Als je vraagt hoeveel tijd kippen je kosten, moet je ze niet nemen

Tuin Neem drie kippen en ineens ben je boer. Alma Huisken schreef er een boek over. „Eigen voedsel telen, ervaar ik als een schat.”

Wyandottes. Foto Doortje Stellwagen
Wyandottes. Foto Doortje Stellwagen

Als baasjes op hun honden lijken, kunnen kippenhouders dan ook op hun kippen lijken? Alma Huisken steekt met haar kloeke gestalte en rode kuif in elk geval niet merkwaardig af bij de kippen die haar omringen in haar Groningse landschapstuin van bijna een hectare groot.

Het zijn Wyandottes, kippen zoals je je kippen voorstelt. Compacte bouwpakketjes van cirkels en driehoeken. In kleuren die zich pas openbaren als je dichtbij komt, als een schilderij van Rothko. Black on dark Sienna on Purple of Orange, Red, Yellow.

Alma Huisken schreef Het groene kippenboek. Een persoonlijk verslag, cursusboek en kookboek ineen, doorspekt met geschiedenis en fragmenten uit kunst en literatuur. Het kippenboek is aanstekelijk en ontmoedigend tegelijk. ‘Ik wil kippen!’, denk je het ene moment. En op de volgende bladzijde: ‘Nooit van m’n leven!’

Eén hoofdstuk besteedt ze aan redenen om ze wel en om ze juist niet te willen. Dat laatste ten overvloede, kun je zeggen. Want alleen al haar beschrijvingen van kwalen, ziekten en hygiënekwesties zijn genoeg om je te weerhouden. En dan is er nog het drama met de zeventien kuikens die in haar tuin door één moordlustige buurkat werden doodgebeten. Het naarste dat Huisken in zestien jaar kippen houden meemaakte en het enige dat haar deed twijfelen of ze opnieuw kuikens wilde.

Lees ook een aflevering uit onze serie Nu Boer Zijn (2019): Veertigduizend leghennen is genoeg.

De kippen zijn er nog. Geen 54 meer, zoals op het hoogtepunt, maar achttien, waarvan een flink aantal patente pensionado’s. Die zijn uitgelegd, maar mogen blijven tot ze „van hun stokje vallen”.

Geen kip in deze tuin is hetzelfde. Maar het zijn allemaal Wyandottes. Een relatief klein ras, krielkippen, geschikter voor een tuin in een dorp of stad dan de rijzige Barnevelder. „Het zijn geen schuwe boerderijdieren, ook geen slome theemutsen. Ze zijn knus, levendig, nieuwsgierig, ze reageren op je, je kunt ze iets leren.”

Huisken geniet van hun schoonheid. Wijzend naar een zwart exemplaar zegt ze: „Dat klassieke beeld, een zwarte kip op groen gras, dat wilde ik zo graag.” Babs is er eentje met een plan. Terwijl een clubje van drie onder de vlier ligt te soezen, en Hendrik Haan belangrijk loopt te doen, hapt de energieke zwarte naar vliegjes. Ook dat vindt Huisken charmant: het zijn kuddedieren met solistische trekjes. Af en toe volgen ze hun eigen programma, maar ’s avonds gaan ze weer allemaal samen op stok.

Oma Hengelo

Huisken houdt kippen sinds in 2004 een Groningse buurman zijn drie „hounder” aanbood om er kanaries voor in de plaats te nemen. Het paste bij alles wat zij en haar partner op hun dorpsboerderij in Molenrij, vlak bij de Waddenzee, aan het bouwen waren, een keten van aarde, planten, mens en dier. Het paste bij het streven naar een zelfvoorzienend leven.

Een moestuin was er al. De kip met haar eieren was daarop het logische vervolg. „Er is gras, bos, een moestuin, er zijn insecten, wormen – de link is zo duidelijk, ik gun deze plek de dieren en de dieren deze plek.” Met de komst van de drie Wyandottes werd ze wat ze sinds haar kindertijd wilde zijn: boer.

Huisken verklaart de kippenliefde uit haar jeugd. Ze woonde in Haarlem, maar was graag en vaak in Twente, waar de familie vandaan kwam. „Oma Hengelo had een landje met een moestuin en kippen. Zij had zorgende handen. Daar pikte ik het op.”

Oma Hengelo slachtte haar kippen zelf. Huisken heeft daar de kracht niet voor. Mentaal niet en daardoor ook niet in haar handen. „Zelfs bij een kuiken dat uit haar lijden verlost moest worden, lukte het me niet het zelf te doden.”

Inmiddels doet Huisken aan geboortebeperking. Ze laat haar kippen hun eieren niet meer uitbroeden. Maar als er eerder haantjes geslacht werden – één toom kippen kan maar één volwassen haan hebben – was ze erbij. „Ik wilde zien hoe je het doet, het slachten, het laten verbloeden. Ik vind dat als je vlees eet, je moet willen weten hoe het dier voor jouw gerief sterft.” Het vlees at ze daarna in dankbaarheid. Kleine porties, vaak ragout of soepvlees, want de haantjes leefden bij Huisken langer dan goed is voor een mals stukje kippenborst.

Kalkpootjes insmeren met vaseline

Hoewel het besluit om de drie Wyandottes over te nemen impulsief was, pasten ze in het plan en denkt Huisken niet licht over het houden van kippen. Zoals ze haar moestuin, ganzen, eenden en bijenvolken verzorgt, zo toegewijd verzorgt ze haar kippen. Ze luistert naar ze, praat tegen ze, stopt korreltjes arnica in gehaktballetjes als ze wondpijn hebben, smeert kalkpootjes in met vaseline en tea-treeolie, voert ze zuiverende knoflook en appelazijn, geeft een kloek met kuikens een mobiel hok-met-ren om ze te beschermen tegen roofdieren, gaat mijten in het hok te lijf met het heteluchtpistool. „Als je vraagt hoeveel tijd je ‘kwijt’ bent aan kippen: laat dan maar zitten. Begin er niet aan.”

Lees ook: Eerder gaf Alma Huisken tips over het helpen van bijen. Dat doe je zo.

Huisken boert zoveel mogelijk biodynamisch. Ze schrijft niemand haar manieren voor, hoewel haar uitputtende uitleg over voer, ongediertebestrijding en huisvesting daar wel toe aanmoedigen.

De belangstelling voor moestuin, bijen en kippen komt uit steeds bredere kringen, ziet Huisken. Van zorgboerderijen, stadsakkers en nieuwe ecologische wijken bijvoorbeeld. De laatste maanden nog meer dan normaal, zegt ze, het lijkt erop dat de coronacrisis de behoefte aan zelfvoorzienend leven heeft opgestuwd.

De omstandigheden zijn anders dan halverwege de vorige eeuw, toen mensen deels uit noodzaak hun eigen voedsel produceerden. Maar iets van vroeger komt telkens terug in wat ze doet en hoe ze denkt. „Eigen voedsel telen, ervaar ik als een schat. Zoals een Groninger keuterboer ooit in de herfst tegen zijn dochter zei: ‘Het varken is geslacht, de bonen zijn ingemaakt, de zuurkool zit in het vat. We hebben te eten, we zijn rijk’.”

Het groene kippenboek, Alma Huisken, uitgeverij Christofoor, 320 blz., 26,95 euro.