Opinie

Het meest antiracistische land op aarde

Aylin Bilic

George Floyd werd gedood door een blanke politieagent met assistentie van agenten van diverse etnische afkomst op de achtergrond. De hoofdcommissaris van Minneapolis is zwart. De burgemeester van de stad is zeer progressief; het stadsbestuur doet er alles om racisme tegen te gaan met investeringen in diversiteit en antiracisme.

Kenmerkend voor Minneapolis is tegelijk de sterke segregatie. De stad is ‘gerankt’ als de vierde slechtste metropool voor ‘black Americans’ (Time). Volgens hoogleraar African and American studies Keith A. Mayes uit die stad, komt dat door de specifieke geschiedenis van Minneapolis. In Minnesota was een vorm van apartheid tot de Fair Housing Act van 1968 wettelijk vastgelegd. Maar in de hoofden van veel mensen bleef dit ook daarna bestaan. De dood van Floyd is te verklaren binnen een breder kader van permanente botsingen tussen politieagenten en (vooral zwarte) inwoners. Politieagenten die bovendien de afgelopen vijftien jaar door de aanschaf van legermaterieel steeds meer op militairen zijn gaan lijken. De woede daarover in Amerika is begrijpelijk.

Over naar Nederland. Waar strijden de demonstranten voor? De een gaat hem om racisme in de VS, de ander heeft er in het algemeen genoeg van. Nida, de moslimpartij in Rotterdam, zag in de demonstraties protest tegen „een racistisch systeem”. Zelfs de Europese Moslimbroederschap, niet bepaald een hoeder van de democratische rechtsstaat, omhelsde de protesten. En columnist Sheila Sitalsing koppelde in de Volkskrant impliciet het gevoel rondom racisme aan tien jaar Rutte. En ex-GroenLinks-Kamerlid Zihni Ozdil noemt Rutte een racisme-recidivist die Nederland „sluimerend militariseert”.

Je zou door alle ophef bijna vergeten dat Nederland tot de minst racistische landen ter wereld behoort en dat er bijna geen land is waar de kloof tussen burger en de politie zo klein is. Maar betwisten dat racisme bij ons net zo groot is als in Amerika, betekent racisme bagatelliseren, volgens sommigen.

Natuurlijk gaat er bij onze politie genoeg fout. Daar treedt de politie zelf tegen op. En over de oorzaken wordt bij de politie „continu gereflecteerd”, zoals hoofdcommissaris Politie Midden Nederland, Martin Sitalsing vorige week stelde.

Nederland en de VS vergelijken gaat in allerlei opzichten mank. In Amerika bezit een aanzienlijk groter deel van de bevolking een vuurwapen, agenten en burgers hebben grotere kans om gedood te worden in confrontatie met de ander dan in Nederland. En dat terwijl je in de VS al na drie maanden opleiding agent kunt worden; bij ons staat daar drie jaar voor. Kennis, omgangsvormen, omgang met cultuur- en communicatieverschillen: al die zaken worden de Nederlandse politieagent in die drie jaar zorgvuldig bijgebracht.

De demonstraties in Nederland zijn vaag en vooral emotioneel. Voor alle vormen van veronderstelde ongelijkheid een blanco cheque eisen naar aanleiding van de dood van George Floyd, is niet logisch. Als je stelt dat ook bij ons de samenleving en politie door en door racistisch zijn, en dat het nú genóég is, dan moet je concreet durven zijn.

De arbeidsmarkt, sociale voorzieningen, huizenmarkt: wetten en regels zijn er in Nederland op ieder terrein voor bedoeld om racisme en discriminatie uit te sluiten. Sterker nog, algoritmes die ontwikkeld zijn om fraude of misbruik op te sporen, worden aangepast als ze verbanden vinden die je ‘racistisch’ zou kunnen noemen (al liepen ze daarmee bij de Belastingdienst nog achter, zoals we inmiddels weten). De instituties in Nederland racistisch? Ik zou ze vooral antiracistisch willen noemen. Kom daar eens om in China, Koeweit, Rusland of ja, Amerika.

Natuurlijk, ondanks al die antiracistische inspanningen is de sociaal-economische ongelijkheid ook in Nederland tussen wit en zwart nog aanwezig. Op zich niet vreemd, want de meeste zwarte mensen kwamen pas na Surinames onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland. Het kost generaties om die achterstand weg te werken. Maar die achterstand toeschrijven aan verkapt racisme en onrechtvaardigheid vind ik te simplistisch.

Er is en blijft maar één weg om uitsluiting systemisch op te heffen. Dat is niet denken in groepen maar in individuen. Ieder individu is in dit land gelijk en de overheid doet wat zij kan om die individuen een menswaardig bestaan en zo veel mogelijk gelijke kansen te geven. De meest rechtvaardige weg uit de ongelijkheid is die via onderwijs, werk, gezondheidszorg en een veilige omgeving. Langs die weg kon Ahmed Aboutaleb burgemeester worden van Rotterdam, Khadija Arib voorzitter van onze Tweede Kamer en Martin Sitalsing korpschef van Midden-Nederland. En langs die weg heb ook ik, als dochter van immigranten, alle kansen. Ik zou er bijna de straat voor op gaan.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist. Ze schrijft om de week op deze plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.