Onderzoek stopt na 34 jaar

Overleden man verdacht van moord Palme

De Zweedse politie heeft na 34 jaar een verdachte in beeld voor de moord op de Zweedse oud-premier Olof Palme. De politie denkt dat Stig Engström de dader is. De man werd gezien op de plek van de moord en werd genoemd als mogelijke dader. Dat werd woensdagochtend bekendgemaakt op een persconferentie in Stockholm.

Engström werd bekend als Skandiaman, naar de verzekeraar waarvoor hij werkte. Omdat hij is overleden in 2000, wordt het onderzoek gesloten.

Palme werd op 28 februari 1986 op 59-jarige leeftijd in het centrum van Stockholm doodgeschoten toen hij na een bioscoopbezoek met zijn vrouw, onbewaakt, over straat liep. De sociaal-democraat werd in zijn rug aangevallen en bezweek doordat een kogel hem in zijn rug trof. Zijn vrouw werd door een kogel geschampt. Er waren getuigen die zagen hoe de aanvaller een steeg in vluchtte en via een trap ontkwam.

De weduwe Palme zei in Christer Pettersson de dader te hebben herkend. In 1989 werd deze man schuldig bevonden, die veroordeling werd later teruggedraaid. Sindsdien geldt de zaak als onopgelost.

De zaak-Palme was in Zweden het grootste moordonderzoek ooit. Ruim tienduizend mensen zijn gehoord. Er waren veel complottheorieën over de toedracht. Vermoed werd onder meer dat de Turks-Koerdische PKK erachter zat, of een geheime dienst.

Wat het motief van Engström geweest zou zijn, kon de politie woensdag niet toelichten. Wel is van hem bekend dat hij een hekel had aan de linkse politicus. Palme was, in twee perioden, in totaal elf jaar premier van Zweden. (NRC)