Necrologie

‘Ik kom in de geschiedenisboekjes’, zei ze in het ziekenhuisbed

Over sterfte Wie zijn de mensen die overleden aan het coronavirus? In deze aflevering: Trudy Dekhuijzen (79).

Trudy was „een kranige doorzetter”, zegt haar jongste dochter Esther. „Kom, kom, niet tutten, doorgaan.”
Trudy was „een kranige doorzetter”, zegt haar jongste dochter Esther. „Kom, kom, niet tutten, doorgaan.” Foto Privéarchief

Trudy Dekhuijzen uit Venlo zat rechtop in haar ziekenhuisbed toen haar man en drie dochters binnenkwamen om afscheid te nemen. Met de zuurstofkap op kon ze, in tegenstelling tot veel mensen die aan Covid-19 dreigen te overlijden, nog heel goed praten. „Wat moet ik doen jongens, ik ga dood. Ik krijg straks een slaapmiddel, maar dan word ik niet meer wakker.”

Op 23 maart werd Trudy Dekhuijzen met 42 graden koorts opgenomen. Een dag later kwam de positieve uitslag van de test en sms’te ze nog: „Overmorgen ben ik weer thuis.” Maar het ging steeds slechter met haar longen, en op 27 maart werd er door de artsen overwogen of ze naar de intensive care zou worden overgebracht. Dat is niet meer gebeurd.

„We weten eigenlijk niet hoe die overweging gemaakt is”, zegt middelste dochter Evolien. „Het ging allemaal zo snel. Dat knaagt aan me. Is het wel de juiste beslissing geweest? Welke rol heeft leeftijd gespeeld?” Op 28 maart mochten Trudy’s man Karel en hun drie dochters naar het ziekenhuis komen.

Onze moeder was een kwieke bejaarde. Een week later was ze dood

Barbara oudste dochter

Trudy had reuma, maar was veel gezonder dan haar echtgenoot, die verschillende ernstige aandoeningen heeft. Terwijl de pandemie Nederland binnenrolde, waren zij en haar kinderen er vooral op gebrand om hém te beschermen. „Eerst was onze moeder een bejaarde en een week later was ze dood”, zegt haar oudste dochter, Barbara.

Typisch Trudy om zelfs in haar laatste uren een beschouwende opmerking te maken. „Het is zo surrealistisch”, zei ze tijdens het afscheid in het ziekenhuis tegen haar dochters en man. En: „Ik kom in ieder geval in de geschiedenisboekjes.”

Het was een „kranige doorzetter”, zegt Trudy’s jongste dochter, Esther. „Kom, kom, niet tutten, doorgaan. Nooit negatief. Dat verwachtte ze ook van haar omgeving, in de volle overtuiging dat dat het beste is wat je kunt doen.” Voor haar dochters kon het lastig zijn dat er daardoor niet erg uitvoerig over emoties werd gepraat.

Enig kind

Trudy Dekhuijzen werd geboren in 1940 en bleef ondanks de wens van haar ouders om een groot gezin te krijgen enig kind, waardoor ze volgens Esther zeer werd gekoesterd. Evolien denkt dat hun moeder terughoudend was over haar eigen gevoelens omdat ze dat van huis uit gewend was. „Haar ouders waren sturend en overheersend. Ze was het prinsesje dat alles goed moest maken. Ze heeft weleens gezegd dat ze voelde dat ze haar ervaringen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar ouders opdeed.”

Ze vertrok nog in haar geboortejaar met haar ouders naar Frankrijk – haar vader werkte daar als vertegenwoordiger voor een handelsorganisatie. Ze bleven er tot Trudy elf was en kwamen na een jaar Kaapstad weer terug naar Nederland.

Ze ging rechten studeren, volgens haar dochters omdat dat nu eenmaal was wat een vrouw deed als ze gymnasium had gevolgd en haar ouders een vervolgopleiding konden betalen. Na haar huwelijk, met een huisarts, met wie ze zich in Nijmegen vestigde, stopte ze met studeren om in de praktijk te helpen en voor de kinderen te zorgen. Daar had ze geen moeite mee; ze stelde zichzelf, zonder er hardop vraagtekens bij te zetten, in dienst van haar gezin. Ze kon zich goed inleven in de speelwereld van kinderen. Evolien: „Toen we klein waren, organiseerde ze spectaculaire speurtochten voor ons. Samen bouwden we Hans en Grietje-huisjes van karton, beplakt met snoep.”

Frankrijk was echt haar thuis, zagen haar naasten toen Trudy en haar man in het begin van dit millennium een vakantiehuis kochten in een gehucht in de Morvan. In Frankrijk had zij ineens een meer leidende rol, doordat zij degene was die de taal machtig was. Ze was er een meer zwierige versie van zichzelf. Blij, warm, open en creatief. Trudy hield van schrijven, twee van haar haar korte Ikjes, miniverhalen, zijn gepubliceerd in NRC, en in Frankrijk hield ze een logboek bij waarin ze haar observaties noteerde.

Lees ook: ‘Vousvouyeren’ door Trudy Dekhuizen

„Ze verraste ons wel vaker met haar creativiteit”, zegt Esther. Zoals in 1981, aan de vooravond van hun verhuizing van Nijmegen naar Venlo, waar hun vader medisch directeur van het ziekenhuis zou worden. „Op een dag stond ze ineens viool te spelen in de woonkamer, terwijl we niet wisten dat ze dat kon.”

Ze begon, onder aanmoediging van haar ouders, op haar derde met vioolspelen en ging uiteindelijk onder meer aan de slag als eerste violist bij het goed aangeschreven Utrechtse Studentenorkest. In Venlo werd vioolspelen weer haar belangrijkste bezigheid en zo maakte ze in hun nieuwe woonplaats snel veel muziekvrienden. In die orkesten zat ze samen met haar man Karel, die altviool speelde en hun instrumenten zelf bouwde. Afgelopen april stond er nog een optreden gepland.

Wapperende mondkap

Haar leven eindigde in het ziekenhuis waarvoor het gezin naar Venlo was verhuisd. „Het voelde chaotisch”, zegt Barbara. „Hoe moet ik de beschermingsmiddelen gebruiken, vroeg ik toen ik binnenkwam. Maar ik moest de spullen zelf op de gang bij elkaar zoeken, niemand hielp me. Stond ik daar met een wapperende mondkap over mijn moeder gebogen. Ik wist niet dat ik het neusstukje moest aandrukken.”

De dagen in aanloop naar de uitvaart waren deels gevuld met angst. Zou Trudy’s echtgenoot ook ziek worden? In het ziekenhuis had de hele familie gezeten met andere families die hun stervende naasten bezochten, ze hadden brood uit dezelfde mand gegeten.

Op de uitvaart waren twaalf mensen, in plaats van de toegestane dertig. „Iedereen was bang om ziek te worden.”