Interview

Wie schreven de beste Nederlandse theaterteksten van afgelopen jaar?

Toneelschrijfprijs Vier toneelteksten, van vijf schrijvers, zijn woensdag genomineerd voor de Toneelschrijfprijs 2020. De vijf schrijvers vertellen over hun werk.

Jibbe Willemsen en ‘De Poolse Bruid’
Foto’s Stephan Vanfleteren, Polle B Willemsen
Jibbe Willemsen.
Foto Stephan Vanfleteren
Jibbe Willemsen en ‘De Poolse Bruid’
Foto’s Stephan Vanfleteren, Polle B Willemsen

Genomineerd: ’De Poolse bruid’ van Jibbe Willems.

Actrice Lotte Dunselman vroeg Jibbe Willems (43) een script te schrijven op basis van de film De Poolse bruid, een arthousehit uit 1998, met hoofdrollen voor Monic Hendrickx en het Groningse landschap. Een film over een Poolse vrouw die ontsnapt aan haar pooier en een schuilplaats vindt bij een eenzame, norse, Groningse boer. „Maar die mensen zeggen niks tegen elkaar”, wist Willems nog. „Hoe ga ik daar een stuk van maken? Het zijn twee zo naar binnen geslagen mensen.”

Zijn gouden vondst was om de twee personages verteltekst te laten uitspreken, ook in de derde persoon over zichzelf. Zo voeren ze toch voortdurend het woord, over wat ze zien, doen en denken. Willems: „Een spannend concept, want het was de vraag of het zou werken op toneel. Bovendien gaat het lijnrecht in tegen mijn idee over theaterschrijven als een vorm van dialoog, met conflicten en contrast. Ik ben ook van het grootse, groteske, barokke en uitbundige – en niet zo’n zuinigezinnetjesschrijver. Tot na de première bleef ik het eng vinden.”

De vrouw wil geld verdienen voor haar kind in Polen, de boer strijdt met de bank over een krediet. „Ze staan allebei op de afgrond van het bestaan. Ze leven in stilte naast elkaar. Er gebeurt bijna niks, maar er gebeurt zo ontzettend veel ín hen.”

De twee zijn in gevecht om het tonen van affectie, schreef NRC in 1998 over de film. Willems: „Dat ook, maar het gaat mij meer om hoe ze zich ontwikkelen als individuen dan om hun relatie. Allebei hebben ze hun greep op het leven verloren en langzaamaan keert dat terug.”

De film heeft een happy end, het toneelstuk een open einde. „Bij mij is het idee dat ze samenblijven meer een verlangen dan realiteit. Maar misschien hebben ze wel iets van leven in zichzelf ontdekt, weer een vonk gevoeld.”

De Poolse leert Nederlands spreken. Nederlands spreken noemt ze „kotsen” en „woorden wurgen langs je strottenhoofd”. Willems: „Zo klinkt het voor haar en dat kan ik me wel voorstellen. Ik vind het Nederlands mooi. Nederlands is stug, een modder- en kleitaal, vooral in de klank die vrij achterin de keel zit. Je kan grammaticaal niet veel doen voor het vreemd begint te klinken, maar ik hou van dat vreemde.”

Geregeld komen de twee tot gebalde uitspraken, aforismen bijna, zoals „Alle ellende begint bij een vrouw die een man vertrouwt” en „Zonder uitzicht geen inzicht”. Willems: „Ik dacht: als er geen dialoog of conflict is tussen de personages, dan moet ik in de taal iets vinden dat prikkelt. Het is leuk als personages zulke waarheden poneren. Daar blijven toeschouwers aan haken.”

De Poolse bruid werd gespeeld door het Noord Nederlands Toneel en Theatergroep Echo. De reprise is uitgesteld.
Beeld uit de voorstelling ‘Immens’ van Caspar Vandeputte, Vincent van der Valk
Foto’s Anna van Kooij, Janey van Ierland, Julian Maiwald
Caspar Vandeputte, Vincent van der Valk en ‘Immens’
Foto’s Anna van Kooij, Janey van Ierland, Julian Maiwald

Genomineerd: ’Immens’ van Casper Vandeputte en Vincent van der Valk

De voorstelling Immens van Theater Utrecht was vorig jaar een hit op Oerol. Hij werd gespeeld door Vincent van der Valk en geregisseerd door Casper Vandeputte, die ook samen de tekst schreven, een manische, filosofische monoloog van een van Nietzscheaanse ideeën doordesemde man, genaamd Fritz. Over waarheid, vrije wil en mens zijn.

