Phoebe Bridgers in de lichtgevende bodysuit waarin ze ook op de hoes van Punisher staat.

Foto Olof Grind

Interview

Phoebe Bridgers: ‘Naakter dan een skelet kun je niet zijn’

Phoebe Bridgers Zelfs nu ze niet kan touren is aanstormend indietalent Phoebe Bridgers overal. Als gastzangeres, als producer, als performer in pyjama vanuit haar slaapkamer en op haar intens persoonlijke album ‘Punisher’.

Enkele weken geleden liet de Amerikaanse zangeres Phoebe Bridgers via digitale media een opvallend affiche verschijnen van haar ‘wereldtournee’. Concertlocaties waren Keuken, Badkamer, Bed en, „na overweldigende vraag”, opnieuw Bed. Oorspronkelijk stond er een echte tournee gepland ter promotie van haar album Punisher. Covid-19 gooide roet in het eten en Bridgers besloot vervangende optredens op diverse locaties in haar eigen huis te geven, live te volgens via internetplatforms als Noisey en DIY Magazine. De tweede bedsessie was onderdeel van een virtueel popfestival in het computerspel Minecraft.

Phoebe Bridgers (25) mag haar huis niet zijn uitgekomen; dit muziekseizoen heeft ze veel ijzers in het vuur. Vers in het geheugen ligt de EP die ze maakte met Lucy Dacus en Julien Baker onder de trionaam boygenius. In mei 2019 stond ze nog in Paradiso als onderdeel van de gelegenheidsgroep Better Oblivion Community Center naast zanger Conor Oberst van Bright Eyes. Met frontman Matt Berninger van The National zong ze het duet ‘Walking on a String’ en op het recente album Notes on a Conditional Form van de Engelse groep The 1975 is ze te horen in het nummer ‘Jesus Crist 2005 God Bless America’. Ze maakte zich verdienstelijk als producer van het album Beginners van neo-folkzanger Christian Lee Hutson. En nu is daar haar tweede soloalbum Punisher, een hoogtepunt van intens persoonlijke indiepop met een fris-ironische twist.

De coronacrisis heeft haar nog niet tot wanhoop gebracht, zegt Phoebe Bridgers aan de telefoon vanuit Los Angeles. „Natuurlijk ben ik bezorgd om de zieken en de doden, en waar het met de wereld naartoe moet. Maar ik ben geen extravert persoon. Ik hou van het binnenleven, zowel het aspect van thuis zitten als de ruimte die het geeft in mijn hoofd. Nu ik niet kan touren heb ik toch maar besloten mijn album uit te brengen, om zinnig bezig te blijven met muziek die ik met de wereld wil delen.”

Begrijp haar niet verkeerd, zegt ze, van optreden houdt ze intens. „De tournee met Better Oblivion Community Center was een openbaring, omdat ik nog nooit eerder met een voltallige rockband op pad was geweest. Van nature ben ik nogal verlegen op het podium, zeker in mijn eentje. Maar op die tour maakte ik van pure gekkigheid elke avond een sprong van de basdrum. Ook in Amsterdam, ja.”

Ze groeide op met de muziek van Bright Eyes en andere indiehelden. „‘Lua’ leerde ik spelen toen ik vijftien was. Voor mij was dat pure magie.” Maar ook de muziek van Neil Young en Joni Mitchell kent geen geheimen voor haar, dankzij muziekminnende ouders in Pasadena, Californië, die haar opvoedden met de klassiekers. Conor Oberst en vriendinnen Lucy Dacus en Julien Baker leerden haar geloven in haar eigen talenten. „Toen ik mijn eerste zelfgeschreven nummers uitbracht vond ik het vaak nodig om me te verontschuldigen voor mijn muziek. Spelen met anderen heeft me het zelfvertrouwen gebracht om te staan voor wat ik doe. Als je zelf niet heilig in je muziek gelooft is de strijd bij voorbaat verloren.”

Wijsheid in pacht

Waarom kozen ze de naam ‘boygenius’ voor een groep die uit drie meiden bestaat? „We vonden het grappig om ons te vereenzelvigen met de stereotiepe bolleboos, het slimste jongetje van de klas. We spraken af dat we elkaar zo zouden behandelen als meiden die de wijsheid in pacht hadden. Jongens doen dat onderling ook vaak en dat geeft ze een voorsprong in allerlei maatschappelijke processen. Het hielp ons enorm. De ideeën voor songs vloeiden met het grootste gemak en we stimuleerden elkaar om ongehinderd creatief te zijn.”

