De hoffelijkheid in ‘Belgravia’ past goed bij de coronatijd

Etiquette Kijkend naar de serie ‘Belgravia’ merkt Josephine Rombouts dat ze de hoffelijkheid waardeert. „Vijftig minuten de illusie dat alle problemen rond sociale afstand rustig en overzichtelijk zijn opgelost.”

Naar de supermarkt gaan in coronatijd is net een balzaal betreden. Het is nu weer een beetje gezakt, alhoewel ik het persoonlijke welkom bij de karretjes nog steeds waardeer, maar de eerste week was het een waar genoegen: met langzame schreden de deur naderen, de spaarzame andere bezoekers omzichtig voor laten gaan, in brede cirkels om elkaar heen dansen en bij het ontmoeten van een bekende stilstaan, een knikje, wat welgedoseerde conversatie en dan weer verder. Zoekend naar een weg tussen afstand houden en beleefd blijven, voel ik me omgeven door een hoffelijkheid die best heel prettig aanvoelt.

Wel een contrast met de thuissituatie die juist veel informeler is geworden: pubers die tot laat in de ochtend in joggingbroeken rondhangen, het ontbijt dat onceremonieel overgaat in lunch, territoriale schermutselingen om het plekje met de beste wifi-ontvangst. De mores van het zoomen ontdekt: is zwaaien kinderachtig of het enige gebaar dat een afscheid duidelijk onderstreept? Knikken of een duim omhoog steken? Hoe voorkom je dat je met horten en stoten door elkaar heen zit te praten?

In de chaos van de ontdekking van de nieuwe omgangsregels zit ik op een avond Belgravia te kijken. Eigenlijk ging ik niet kijken, want ik had wel even genoeg van de viering van de Engelse Britsheid op hun Brexit-eiland. Er klonk opeens een hypnotiserende tune door het huis en toen ik de kamer inliep, zag ik op de tv een opeenvolging van klassieke architectuurtekeningen die nét als de simpele zuilen en deuren saai werden, uitschoven en je de illusie van driedimensionaliteit intrekken.

„Kijk, ik dacht dat je dat wel leuk zou vinden, het is van die Julian Fellowes die Downton Abbey schreef”, zei mijn man. „Wel een rare naam: Belgravia”, merkte hij op, „speelt het in Oost-Europa?”

„Zo heet een wijk in Londen”, zei ik terwijl ik zonder mijn ogen van het scherm te nemen neerzeeg op de bank. „Fellowes’ verhalen spelen in Engeland, of ergens waar heel veel Engelsen zijn, of waar iets heel Engels gebeurt. Brussel vlak voor de Slag bij Waterloo bijvoorbeeld. Het was vol Engelsen en er kwam een historische overwinning van de Engelsen aan, dat is genoeg om de stad acceptabel te maken voor één aflevering. Daarna gaan ze snel terug naar Londen, naar de nieuwe wijk die Belgravia werd genoemd naar de opdrachtgever, de markies van Westminster, burggraaf van Belgrave.”

Voor iemand die niet ging kijken, wist ik er behoorlijk wat van af.

De trailer van ‘Belgravia’.

De eerste scène laat twee jonge vrouwen zien die door de drukke straten van Brussel in 1815 rennen. De voorste is jong, mooi en fris en roept: „Come on!” naar de tweede. „I’m coming as fast as I can!”, hijgt die. De reactie van het mooie meisje op deze noodroep van haar ondergeschikte is: „Don’t be so feeble!” Pas toen tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek dat de Britse working classes zodanig verzwakt waren dat ze niet meer konden rennen als hun leven ervan afhing, begon er een besef te komen dat ‘chin up’ roepen misschien niet meer voldoende was.

Ze rennen naar een plaats vol Engelse officieren. Die weten hoe het hoort, social distancing op z’n best, met een knikje op de plaats. Het sportieve meisje wordt toegelaten tot haar vader en dan blijkt dat de vader wel rijk is maar niet van adel. Hij eist namelijk beleefdheid van een superieur. Zoiets doet natuurlijk alleen een bourgeois. Echte adel eist geen beleefdheid, die verwacht het.

Dit wordt door zijn vrouw in een volgende scène in tekst uitgelegd als een kleine ondertiteling voor de buitenlandse kijkers. De bourgeois-echtgenoot zie je daarna op een bal stumperen als hij wordt voorgesteld aan een hertog. Hij weet niet de goede aanspreektitel en maakt een te diepe buiging: dubbele fout, geen ondertiteling nodig want de adellijke wenkbrauwen vliegen veelzeggend omhoog.

