Rare tijden: afstuderen aan de kunstacademie tijdens lockdown

Kunstacademies Kort voor je de wereld zal laten zien wat je kan, sluit de school. Dat overkwam in maart veel studenten. Ook de examenkandidaten van de kunstacademies. Vijf jonge kunstenaars van de KABK in Den Haag vertellen over hoe het daarna met hun ging.

Mirka Kachrimanidou: „Sinds de lockdown denk ik alleen maar: werk, werk, nieuw werk maken.”
Mirka Kachrimanidou: „Sinds de lockdown denk ik alleen maar: werk, werk, nieuw werk maken.” Foto David van Dam

Het is zoals in Melancholia, de film van Lars von Trier, waarin Kirsten Dunst en Charlotte Gainsbourg twee zussen spelen die diametraal verschillend reageren op de Apocalyps. In de normale wereld bestiert de één haar gezin met militaire precisie; de ander raast emotioneel door het leven. Maar met de komst van een allesvernietigende meteoriet die op aarde afkoerst, veranderen de rollen: de emotionele brokkenpiloot wordt een toonbeeld van rust en wijsheid, het rationalistische gezinshoofd een jammerend brokje angst. Waarmee Martijn Verhoeven, coördinator van de afdeling Beeldende Kunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag, maar wil aangeven: „Natuurlijk is corona niet te vergelijken met de Apocalyps, maar afstudeerleerlingen van wie wij als team dachten: dat zijn de toppers – bij hen zagen we met deze crisis juist de moed in de schoenen zinken. Terwijl de studenten die de afgelopen jaren heel erg aan het worstelen zijn geweest, nu plotseling enorme creativiteit laten zien.”

Zonder corona zou de maand juni hectisch zijn geweest voor de afstudeerders op de KABK

Op maandag 16 maart – de dag nadat alle horeca sloot, alle musea en theaters dichtgingen vanwege corona – werden de bijna 1000 studenten van de KABK gesommeerd om hun atelierruimtes op school leeg te ruimen, hun spullen mee naar huis te nemen. De school ging dicht. Lessen worden zo goed en zo kwaad als het gaat digitaal voortgezet.

In de normale wereld zou deze maand hectisch zijn geweest voor de afstudeerders op de KABK en de andere kunstacademies in Nederland. In juni wordt hun examenwerk beoordeeld. Daaraan voorafgaand bezoeken experts en docenten hun kleine atelierruimtes, luisteren, kijken naar hun werk en adviseren hoe dat het beste te presenteren, waar de kansen voor groei liggen, en hoe je - ja altijd - naar het hoogste moet reiken. En dan is er na de beoordelingen de examenexpositie, die de kroon is op vier of vijf jaar academietijd. In de normale wereld is het gebouw op de Prinsessengracht dan een gekrioel van kunstliefhebbers, galeriehouders, een enkele museumdirecteur, critici, collega-kunstenaars en familie.

Maar nu is de sociale en intellectuele snelkookpan die de kunstacademie is, drooggekookt. „Dat is onwezenlijk om mee te maken, ja”, zegt Marieke Schoenmakers, directeur van de KABK. Ze schat dat tien procent van de studenten meteen is teruggegaan naar hun geboorteland – naar Korea, IJsland, Noorwegen en vele andere landen. Voor studenten die plotseling hun (vaak horeca) baantjes verloren, is volgens Schoenmakers „een speciaal privaat potje aangesproken”. En wat betreft de eindexamenexpositie: „Die gaat door”, zegt ze ferm. „Digitaal komt er een platform, en in september volgt een fysieke tentoonstelling in de academie. Okee, die tentoonstelling gaat korter duren en we gaan van alles in acht nemen: anderhalve meter, toegang heel beperkt, timeslots, en éénrichtingverkeer.”

Danny Choi

Hoe bereiden examenstudenten zich sinds maart voor op hun digitale beoordeling die in de laatste week van juni plaatsvindt? Hoe kijken ze aan tegen hun rol als kunstenaar in een wereld van corona? En is die kijk veranderd door corona?

Videokunstenaar Danny Choi (24) maakt zich serieus zorgen. Nadat de academie sloot, heeft hij zo snel mogelijk een ticket terug naar Zuid-Korea geboekt. „Die weken daarvoor waren verschrikkelijk”, zegt hij via skype vanuit Seoul. „Iedereen huilde.” Nu woont hij weer bij zijn ouders. Zijn atelier is hier – hij wijst achter zijn rug – naast de ingang van de berging. Hij heeft 1 à 2 keer per week contact met docenten op de academie. Choi werkt met video en geluid, dus achter de computer. „De plek waar ik werk, doet er nu even niet toe. Ik kan dit werk overal maken. Maar ik ben wel bezorgd over de toekomst.”

Voor zijn afstudeerproject had Danny Choi een video-installatie in gedachten, waarvoor hij een complete ruimte zou bouwen. Dat gaat nu waarschijnlijk niet lukken. Voor de beoordeling eind juni heeft hij een soundscape gemaakt waar nog beelden bij moeten. Of hij in september naar Den Haag terug kan vliegen om zijn installatie voor de examententoonstelling te maken, is onduidelijk. Als hij in Seoul blijft, dan moet hij bijna twee jaar dienen in het leger. Er is één uitweg: „Aangenomen worden op een van de masteropleidingen waar ik me heb aangemeld.”

