Reportage

‘De kermis is het oorspronkelijke vermaak’

Kermisprotest Kermisexploitanten demonstreerden donderdag in Den Haag. Terwijl pretparken weer open zijn, mag de kermis nog niet worden opgebouwd.

Kermisexploitanten demonstreren op het Malieveld. Ze willen, net als pretparken, weer open, maar vallen onder evenementen.
Kermisexploitanten demonstreren op het Malieveld. Ze willen, net als pretparken, weer open, maar vallen onder evenementen. Foto Remko de Waal/ANP

De winter, daarvan weten kermismensen dat die zwaar is. Geen inkomsten, soms een beetje als een familie een oliebollenkraam heeft. Maar als het maart is, dan is er weer volop werk. Dan trekken ze van stad naar stad, en van dorp naar dorp. „Zo zijn we opgevoed”, zegt Matje Verwijk.

Alleen viel het begin van het kermisseizoen dit jaar samen met het begin van de ‘intelligente lockdown’. Kermissen werden afgelast. Sinds vorige week is ander vermaak weer open: restaurants, theaters en pretparken. Maar kermissen vallen onder evenementen. En die mogen op z’n vroegst weer vanaf 1 september, en dan is het seizoen al bijna weer afgelopen.

Daarom staan veel kermisexploitanten, zo’n duizend telt Nederland er, donderdag op het Malieveld in Den Haag. „Wat Walibi kan, kunnen wij ook”, zeggen ze. Ze hebben in Apeldoorn, waar veel families ’s winters wonen, een proefopstelling gemaakt. Ze hebben een protocol bedacht. Ze zijn gewend met veiligheidsregio’s te overleggen en per gemeente een nieuwe opstelling te bedenken. Ze willen er weer op uit. Maar op hun vraag weer open te mogen, kregen ze tot nu toe nul op het rekest.

Carola Verwijk (22), dochter van Matje, zou dit jaar „op haar eigen” beginnen, met een schiettent. Ze heeft de nieuwe regels al uitgedacht: „Er kunnen op anderhalve meter wat minder mensen tegelijk. En achter kunnen we maar met z’n tweeën.”

Ze had in Nieuwkoop willen staan, in Zeeland en in de Bollenstreek tijdens de Oranjefeesten. „Ik ben de zevende generatie. Toch mam?”, vraagt ze. Matje zegt: „1840, toen begonnen we.” Ze zegt: „We hebben nog nooit steun nodig gehad. Dit is ons leven, we doen niets liever.”

Rupsbaan

Maar steun is nu noodzakelijk, vrezen veel exploitanten. Zeker als er op een vaccin voor het Covid-19-virus wordt gewacht voordat evenementen weer worden toegestaan. Op hun T-shirts staat ‘1,5 meter van de afgrond’.

Lees ook: Aan de kermis geven mensen hun geld niet meer uit

De Verwijks hebben sinds Oudejaarsavond, toen de oliebollenkraam dichtging, geen inkomsten meer gehad. Ook bij Herman Riddering uit Haren (Groningen), die draaiorgels heeft en twee reuzenraden, komt ook weinig meer binnen. Zijn vaste lasten, onder meer voor de loods waar de attracties staan, zijn 4.000 euro per maand. „Normaal, als het iets minder gaat, helpt familie. Nu zit iedereen in hetzelfde schuitje.” Ook hij heeft nagedacht: „Je kan niet meer met vier man in een gondeltje.”

Hij zegt: „Dit is een traditie van twaalfhonderd jaar oud. De bioscopen stammen van ons af, wist je dat? En als je vroeger naar de tandarts moest, ging je naar de kermis. Wij zijn het oorspronkelijke vermaak.”

Zijn opa, een schipper, begon in 1921 met „een soort van rupsbaan”. „In 1929 kocht hij een glijbaan, die hebben we tot 1980 geëxploiteerd.”

Wagens tegengehouden

Het protest op het Malieveld is gemoedelijk. Er komen aanzienlijk meer dan de afgesproken tien kermiswagens. Rond drie uur staat het rondom het grasveld helemaal vol – Staatsbosbeheer wil geen voertuigen meer op het gras zoals bij de boerenprotesten. Zelfs de Rijdende School voor kermiskinderen is er. De geur van hamburgers verspreidt zich, zuurstokken worden uitgedeeld, en de knuffels die normaal in de grijpkasten zitten.

Kermisexploitanten worden op de A12 tegengehouden door de politie. Ze willen demonstreren op het Malieveld.

Foto Sem van der Wal/ANP

Zo veel kermisfamilies willen komen, dat het aangewezen parkeerterrein bij het stadion van ADO Den Haag buiten de stad volloopt. Als de politie op de A12 meer wagens tegenhoudt, ontstaat even een patstelling met kermismensen die op de snelweg gaan zitten. „We staan al sinds 1947 op het Malieveld”, zegt Jan Vermolen, die ’s winters in Den Haag een oliebollenkraam heeft. „Nu wilden we één dag laten zien wat we hebben.”