Beiden (35 jaar) schreven al eerder toneelteksten. Van der Valk: „Schrijven komt voort uit dezelfde bron als mijn acteren: nieuwsgierigheid en opwinding over denkprocessen en onze mentale wereld. Bij het schrijven ben ik niet geïnteresseerd in personages en menselijke interactie, maar meer in ideeën.” Vandeputte: „We hebben elkaar gevonden in onze liefde voor tekst. Ook in eerdere voorstellingen bestond het repeteren vaak uit tekstueel een scène naar onze hand zetten.”

Op de toneelacademie schreef Casper Vandeputte als student een stuk over Nietzsche, gespeeld door Van der Valk. Van der Valk: „Dat beviel ons zo goed, dat we zeiden: daar moeten we nog eens wat mee.” Vier jaar geleden was het zo ver. „Toen zijn we samen gaan schrijven en is Fritz ontstaan.”

Waarom Nietzsche? Van der Valk: „Nietzsche doet het goed bij jonge kunstenaars: je eigen waarheid creëren en afrekenen met alle goden. Dat kunnen ook je ouders of je hang naar bevestiging zijn. Ik ben ook echt smoorverliefd geworden op zijn werk. Hij spoort je aan om alles uit dit wonderlijke leven te halen. Zijn combinatie van zijn intelligentie en emotionaliteit inspireert mij enorm en raakt mij.”

Mensen kennen Nietzsche vooral als de man met de hamer, van god is dood. Voor Van der Valk is hij het tegenovergestelde. „In mijn beleving viert Nietzsche de mogelijkheden van dit bestaan. Hij schreeuwt dat je je niet moet laten inkapselen door negatieve krachten en waarheden van anderen.”

In de opening van Immens hakt Fritz in op liefde en vriendschap. Die zijn bedacht door een ‘sadistische kleuterleidster’. Van der Valk lacht: „Die term komt van Casper.” Hoe positief is dat? „Nietzsche, of Fritz in dit geval, verleidt je om wat je als vanzelfsprekend beschouwt tegen het licht te houden. Wat hij beweert, is misschien niet waar, maar dat je alles mag bevragen is bevrijdend. En liefde en vriendschap kunnen óók verstikkend zijn en je beperken. Die kanten mogen ook belicht worden.”

Als Fritz zegt te willen ‘ontmenselijken’, geeft hij als reden dat de mens een hopeloos gewelddadig wezen is. Van der Valk: „Dat is zijn wens om te transformeren, die ook paradoxaal is. Het is geen eenduidige theorie, maar als idee en taal is het verlokkelijk: dat wat wij menselijk noemen, haalt ons naar beneden, dus moeten we misschien wel ontmenselijken en daarmee eigenschappen omarmen die we denken niet te hebben.”

Immens staat bol van de ingewikkelde redeneringen. Is de tekst niet te moeilijk voor toneel? Vandeputte: „Daar hebben we stevige discussies over gehad. Daarbij vertegenwoordigde Vincent Fritz, die zo ver mogelijk wilde gaan, en ik het publiek, dat wel mét Fritz moet kunnen blijven verdwalen. Van der Valk: „Na een try-out voor jongeren, die helemaal los gingen en joelden alsof ik stond te rappen, dachten we: ‘Het kan wel!’ De tekst biedt voldoende houvast.”

Bastiaan Vandendriessche en ‘Ode aan Buldegart’
Foto’s Rino Sokol, Marieke Bontinck
Anna Carlier.
Foto Yuri van der Hoeven
Anna Carlier en ‘Hertenleer’.
Foto Yuri van der Hoeven, Illustratie Sofie de Cleene

Genomineerd: ’Hertenleer’ van Anna Carlier

In Hertenleer fantaseert een zwangere vrouw over de mogelijke levens van haar nog ongeboren dochter. Ze voorziet vier scenario’s. Wat steeds vaststaat, is dat in de toekomst de wereld ten onder gaat aan klimaatverandering. In de tekst staat: „De halve wereld droogt uit, de andere helft verdrinkt.”

De Vlaamse Anna Carlier (26) studeerde in 2017 af als Master Drama aan de KASK in Gent. Sindsdien schreef ze verscheidene teksten. In Hertenleer verbond ze twee plannen met elkaar. „Ik wilde iets schrijven over levenskeuzes, over hoe je leven een andere kant opgaat door een besluit te nemen en je machteloze gevoel bij dat besef. Anderzijds wilde ik een verontschuldigingsbrief schrijven aan mijn toekomstig kind. Ik heb geen kinderen en ben niet zwanger ofzo, maar wil ze wel. Alleen is de toekomst door de klimaatverandering zo angstig en onzeker geworden dat ik me afvraag of dat verstandig is.”

