling en gooit nu en dan een balletje op. Scherp wordt het nergens, zijn bewondering zit hem soms in de weg. Dat neemt niet weg dat het voor Freek-liefhebbers een feest is om te luisteren naar de oude meester die terugblikt op een leven lang productie-drift.