Den Haag blijft bedremmeld achter na ontknoping hoofdkantoorsoap Unilever

Levensmiddelenconcern Unilever wordt volledig Brits en krijgt één hoofdkantoor in Londen. Nederland moet het doen met een trits toezeggingen – waarvan nog maar valt te bezien wat ze opleveren.

Een aandeelhoudersvergadering van Unilever in Rotterdam.
Een aandeelhoudersvergadering van Unilever in Rotterdam. Foto Evert-Jan Daniels

Zelden zag het Nederlandse kabinet een zekere nederlaag zo lang van tevoren al aankomen. Bijna twee jaar geleden was eigenlijk al duidelijk wat deze donderdag bekend werd: Unilever sluit zijn hoofdkantoor in Rotterdam, neemt afscheid van de duale structuur en wordt, ondanks de Brexit, een volledig Brits bedrijf. Vaarwel naamloze vennootschap in Rotterdam. Wat resteert is een PLC (public listed company) in Londen. De banen van Unilever in Nederland, rond de 2.500, blijven wel behouden, zegt het bedrijf.

Het besluit van de top van het bedrijf, dat sinds twee jaar geleid wordt de Schot Alan Jope, is een pijnlijke nederlaag voor Nederland als vestigingsland en voor premier Mark Rutte in het bijzonder. Hij heeft zich de afgelopen jaren persoonlijk ingezet om Unilever, zijn oud-werkgever voordat hij in 2002 de politiek inging, voor Nederland te behouden.

Lang leek daar ook zicht op. Uit verschillende documenten die in de loop der jaren zijn vrijgegeven, valt op te maken dat Unilever al ruim een decennium lobbyt voor gunstige fiscale faciliteiten en de vestiging in Rotterdam daarbij goed heeft weten in te zetten als drukmiddel.

Het bedrijf, bekend van merken als Calvé, Marmite en Dove, was na een ternauwernood afgewende overname door de Amerikaanse concurrent Kraft Heinz in april 2017 begonnen aan een heroverweging van de bedrijfsstructuur. Het doel: van twee hoofdkantoren naar één, dat is strategisch slagvaardiger. Een paar maanden later, bij de installatie van Rutte III, werd in het regeerakkoord opgenomen dat de dividendbelasting zou worden afgeschaft. Een lastenverlichting van 1,8 miljard euro voor het grote bedrijfsleven en vooral bedoeld om Shell en Unilever te plezieren, zo bleek al snel.

Rutte dolgelukkig

Unilever hapte snel toe: begin 2018 maakte het concern het voornemen bekend de aandelen te ‘unificeren’ en voor Rotterdam te kiezen als hoofdkantoor. Premier Rutte toonde zich dolgelukkig. „De betekenis van zo’n hoofdkantoor is enorm”, zei hij destijds in een reactie tegenover de NOS. Niet alleen omdat zo’n hoofdkantoor „zelf werkgelegenheid betekent”, maar ook omdat je „op die hoofdkantoren de besluiten neemt”, bijvoorbeeld over de vraag „waar fabrieken worden gebouwd”.

Dat besluit moest alleen nog langs de Britse aandeelhouders. En daar ging het mis. Of het nu de onwil van die aandeelhouders was die hun notering in Londen niet kwijt wilden, of de politieke ophef in Nederland over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting, een ding is zeker: de Britse aandeelhouders stemden het voorstel af. Op vrijdag 5 oktober 2018 werd duidelijk dat ‘Rotterdam’ níét doorging.

Kort daarna kondigde Mark Rutte aan dat de dividendbelasting in stand blijft. In een interview in het AD klapte vertrekkend topman Paul Polman vervolgens uit de school: Unilever liet er al tien jaar geen twijfel over bestaan, de afschaffing van de dividendbelasting was altijd voorwaarde geweest voor vestiging in Nederland.

Sinds 2018 is het wachten op het vertrek van Unilevers hoofdkantoor uit Nederland, want zeker sinds het vijandige bod van Kraft Heinz zoekt Unilever naar mogelijkheden om de bedrijfsstructuur te vereenvoudigen. De huidige structuur, met de twee hoofdkantoren in Rotterdam en in Londen, wordt door de bedrijfsleiding ervaren als een ingewikkelde sta-in-de-weg, onder meer bij fusies en afsplitsingen. Dat is ongunstig voor aandeelhouders, die aan dit soort transacties kunnen verdienen.