Zelfs Madonna maakt een kniksje

Een paar avonden later zag ik toevallig de aflevering van de The Graham Norton Show toen Madonna daar te gast was in 2019. De Amerikaanse megaster zit op de bank bij de Britse interviewer en is de diva: „I’m not used to sharing couches.” Ze maakt het Graham Norton flink lastig. Totdat Sir Ian McKellen binnenkomt. De geridderde acteur met Shakespeare op zijn voorhoofd geschreven en een Oscar Wilde-sjaal losjes over zijn pak, wendt zich naar Madonna en ze maakt een kniksje.

Lees ook de recensie van NRC: Stijlvolle klassenstrijd in Belgravia

Wat? Ja. The Queen of Pop die zich het liefst voor een miljoenenpubliek door een stel mooie mannen tot een hoogtepunt laat brengen, gaat door de knieën als een debutante. Ze maakt haar reverence als een danseres, met een plié. Toen dames hoepelrokken droegen was dat usance, voor ballerina’s kan het nog steeds, maar vrouwen van nu doen hun curtsy door de ene voet achter de andere te plaatsen. Madonna droeg hotpants, dus als ze haar respect wilde betuigen dan had ze met die kleding het bij een buiging kunnen houden. Maar waarom zou ze eigenlijk? Om te laten zien dat ze wist hoe het hoorde?

De Britse actrice Lily James naast Madonna pakte het anders aan, dat had ze op haar exclusieve kostschool geleerd: ze zoende haar collega op beide wangen.

Dat is het wat de Britse series zo irritant verslavend maakt: de Engelsen weten hoe het hoort. Nee, dat weten ze niet, ze hebben alleen de hele wereld ervan weten te overtuigen dat zij beter weten hoe het hoort dan ieder ander. Zo grondig is de illusie dat zelfs de meest rebelse diva in een reflex door de knieën gaat, Amerika massaal Downton Abbey kijkt, dezelfde serie die in communistisch China een Butler Boom heeft veroorzaakt.

Weten ze er nu echt meer van dan de rest? Ze hebben het Franse woord etiquette, label ter identificatie, inderdaad voor het eerst gebruikt om do’s and don’ts in polite society te beschrijven. Lord Stanhope, de vierde graaf van Chesterfield, schrijft midden achttiende eeuw brieven aan zijn zoon on the Art of becoming a Man of the World and a Gentleman. Hardop lachen, kenmerkt je meteen als iemand van het volk, een beheerste glimlach moet voldoen om vrolijkheid uit te drukken. Etiquette niet om goed gezelschap te zijn maar om je sociale superioriteit te bewijzen. Tijdgenoot en schrijver Dr. Johnson zei over het boek dat het de moraal van een hoer en de manieren van een dansmeester geeft. De Britse etiquette heeft door dit en soortgelijke publicaties wel een hoge vlucht genomen, het resultaat ervan is goed voor het vullen van zes afleveringen Belgravia.

‘Your Grace’ of ‘Duke’?

Zittend in mijn coronahuishouden in de chaos van pubers met zoomlessen, deadlines aan de keukentafel en veel meer afwas dan anders, voel ik dat dat nu nét is wat ik nodig heb: vijftig minuten mensen aanschouwen die weten hoe het hoort.

Josephine Rombouts runde vijf jaar de huishouding op een Schots kasteel. Lees ook het interview met haar: ‘Het was alsof ik bij een vreemde stam was terechtgekomen’

De rust voelen van weten wanneer je tegen een hertog ‘Your Grace’ moet zeggen en wanneer ‘Duke’. Huishoudens aanschouwen waarbij niemand uit de plooi raakt. Dames die geniaal over het voetlicht weten te brengen welke gevoelens ze achter hun masker verbergen. Zilveren dienbladen die naar binnen zweven, gedragen door decoratieve bediendes. Een vrouw des huizes die alleen hoeft thee te schenken en zich kan concentreren op het brouwen van pittige hatelijkheden om bij de petit fours te serveren.

Een klein uur lang leef ik in de illusie dat ik ook weet hoe diep je reverence moet zijn. Dat alle problemen rond sociale afstand rustig en overzichtelijk opgelost zijn.

Daarna keer ik verfrist terug naar mijn eigen milieu. De volgende keer dat mijn puber een boer laat, ga ik mijn wenkbrauwen optrekken.

Josephine Rombouts is de auteur van drie boeken over Cliffrock Castle, het Schotse kasteel waar ze werd aangenomen als huishoudster. Ze woont nu weer in Nederland.