Opinie

Erasmus is af

In 010

Het was de eerste publieke uitnodiging die ik ontving sinds de versoepeling van de ‘intelligente lockdown’. Even wennen was het zeker. Wat mocht ook alweer wél en wat niet nu het coronavirus leek uitgeraasd? De anderhalvemeter-regel sneuvelde in elk geval alras in het stadspaleisje aan het Koningin Emmaplein, waar zondag de twee laatste delen van De Correspondentie van Desiderius Erasmus werden gepresenteerd.

Zo’n kleine dertig gasten keuvelden ontspannen, glas champagne in de hand. Terecht een feestelijk stemming, nu uitgeverij Ad. Donker na zeventien jaar haar mammoetproject had voltooid: twintig delen met ruim 3.100 brieven van Erasmus, prachtig gebundeld en vertaald. En grotendeels nog actueel en herkenbaar ook.

Prof. Steven Lamberts, voorzitter van de Stichting Erasmus Correspondentie, refereerde aan de ‘corona van de Middeleeuwen’: de pest. „De ziekte bracht tijdens Erasmus’ leven veel onheil. In 1484, toen hij als jongen studeerde aan de Latijnse School in Deventer, brak er een pest-epidemie uit, waarop zijn vader hem onmiddellijk terugriep naar Gouda. Erasmus’ moeder overleefde de golf niet, zijn vader stierf het jaar erop.”

In 1501 verliet de filosoof vanwege de pest ijlings Parijs, zoals in een van zijn brieven verwoord. Maar in 1518 leek de aandoening Erasmus alsnog te hebben overmand. Lamberts: „Hij was toen in Leuven, en als je leest hoe Erasmus in detail zijn ziekteverschijnselen beschrijft, kun je niet anders concluderen dan dat hij de builenpest had. De artsen bleven veilig op de drempel staan.”

De anderhalvemeter-samenleving avant la lettre! En lockdowns waren er ook toen al. Bij besmettelijke ziekten gingen de stadspoorten op slot. „Maar”, vertelde Lamberts, oud-rector magnificus van de EUR, „Erasmus bood ook troost. Hij zei: ruimte scheidt de lichamen, niet de geest.”

Dat zou ook zomaar op deze middag kunnen slaan, waar de geest van de in 2018 overleden uitgever Willem Donker springlevend leek. En waar zijn weduwe Jos Exler, die het bedrijf heeft voortgezet, Lamberts hartelijk bedankte met een kus. „Kan dat wel?”, vroeg ik geschrokken. „Jazeker”, sprak hij. „ik heb corona al achter de rug. Ben zeven kilo lichter, maar niet meer besmettelijk.”