Opinie

Een oorlogsrecessie, maar dan in vredestijd

Maarten Schinkel

Is er een precedent voor deze crisis? De bedieners van economische modellen hebben er moeite mee, want de huidige diepe malaise past niet goed in de vorm die zij gewend zijn. Het einde van een hoogconjunctuur voltrok zich tot nu toe op ruwweg twee manieren. Klassiek is de krapte die op een gegeven moment ontstaat bij bedrijven die de vraag nauwelijks meer aankunnen. Zij verhogen hun prijzen, werknemers op de krappe arbeidsmarkt vragen loonsverhogingen.

De inflatiespiraal die ontstaat, wordt gebroken door de centrale bank die de rente opschroeft en mét de inflatie ook de economische activiteit de kop indrukt. Begin jaren zeventig en tachtig zijn daar voorbeelden van – beide versterkt door een stijgende olieprijs. En ook de milde recessie van begin jaren negentig mag hier onder worden geschaard.

Het andere stereotiepe einde van een hoogconjunctuur voltrekt zich als de oververhitting de vorm aanneemt van wilde speculatie: het ontstaan van zeepbellen op de vastgoedmarkt, de aandelenbeurzen en de kredietmarkt, tot die bellen knappen. Daar hebben we in 2001 en in 2008 (Lehman) kennis mee gemaakt, de Japanners al in 1990 en ook de Grote Depressie van de jaren dertig begon ermee.

In de Global Economic Prospects die de Wereldbank maandag publiceerde, wordt de huidige recessie getypeerd als de op drie na ergste van alle veertien mondiale recessies van de afgelopen anderhalve eeuw.

Maar welke waren er erger? De jaren dertig zijn al genoemd en het valt nog maar te bezien of die recessie de huidige weet te blijven overtreffen. Want tot nu toe zijn de meest recente economische prognoses erger dan de vorige. De Wereldbank overklaste de prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit april. Op 24 juni komt het IMF met een update die nog grimmiger zal zijn dan zijn eerste versie van destijds.

De Nederlandsche Bank deed maandag een schepje bovenop de donkere vooruitzichten van het Centraal Planbureau van maart. Woensdag kwam de OESO, de club van gevestigde industrielanden, met prognoses die in veel opzichten zwartgalliger zijn dan die van de Europese Commissie van vorige maand.

Opvallend is dat van de drie recessies die volgens de Wereldbank erger zijn dan de huidige, alleen de Grote Depressie er een in vredestijd was. De andere twee zijn de demobilisatie vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen het stoppen van de krachtsinspanning zorgde voor een enorm vacuüm. De andere speelde ten tijde van het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Over die keuze valt te twisten, maar wat opvalt, is dat zulke recessies eigenlijk nooit een rol spelen in de economische analyse. We hebben het altijd over cijfers ‘in vredestijd’. En terecht, tot nu toe. Als je de economie ziet en meet als een uiterst complex organisme, dan heeft het weinig zin om te analyseren wat er gebeurt als dat organisme onder de bus komt. Dan wordt economie pathologie.

Toch heeft de coronarecessie in veel opzichten veel weg van een economie in oorlogstijd. Productie en arbeid zijn door ingrepen van bovenaf gestaakt of sterk beperkt. Veel consumptie is verboden geweest, en is dat soms nog steeds. Reizen en transport liggen aan banden. Het voorspellen van de economische activiteit is vrijwel volledig afhankelijk van het verloop van de strijd.

Ga er maar aan staan: van de grote economische instituten wordt verwacht dat zij krimpcijfers tot achter de komma uitrekenen. Het alternatief, de scenarioanalyse, levert zulke uiteenlopende prognoses op die haar betekenis bijna verliest. Dat valt de economen niet aan te rekenen. Zij kampen met een oorlogsrecessie in vredestijd. Die is nieuw, en letterlijk onberekenbaar.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.