Opinie

Clubs passen juist goed bij het Rotterdamse Schiekadeblok

Clubs zijn vitaal voor de cultuur en economie van de stad. Maar de vernieuwende clubs in het Schiekadeblok moeten sluiten en worden niet betrokken bij de toekomstplannen. Volgens Kristian de Leeuw doet Rotterdam zichzelf zo tekort.

Illustratie Stella Smienk

De toekomstvisie voor het Schiekadeblok naast Rotterdam Centraal is eind mei door een meerderheid van de gemeenteraad aangenomen. Er is gekozen voor het ‘voortbouwen op de identiteit van het gebied’ met ‘een bruisende mix van hoogbouw, kantoren en creatieve bedrijven’.

Wij als creatieve bedrijven, cultuurondernemers, horecapartijen en placemakers, die de buurt getransformeerd hebben van verpauperd leegstandsgebied tot een internationaal geroemde hotspot, zijn enthousiast over de gekozen strategie. Daarbij blijven de wederopbouwarchitectuur en de huidige functie van het Schieblock inclusief creatieve bedrijvigheid behouden.

Wel betreuren wij het dat wij als mede-grondleggers van het succes van dit gebied niet uitgenodigd worden voor het vervolgtraject, in tegenstelling tot wat er in het persbericht wordt beweerd. Ook is er geen gesprek over een invulling waarin ruimte is voor creatieve bedrijven zoals Perron of BAR/Poing Arcade in hun huidige vorm.

Er is zonder enige onderbouwde motivatie gekozen voor een gebiedsvisie die belangrijke cultuurpodia zoals Perron en Poing/BAR dwingt tot sluiting, terwijl die de afgelopen tien jaar juist door hun vernieuwende programmeringen hebben bijgedragen aan het opnieuw op de kaart zetten van het Rotterdamse culturele nachtleven. In plekken als BAR/Poing, Perron en Biergarten kon jong talent op het gebied van muziek, theater, vormgeving en andere kunsten jarenlang tot wasdom komen. Denk aan theatergroepen als Kobe en het internationaal geroemde Club Gewalt die hun eerste voorstellingen maakten in BAR.

De angst voor mogelijke overlast lijkt daarin leidend te zijn geweest. En dat terwijl deze muziekpodia bij gemeentelijke diensten juist een goede reputatie hebben.

Wij betreuren het ook dat de gemeente haar eigen interpretatie hanteert van de ‘rauwe creatieve’ identiteit van dit gebied en daarbij voorbij lijkt te gaan aan het meest in het oog springende onderdeel van die identiteit: de levendige en vernieuwende uitgaansCultuur (hoofdletter C).

Door bij voorbaat dit soort initiatieven uit te sluiten, omdat zij ook ’s nachts opereren, snijdt de gemeente in haar eigen vingers. Deze financieel onafhankelijke bottom up-initiatieven leveren niet alleen een belangrijke bijdrage aan het culturele leven en de economie van de stad. Ze vormen ook een vruchtbare bodem voor de startup-sector in zijn geheel. De aantrekkingskracht van Rotterdam op werkenden uit diverse sectoren, van tech tot transport, hangt nauw samen met het culturele uitgaansleven.

Kenniswerkers komen niet naar onze stad voor nog een Hennes & Mauritz of een Happy Italy

Het is de eigen ambitie die de gemeente hier tekort dreigt te doen. De New York Times schatte afgelopen januari de economische spinoff van het Berlijnse uitgaansleven nog op 1,5 miljard euro in 2018 en de krant sprak van „moneymakers for the broader economy”: „De clubs hebben een belangrijke rol gespeeld in het aantrekken van kenniswerkers voor de startupscene van de stad, wat veel Berlijnse politici als cruciaal zien voor economische groei”.

Ook het Amsterdamse college erkent de ‘artistieke meerwaarde van het nachtleven’ en stimuleert de komst van vernieuwende clubs met een flexibel 24-uursvergunningenbeleid. Het Amsterdam Dance Event kon zo uitgroeien tot het grootste muziekevenement ter wereld. Inmiddels staat Amsterdam internationaal bekend om deze nachtcultuur met clubs als De School, Shelter, Radion en de Marktkantine.

De erkenning voor het economische en culturele belang van vernieuwende clubs groeit wereldwijd. In het Verenigd Koninkrijk is wetgeving aangenomen om clubs in de dure binnensteden beter te beschermen tegen klachten van geluidsoverlast, in Duitsland is wetgeving in de maak die nachtclubs de status van ‘cultureel instituut’ moet bezorgen, vergelijkbaar met opera’s en theaters.

In Rotterdam niks van dat alles. Hier lijkt de gemeente voor de weg van de minste weerstand te kiezen door ongesubsidieerde cultuurpodia die geen overlast veroorzaken liever ‘uit voorzorg’ te sluiten.

Kenniswerkers komen niet naar onze stad voor nog een Hennes & Mauritz of een Happy Italy. Of zoals de woordvoerder van de Berlijnse Club commissie tegen The New York Times zei: „Startups kiezen eerder voor Berlijn dan München of Hamburg, en niet omdat we betere winkels hebben.”

Wij als huidige hoofdgebruikers van het Schiekadeblok omarmen de plannen voor het gebied, met ruimte voor woningbouw en horeca. Wij zien juist goede kansen om die rauwheid en levendigheid die de gemeente zegt te ambiëren in te passen in de nieuwe omgeving.

Plekken als Perron en Poing kunnen juist onder de grond, waar de vierkante meters minder aantrekkelijk zijn voor andere partijen, tot bloei komen. Daarmee behaal je maximaal rendement en voorkom je overlast. Met een ontsluiting via de geplande voetgangerstunnel van Annabel aan de Schiekade-zijde zorg je voor een goede bezoekersstroom die de andere functies in het gebied niet tot last zou zijn. Zo creëer je een nieuw, vooruitstrevend cluster van experimentele elektronische clubs aan de Schiekadezijde met een link naar de onlangs vergunde 24 uursclub RTM aan de overzijde. Daardoor geef je de Rotterdamse clubcultuur juist een impuls, in plaats van deze de nek om te draaien.

Wij roepen de gemeente op om met ons de mogelijkheden te onderzoeken om de identiteit van het gebied te behouden én te benutten. De rol die dit levendige stuk van de stad kan spelen in de verdere ontwikkeling van een unieke Rotterdamse uitgaansCultuur en de bredere stedelijke economie zou niet kleiner, maar groter moeten zijn.

namens Poing Arcade, BarRotterdam, Maatschappij Voor Volksgeluk