Koester de herinnering aan het buffet

Eten Het buffet lijkt een van de verliezers in coronatijd: te veel besmettingsgevaar. Met bezwaard gemoed zwaait dit icoon uit.
Koud buffet bij de opening van een evenementenhal in Berlijn (1973).
Koud buffet bij de opening van een evenementenhal in Berlijn (1973). Foto Getty

Een herinnering aan een familiefeest in de jaren tachtig. Ooms en tantes, nichtjes en neefjes proberen ellebogend de begeerlijkste schalen van het buffet te bereiken. Verse paling, zalmsalade, vissoep, stokbrood, diverse sauzen, het kan niet op. Vooral niet te zuinig opscheppen. Opgegroeid in een groot gezin weten de ooms en tantes, en hun erfelijk belaste kinderen, dat bescheidenheid wordt afgestraft als er eten wordt uitgedeeld.

Net als iedereen een beetje zit uit te buiken, komt de mededeling: zo dadelijk wordt het buffet voor het hoofdgerecht geopend. Die zagen ze niet aankomen. De familie herpakt zich en slaat zich dapper door saté, gehaktballetjes en pommes duchesse. Het staat ervoor, nietwaar? En het is niet elke dag feest.

Zo heeft iedereen zijn eigen buffetherinneringen, die des te levendiger lijken nu het buffet door corona verder weg is dan ooit. Tafels vol taarten bij Club Med, het kleverige kerstbuffet op de basisschool, Live Cooking bij Van der Valk, het hotelontbijt, all you can eat in het wereldrestaurant, het bruiloftsbuffet, de aangeklede barbecue van het personeelsfeest.

Het zijn de plekken waar je de ander leert kennen. Plekken waar je eigenlijk met je nieuwe liefde naar toe moet, of permanent een onderzoeksgroep moet stationeren. Waarom ga je tijdens een eerste date ergens veilig een wijntje drinken, terwijl je in een buffetrestaurant meteen de hele man ziet? Is hij flexibel of kieskeurig? Staat hij open voor nieuwe ervaringen? Is hij volgzaam of leidt hij de troepen? Luistert hij of legt hij uit? („Kaas hoort volgens de Franse etiquette vóór het zoete nagerecht te komen. Kennelijk is dit een Angelsaksisch buffet.”)

‘Ik ben dus iemand zonder discipline’

Waarom zijn er wel experimenten gedaan met kleuters en marshmallows, maar niet met buffetten, zodat je meteen ziet of kinderen gulzig of voorzichtig zijn, sociaal of egocentrisch, beheerst of impulsief?

Het buffet is ook een plek voor zelfreflectie. „Ik ben dus iemand die oesters en drumsticks door elkaar eet”, denk je, terwijl je met een schuin oog de aanvoer van garnalenkroketjes in de gaten houdt. „Iemand die drie keer opschept, die niets kan laten staan – ik ben dus iemand zonder discipline, zonder innerlijke beschaving.”

Lees ook: Het nieuwe horecaleven

Buffetten hebben misschien om die reden een ordinair imago. Ten onrechte, als je er het standaardwerk Buffetten & Ontvangsten uit 1974 op naslaat. Reeds de Grieken en Romeinen, schrijft Wina Born in het voorwoord, kenden feestelijke banketten. Buffetten uit het Élysée en de koninklijke loge van Ascot worden gedetailleerd beschreven. Gerechten als langoest en bellevue, geglaceerde fazant en lièvre à la royale komen langs. „Maar ook de huisvrouw en de man die graag kookt uit liefhebberij” kunnen met een buffet elk huiselijk feestje cachet geven, met eenvoudige gerechten als gevulde eieren en miniquiches. Vruchtenbowl! Rumtopf!

Wie nog herinneringen heeft aan het buffet: koester ze. Want het zal, sinds een Japanse omroep in mei met ultravioletlicht liet zien hoe een virus als Covid-19 zich in een buffetrestaurant verspreidt, nooit meer hetzelfde zijn. Nog even terug voor de tweede ronde en met je vieze vork in de rauwe tonijn prikken, stiekem met je vinger onder de chocoladefontein, aardappelkroketjes terugleggen omdat er toch nog friet blijkt te zijn. Het is voorbij. En het komt misschien wel nooit meer terug.