Op de hoes van Stranger in the Alps (2017) verschool ze zich achter een plastic gordijn, als een spook bij daglicht. Op Punisher draagt ze een bodysuit met een lichtgevend skelet. Phoebe houdt van spoken, geesten, Halloween en horrorverhalen. „Er zit geen diepere betekenis achter. Behalve dat zo’n vermomming me in staat stelt om als het ware over mezelf heen te stappen bij het blootleggen van mijn ziel. Naakter dan een skelet kun je niet zijn en ik hoop dat mijn teksten tot op het bot gaan, bij het weergeven van mijn persoonlijke emoties. Humor is daar trouwens een onmisbaar onderdeel van, althans de wrange humor die je tegenkomt bij ongemakkelijke situaties in het echte leven.”

Hoes van het album ‘Punisher’ van Phoebe Bridgers.

Punisher begint met een korte track die ze ‘DVD Menu’ heeft gedoopt. Abstract en instrumentaal voert het de luisteraar binnen op een album dat gaandeweg steeds dieper graaft in haar ziel. „Voordat je een film gaat kijken op dvd krijg je vaak zo’n menu waarbij een non-descript muziekje zit dat in een eindeloze loop doorspeelt. Ik vond het een mooi idee om mijn album op die manier te beginnen, inclusief een sample uit het laatste nummer van de vorige plaat. Het suggereert een soort continuïteit; een levensverhaal dat doorgaat waar het vorige hoofdstuk eindigde. Een album is een werkstuk dat idealiter in zijn geheel wordt beluisterd. Natuurlijk maak ik clips voor YouTube, maar ze dienen slechts als lokmiddel om je het hele album binnen te trekken.”

Witte cowboys

Haar ijle, breekbare stem nodigt uit om met haar het diepe in te gaan. In ‘Kyoto’ zingt ze hoe verloren en eenzaam ze zich voelde in Japan. Songs als ‘Chinese Satellite’ en ‘Saviour Complex’ verhalen over haar zoektocht naar zichzelf en de kwade dromen die ze onderweg tegenkwam. Opeens is daar ook de schrille verwijzing naar een liedje van Eric Clapton: „We hate Tears in Heaven/ but it’s sad his baby died.”

Phoebe Bridgers houdt van schijnbaar futiele details. „Muziek is pas werkelijk persoonlijk als je ook de kleine dingen op durft te schrijven. In ‘Smoke Signals’ tekende ik op hoe we ‘Ace of Spades’ zongen toen Lemmy van Motörhead was overleden. Zo’n tekstregel brengt me onmiddellijk terug naar dat moment. En daarmee ook het gevoel dat erbij hoorde: alles gaat dood maar het leven in Los Angeles gaat door alsof er niets gebeurd is.”

De realiteit van alledag komt hard binnen in Punisher’s slotnummer ‘I Know the End’. Fantaserend over een autorit naar de zon draait Bridgers de autoramen open en zingt ze keihard mee met een „America first rap country song”. „Er verschijnen steeds meer van die patriottische liederen waarin Donald Trumps idee van ‘America First’ gepromoot wordt. Meestal worden ze vertolkt door witte cowboys die schaamteloos gebruik maken van de zwarte hiphoptraditie in hun kreupele raps. Meeschreeuwen met zo’n lied op de autoradio werkt voor mij louterend, juist omdat het een signaal is van alles wat er fout is in het Amerika van vandaag. Countrysterren die rappen over het recht om wapens te bezitten terwijl de rechten van zwarte Amerikanen met voeten getreden worden: het is de omgekeerde wereld.”

Phoebe Bridgers hoopt dat we „het virus” overleven en dat ze op zeker moment weer gewoon op tournee kan. Bij de korte Instagramshow vanuit haar slaapkamer zong ze in pyjama en startte ze zelf tussen de songs een applaustape. Ondertussen haalde ze donaties op voor The Bail Project, een instelling die de borgsom regelt voor arrestanten die bij de recente anti-racismedemonstraties niet in staat waren zelf het geld op te brengen. „Dit is mijn soort kapitalisme”, zegt Bridgers stellig. „We bevrijden mensen uit de gevangenis door middel van indierock. Vanuit mijn slaapkamer.”

Het album ‘Punisher’ verschijnt 19 juni. Inl: phoebefuckingbridgers.com