Halsema toont spijt en mag blijven van de raad

Demonstratie op de Dam In een fel debat zei de Amsterdamse burgemeester dat ze „een grote inschattingsfout” heeft gemaakt over de opkomst op de Dam. Ze mag blijven.

Burgemeester Femke Halsema tijdens het spoeddebat met de Amsterdamse raad over de anti-racismedemonstratie op de Dam.
Burgemeester Femke Halsema tijdens het spoeddebat met de Amsterdamse raad over de anti-racismedemonstratie op de Dam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Na anderhalve week van nationale opwinding sprak Femke Halsema woensdag met het enige orgaan dat écht beschikt over haar lot: de Amsterdamse gemeenteraad. Het werd een lang en fel debat. Maar de uitkomst was duidelijk: Halsema mag blijven.

De burgemeester van Amsterdam lag onder vuur na een protest tegen racisme en politiegeweld op de Dam, vorige week maandag, dat leidde tot massale overtreding van de anderhalvemeterregel. Halsema had de toeloop van duizenden bezoekers niet zien aankomen, maar besloot de demonstratie niet af te kappen, uit angst voor ongeregeldheden.

Dat Halsema’s positie niet serieus in gevaar zou komen, was van tevoren duidelijk: de linkse coalitie die Amsterdam bestuurt, zou haar niet laten vallen. De vraag was dus vooral: hoe deemoedig zou Halsema zijn, en waarvoor zou ze haar excuses aanbieden?

Over één ding was Halsema meteen duidelijk: als burgemeester is ze „ten volle verantwoordelijk” voor wat er is misgegaan op pinkstermaandag. De beelden van de overvolle Dam waren „pijnlijk” voor iedereen die zich de afgelopen maanden netjes aan de coronaregels heeft gehouden.

Geen berouw over niet-afkappen

Een ‘sorry’ voor de totaal verkeerde taxatie van de opkomst kwam er niet. Natuurlijk, zei Halsema, de ‘veiligheidsdriehoek’ van burgemeester, politie en OM had „een grote inschattingsfout” gemaakt: op basis van sociale media en mededelingen van de organisatie rekenden ze op 250 tot 350 mensen, er kwamen er zeker 5.000 en misschien zelfs wel 15.000. Maar hoe ze er zó naast konden zitten? Geen idee. De politie had nauwkeurig de sociale media in de gaten gehouden, aldus de burgemeester.

Het lijkt erop, zo zei Halsema, „dat de emotie is overgeslagen van activisten naar een grote groep politiek bewuste jongeren”. En die communiceren vooral via Snapchat en Instagram, kanalen „waar de politie slecht toegang toe heeft”. Twee onafhankelijke onderzoeken moeten nu duidelijkheid scheppen.

Ook over haar besluit om de demonstratie niet voortijdig af te kappen, toonde Halsema geen berouw. Ja, ze was zich er „ten volle van bewust” dat daarmee „de coronaregels overtreden werden”. Maar de focus van het bevoegd gezag had vanaf het begin gelegen op „deëscalatie, niet uit de hand laten lopen”. Er waren aanwijzingen dat het mis had kunnen gaan als de politie had ingegrepen, zegt ze. „De beslissing om de demonstratie niet te ontbinden, beschouw ik nog steeds als de juiste.”

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

En hoe zat het dan met de schijn van partijdigheid die ze had gewekt? Tegen stadszender AT5 zei Halsema die maandag dat ze de demonstratie „te belangrijk” vond om af te breken, waarmee ze leek te suggereren dat een antiracismeprotest voor haar boven de coronaregels ging. Dat was een ongelukkige verspreking, aldus Halsema: ze bedoelde het recht om te demonstreren. „Voor de burgemeester speelt de inhoud van een demonstratie nooit een rol.”

Waar Halsema wél een mea culpa over uitsprak, was het gebrek aan pogingen om demonstranten met ‘zachte’ dwang weg te sturen. „De gemeente had haar eigen communicatiemiddelen kunnen inzetten om mensen over te halen. Dat is niet gebeurd, het spijt me en het is een les voor de toekomst.” Ze liet in het midden of ze ook zelf op het podium de menigte had kunnen toespreken.

Andere verwijten

Over andere verwijten die haar de afgelopen week gemaakt zijn, toonde Halsema minder deemoed. Dat ze geen mondkapje droeg toen ze een bezoekje bracht aan de Dam? Ze hield netjes anderhalve meter afstand en „mondkapjes spelen pas een rol als je geen afstand kunt houden”. De openbaar gemaakte appjes aan minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), waarin ze zich liet ontvallen „dat rechts nu een gouden kans ruikt”? Die waren „niet bepaald fraai”, maar het ging om „een privéconversatie die wat oververhit raakte”.

De coalitiepartijen waren zoals verwacht mild voor Halsema. D66-fractievoorzitter Reinier van Dantzig uitte zijn „bewondering voor de manier waarop de burgemeester haar antwoorden gegeven heeft”. Femke Roosma (GroenLinks) sprak zelfs van een „wijs en moedig besluit” om de demonstratie niet te ontbinden.

Des te harder was de aanval van de rechtse oppositiepartijen. Marianne Poot (VVD) vond dat Halsema „de ene blunder op de andere fout” had gestapeld. Annabel Nanninga (FVD) noemde Halsema’s reactie op de demonstratie „tegenstrijdig, hooghartig, inflammatoir en regentesk” en sprak de hoop uit „dat ze na dit debat haar post vacant maakt voor een capabele bestuurder”.

Maar de aanvallen van FVD en VVD pakten juist in Halsema’s voordeel uit. Die partijen kwamen zelf onder vuur te liggen, omdat ze de dag na de demonstratie meteen hadden aangekondigd een motie van wantrouwen te zullen indienen. Zelfs Halsema zelf voelde zich geroepen hier iets over te zeggen. „Misschien”, zei ze tegen VVD’er Poot, „had u even het feitenrelaas moeten afwachten.”