De dochter in Hertenleer moet in wisselende extreme (post-apocalyptische) situaties overleven. In het bos jaagt ze op herten, om in te kunnen kruipen, als het plots gaat vriezen. Carlier: „Het stuk is vrij dystopisch, donker, maar er zit ook licht in.” In een verhaallijn is de dochter één van de honderd uitverkorenen die op een schip vervoerd worden naar een nog ongerepte plek op aarde. „Dat schip symboliseert hoop, alsof de mensheid nog een kans heeft.” De uitverkorenen zijn geselecteerd op fysieke geschiktheid. Hoe hoopvol is dat idee? „Ja, daar zit ook een grimmig kantje aan.”

De klimaatcrisis houdt haar elke dag bezig, zegt ze. „Het leidt soms tot extreme vertwijfeling, zoals wanneer ik in een winkel sta en me afvraag of ik die appels wel kan kopen. Het is een evenwichtsoefening tussen hoopvolle emoties en chaotische moedeloosheid.”

Kan toneel een rol spelen in de bewustwording van het probleem? „Ja en nee. Ja, want anders zou ik niet schrijven. Tegelijk stel ik me vragen bij de doeltreffendheid van theater en taal.”

Hertenleer. De Nieuwe Toneelbibliotheek, met illustraties van Sofie De Cleene.
Bastiaan Vandendriessche en ‘Ode aan Buldegart’.
Foto’s Rino Sokol, Marieke Bontinck
Bastiaan Vandendriessche en ‘Ode aan Buldegart’
Foto’s Rino Sokol, Marieke Bontinck

Genomineerd: ’Ode aan Buldegart’ van Bastiaan Vandendriessche.

De tekst van Ode aan Buldegart begint met hoe de schrijver op de namen van zijn personages Brullejan en Buldegart is gekomen: tijdens een drinkspelletje met collega’s. Vandendriessche: „De absurditeit van die namen vond ik zo intrigerend dat ik besloot over hen te schrijven. Ze hebben iets onverschrokken, baldadig, ogenschijnlijk lomp.”

In de ode schetst hij een fantasiewereld, waarin twee geliefden een geïsoleerd bestaan leiden, vertelt de Vlaamse auteur, die ook acteur is en zelf deze monoloog opvoerde. „De tragiek van hun liefde is dat ze ook hard op elkaar botsen en het geloof in elkaar verliezen. Dat leidt tot een Romeo en Julia-achtig einde, vol misverstanden. Hun conflict wordt ook sterk bepaald door hun onvermogen om te communiceren.”

Buldegart en Brullejan zijn geen alledaagse helden. ‘Woeste knollen’ en ‘granieten bolsters’ noemt de schrijver hen. Brullejan bewondert bijvoorbeeld de mond van zijn vrouw, ‘een vlezig tandgezweer’ en ‘een tandenkathedraal van open wonden en bacteriën’. Vandendriessche: „Het zijn ruwe figuren, zwijgzaam, met een overwegend fysieke relatie. Door anderen worden ze als vies en afstotelijk omschreven.”

Vandendriessche (29) legt een link met de ideaalbeelden over schoonheid die dominant zijn in de samenleving. „Terwijl – als je inzoomt op het uiterlijk van mensen – je juist schoonheid in onvolkomenheden vindt, al is het maar bij een kleine teen. Daarom was het zo leuk om te spelen met hun fysieke kenmerken.” In zijn andere werk koestert hij ook de fascinatie voor „de schoonheid in de lelijkheid” van de mens.

Bij het schrijven probeert hij niet te veel na te denken bij wat hij doet. „Ik noem dat ‘stroomschrijven’, onbevangen schrijven, zonder remmingen, zonder te stoppen en zonder te oordelen. Pas achteraf bekijk ik wat ik heb geproduceerd.” Hij is niet iemand die tien uur per dag aan zijn schrijftafel gekluisterd zit. „Ik denk er wel veel over na, maar ik schrijf tussen de soep en de patat, als het ware, als ik voel dat het moet.”

Zo ging het ook met de soms archaïsche taal van zijn ode. „De namen klinken middeleeuws, als figuren uit het verhaal over Reinaert de Vos. Puur vanuit die fantasie ben ik gaan schijven. Het is een taal die zichzelf heeft opgedrongen.”

De Toneelschrijfprijs 2020 (10.000 euro) wordt uitgereikt op het Vlaamse Theaterfestival in september. Dag en locatie zijn nog niet bekend. Inl: theaterfestival.be