Kamer overweegt eerdere sluiting nertsenbedrijven

Coronavirus Op dertien nertsenbedrijven is corona vastgesteld. In de Tweede Kamer willen de tegenstanders van nertsen fokken het verbod hierop, dat ingaat in 2024, naar voren halen.

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

De lege stallen van geruimde nertsenfokkerijen moeten niet opnieuw worden gevuld. Daarover is een meerderheid van de Tweede Kamer het eens. Maar of de coronacrisis ook het uitgelezen moment is om, versneld, helemaal te stoppen met het fokken van nertsen? Die conclusie willen nog niet alle partijen trekken.

Woensdag debatteerde de Tweede Kamer over de nertsenbedrijven, die in een corona-brandhaard lijken te zijn veranderd. Inmiddels is bij dertien bedrijven besmetting vastgesteld. Een groot deel van de Kamer – SP, PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PVV – is al jarenlang fel tegen de gevangenschap en het doden van nertsen, enkel voor het bont. Zij grijpen de uitbraak van Covid-19 aan om te pleiten voor het naar voren halen van het verbod op de nertsenfokkerij, dat in 2024 ingaat. Over dat verbod is in politiek Den Haag jarenlang gesproken. In ruil voor een lange overgangstermijn, van twaalf jaar, kregen de nertsenhouders geen financiële schadeloosstelling.

Over compensaties ging een groot deel van het debat woensdag. Drie van de vier regeringspartijen, VVD, CDA en ChristenUnie, hamerden erop dat nertsenhouders een financiële vergoeding moeten krijgen als ze voor 2024 stoppen. De Kamerleden Helma Lodders (VVD), Jaco Geurts (CDA) en Carla Dik-Faber (CU) gebruikten alle drie dezelfde bewoordingen: er moet een „fatsoenlijke” ‘stoppersregeling’ komen. D66 denkt er anders over. Tjeerd de Groot waarschuwde dat bij nertsenhouders „de vlaggen uit” gaan als ze moeten stoppen, omdat ze dan een „zak met geld” krijgen. Hij sprak over 250 miljoen euro voor 140 nertsenhouders. „Ik vind dat veel geld voor een tak die over drie jaar sowieso gesloten wordt”, zei De Groot. „We moeten zuinig zijn op belastinggeld.”

Lees hier hoe het verbod op nertsenfokkerij voor veel nertsenhouders een persoonlijk drama betekent.

‘Wel íéts, maar niet de hoofdprijs’

De linkse oppositiepartijen staan er niet om te springen, maar begrijpen dat er een compensatie moet komen. „Elke dag eerder dicht, is voor ons winst”, zei Laura Bromet (GroenLinks). „En dat mag gemeenschapsgeld kosten.” Maar liever niet te veel. Zoals Ester Ouwehand (Partij voor de Dieren) zei: „Je biedt wel íéts, maar niet de hoofdprijs.” Zij wees op andere sectoren die hard zijn getroffen door de coronacrisis, zoals de horeca en sportscholen. „Ook die zijn gecompenseerd, maar niet volledig.”

Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, ChristenUnie) liet weten dat zij niet „zomaar” kan beslissen dat geruimde nertsenfokkerijen niet meer mogen herstarten. Maar, legde ze uit, die bedrijven kúnnen op dit moment helemaal niet opnieuw beginnen met nieuwe nertsen. Na het ruimen moeten ze hun stallen ontsmetten en blijven die uit voorzorg sowieso drie maanden leeg. Ook daarna kunnen er geen nieuwe dieren in, omdat er door de coronacrisis een vervoersverbod geldt. Dat blijft van kracht zolang de dreiging bestaat dat nertsenbedrijven elkaar besmetten.

De minister beloofde „serieus” te kijken naar de mogelijkheden om nertsenhouders te „stimuleren” te stoppen, ook als op hun bedrijf geen corona heerst. „Ik heb even tijd nodig om te kijken óf en zo ja, hoe, we zo’n stoppersregeling vormgeven”, zei Schouten.

Aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) werd gevraagd of ook de niet-besmette nertsenfokkerijen kunnen worden ontruimd, vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. Nee, zei De Jonge. Hij kan zich niet voorstellen dat dat stand zou houden bij de rechter.