Opinie

Remkes toont aan dat de tijd van pappen en nathouden voorbij is

stikstof

Commentaar

De euforie was van korte duur. Nog maar zes weken geleden presenteerde het kabinet eindelijk de plannen die moesten leiden tot een „structurele aanpak” van de stikstofproblemen die het land teisterden. Hiermee kon de stikstofneerslag tot 2030 fors worden verminderd en tegelijk de natuur hersteld, zei premier Rutte toen. Ondanks de coronacrisis had het kabinet toch een hardnekkig probleem weten op te lossen, was het tevreden beeld dat moest worden uitgestraald. Een beeld dat tot afgelopen maandag standhield.

Op die dag kwam het eindrapport van de een jaar geleden door minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) ingestelde adviescommissie Stikstofproblematiek, onder leiding van Johan Remkes. Het oordeel over de kabinetsvoornemens in het omvangrijke rapport is snoeihard: „onvoldoende” om de stikstofuitstoot terug te dringen en „niet ambitieus genoeg” om de natuur te herstellen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Schouten het advies „goed” te zullen bestuderen alvorens met een reactie te komen. Zij zal haar tijd hard nodig hebben.

Achtereenvolgende kabinetten dachten lastige en pijnlijke keuzes uit de weg te kunnen gaan. In de tijd schuiven, herberekenen en herdefiniëren zijn al jarenlang de geëigende politieke instrumenten van het Nederlandse milieubeleid. Maar dit is een benadering die niet langer standhoudt bij de rechter.

Dat bleek uit de veelbesproken Urgenda-zaak, waarin de hoogste rechter eind vorig jaar de Staat in het ongelijk stelde en verordonneerde dat er niet langer met de Europese milieunormen gemarchandeerd kon worden. Het bleek eveneens uit uitspraken van de Raad van State, die vorig jaar het tot dan toe gevoerde stikstofbeleid naar de prullenbak verwees met als gevolg dat tal van bouwprojecten in het land stil kwamen te liggen.

De commissie-Remkes stelt vast dat de „structurele aanpak” die het kabinet eind april presenteerde om de stikstofuitstoot te reduceren, toch weer trekken vertoont van de door de Raad van State veroordeelde werkwijze. Opnieuw wordt er in de woorden van het rapport gezocht naar „rek en ruimte” om economische ontwikkelingen te kunnen toestaan, maar juist deze manier van grenzen opzoeken heeft geleid tot de impasse waardoor er niet meer gebouwd kon worden.

De boodschap van de commissie is dat de tijd van pappen en nathouden echt voorbij is. Het niet-verplichtende karakter van veel van de door het kabinet voorgestelde maatregelen, zoals de vrijwillige sluiting van veeteeltbedrijven, betekent dat de doelen niet gehaald zullen worden. Uitkoop van één enkel bedrijf heeft weinig zin als duizenden andere bedrijven op dezelfde manier kunnen doorgaan, stelt het rapport.

Dit is precies het probleem. Apaiserende deeloplossingen staan de noodzakelijke systeemverandering in de weg. Dat het lastig is veranderingen tot stand te brengen, is eind vorig jaar gebleken met de protesterende boeren op het Malieveld en elders in het land. Toch zijn soms harde ingrepen onvermijdelijk. Het dichtbevolkte Nederland kan het zich niet veroorloven een van de vuilste landen van Europa te blijven.

De coronacrisis zet alles op zijn kop. Zekerheden zijn opeens veel minder zeker geworden. Voor het ter discussie stellen van de uitwassen van de veestapel was er geen coronavirus nodig. Maar voor het bewerkstelligen van radicale veranderingen kan de huidige crisis wel worden aangewend. Het rapport van de commissie-Remkes wijst de weg.