Lees ook: Hoe Unilever het verzet van de Britse aandeelhouders onderschatte

Aandeelhouders

De Nederlander Polman, die bekend stond om zijn voorkeur voor duurzaamheid boven aandeelhouderswinsten, voelde zich na de aanval van Kraft Heinz genoodzaakt de aandeelhouder toch meer te gaan bieden. Anders zouden deze misschien makkelijk vallen voor een volgend vijandig overnamebod. „Simplificatie” van de bestuursstructuur zou leiden tot „waardecreatie” voor aandeelhouders, zei toenmalig president-commissaris van Unilever Marijn Dekkers in 2018. Die ‘simplificatie’ komt er nu alsnog – alleen met Londen als thuisbasis, in plaats van Rotterdam.

Met het vertrek van Polman (2018) en Dekkers (2019) was de invloed van Nederlanders in de top van het bedrijf al gemarginaliseerd. Sindsdien is de aandeelhouder meer centraal komen te staan bij Unilever, dat onder Polman maatschappelijke doelen als duurzaamheid minstens even belangrijk achtte. Dekkers opvolger Nils Andersen, een Deen, mocht donderdagochtend het nieuws dan eindelijk bekend maken.

Andersen noemt de huidige structuur in een videogesprek met NRC „heel verouderd”. Het maakt het voor de leiding van het bedrijf, dat in 1930 ontstond door de fusie van de Nederlandse Margarine Unie en het Britse Lever Brothers, veel moeilijker om grote strategische stappen te zetten, aldus Andersen. „De reden dat we dit nu doen is dat we klaar willen zijn als zich kansen of bedreigingen voordoen.”

Een voorbeeld van zo’n ‘kans’ is mogelijk de afsplitsing van de theedivisie, met merken als Lipton en Pukka. Begin dit jaar zei het bedrijf dat het misschien van de theetak af wil, nu consumenten steeds minder (zwarte) thee drinken. Medio dit jaar zou daarover een besluit moeten worden genomen. Alle opties voor de theedivisie liggen nog open, zei Andersen donderdag.

Hele en halve toezeggingen

Unilever stoomt dus op volle kracht door, Nederland en politiek Den Haag bedremmeld achterlatend. De politieke gevoeligheid van het dossier werd donderdag nog eens benadrukt doordat binnen een paar uur na de bekendmaking een uiterst gedetailleerde reactie van verantwoordelijk minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) bij de Tweede Kamer lag. Die brief laat zich lezen als een vier pagina’s tellend doekje voor het bloeden. Wiebes, „teleurgesteld” over het besluit, somt uitgebreid alle hele en halve toezeggingen op die het kabinet de afgelopen weken heeft weten los te peuteren bij Unilever sinds het bedrijf half mei het kabinet informeerde.

Naast het behoud van 2.500 banen in Nederland belooft Unilever twee beursnoteringen te houden, in Amsterdam en Londen. Het kantoor van de divisie voedsel en dranken blijft in Rotterdam. Het nieuwe onderzoekscentrum van Unilever in Wageningen, waar het bedrijf 85 miljoen euro in heeft geïnvesteerd, blijft eveneens op zijn plek. En het bedrijf zal met het kabinet in gesprek gaan over manieren om „de structurele aanwezigheid” van „wereldwijd toonaangevende” voedsel- en drankenactiviteiten in Nederland te „blijven versterken”. Hiertoe zal een „strategische adviesgroep” worden opgericht waarin het kabinet zal praten met de top van Unilever. Of dit concreet iets zal opleveren voor de Nederlandse economie, valt te bezien.

De meest gevoelige toezegging: als de voedsel- en drankendivisie van Unilever ooit een zelfstandig bedrijf wordt, zal dit in Nederland worden gevestigd. Deze belofte is wel aan de voorwaarde gebonden dat Nederland „een aantrekkelijke locatie blijft voor hoofdkantoren”.

Dat laatste zinnetje leest als een waarschuwing. Andersen zegt erover: „Als je zo’n toezegging doet, is het logisch dat je een voorbehoud maakt.” Het laat goed zien waar, sinds donderdag meer dan ooit, de macht ligt binnen het concern. Dat is niet langer in Rotterdam.