Anastina Eyjolfsdottir

De IJslandse Anastina Eyjolfsdottir (26) is terug in Oslo, waar haar ouders een huis hebben. Haar baan als serveerster heeft ze weer opgepakt. Die eerste maand, zegt ze, in de pauze van haar werk, zittend op de grond in een gang: „was heel moeilijk”. „Ik was bang dat ik alles – mijn netwerk in Nederland, de kansen die ik had om als kunstenaar door te breken, kwijt zou raken.” Nu kan ze zich beter concentreren. Ze weet wat ze wil gaan tonen op de examententoonstelling – een grote tredmolen – en ze weet dat ze veel geld moet verdienen om die molen te maken.

Anastina Eyjolfsdottir: „Ik heb door corona een beperkter palet gekregen. Maar dat is niet per se slechter.”

Foto Alexa Sivertsen

In Den Haag deed Eyjolfsdottir indrukwekkende performances, waarbij ze bijvoorbeeld op een zweefmolen door de ruimte zwierde, met als contragewicht een smeltend blok ijs. „In Den Haag kon alles”, zegt ze. „Ik gebruikte de stad als atelier. Mensen die mijn acties zagen, zoals die met dat ijsblok, wilden graag meedoen. Dat kan nu allemaal niet meer. Ik heb door corona een beperkter palet gekregen. Maar dat is niet per se slechter.”

Mirka Kachrimanidou

Mirka Kachrimanidou (28) komt uit Athene, maar is in Den Haag gebleven. „Ik vond het veel te gevaarlijk om terug te gaan naar mijn ouders. Mijn vader is al oud - stel dat ik hem zou besmetten.” Ze belt iedere dag met thuis. Na de eerste weken van de lockdown, heeft de school zijn deuren beperkt geopend voor de examenkandidaten. Wie wilde, kreeg een lokaal als atelier – zo ook Kachrimanidou.

Mirka Kachrimanidou

Foto David van Dam

„Normaal zit ik hier met nog negen andere studenten. Nu heb ik die reusachtige ruimte voor mezelf. Dat is heerlijk. De fysieke contacten en de drukte mis ik niet. Sinds de lockdown denk ik alleen maar: werk, werk, nieuw werk maken. Ik zie deze periode als een fast lane opgroeien als kunstenaar. Er is geen veiligheid. Niets is zeker, behalve mijn eigen werk.”

Kachrimanidou wil in Nederland blijven. Een master gaat ze niet doen. „Ik ga proberen te overleven. Ik heb niet veel nodig. Een baantje, een klein atelier waar ik kan werken aan mijn kunst. Pas als dat niet lukt, ga ik terug naar Griekenland.”

Eva van Essen

Kunstwerk van Eva van Essen Foto Stephanie Korthout

Voor Eva van Essen (25) waren de eerste twee weken van de sluiting van school „heel onwerkelijk”. „Er kwam haast niets uit mijn handen. Ik ben beeldhouwer en was bezig met materiaalstudies: bakken, glazuren. Dat viel allemaal weg.” Ze woont in Amsterdam. „Ik heb eindeloos veel gefietst. Dat – en corona – heeft me rust gebracht. Ik ben gaan terugkijken. Ik ben erachter gekomen dat ik me nooit 100 procent thuis heb gevoeld op de academie. Ik ben geen traditionele autonoom kunstenaar. Ik werk graag samen met dansers, acteurs, andere performers. Mijn scriptie ging over het belang van aanraken. Mijn werk, heb ik ontdekt, mag gerust als decor functioneren. Dat vind ik geen belediging. Dit is wie ik ben, wat ik belangrijk vind en waar ik heen wil: samenwerkingen aangaan, samen iets moois maken.”

Narges Mohammadi

Ook de van oorsprong Afghaanse Narges Mohammadi (27) heeft zo’n moment van totale verstilling en reflectie gehad. „Ik heb het altijd best zwaar gehad op de KABK. Ik ben een duizendpoot, deed heel veel dingen tegelijk – ik zit in het internationale queer collectief beuys bois, studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht, organiseerde allerlei evenementen en ja, ik zat op de academie. Docenten vonden vaak dat ik te veel deed. Toen corona uitbrak ging ik van 120 kilometer per uur naar complete stilstand. Dat was moeilijk, ik raakte in paniek.”

Narges Mohammadi studeert deze maand af aan de KABK in Den Haag: „Toen corona uitbrak ging ik van 120 kilometer per uur naar complete stilstand. Dat was moeilijk, ik raakte in paniek.”

Foto David van Dam

Voor die tijd geloofde ze helemaal niet in het belang van kunst. „Ik zat op een kunstacademie en studeerde kunstgeschiedenis – maar ik vond het diep in mijn hart allemaal elitair gedoe. Toen de school haar deuren sloot, veranderde die houding. Ik moest wel anders nadenken. Ik zie nu juist de waarde en relevantie van kunst en van kunst maken.” Ook haar werk is veranderd: haar beelden zijn conceptueler geworden, grijpbaar en ongrijpbaar tegelijk.

Mohammadi concentreert zich nu op haar eigen verleden, de geschiedenis van haar moeder en grootmoeder. Ze lacht: „Ik ben erachter gekomen dat ik de academie niet meer zo verschrikkelijk nodig heb. En nu, met corona, is alles volledig fucked-up. Dus ik blijf mijn eigen hart volgen, ik kies een pad dat goed voelt. En ik zal mijn eigen dingen voor elkaar krijgen. Heus.”