Ethisch ondernemen beroert Zwitsers

Referendum Zwitserland stemt over een voorstel dat bedrijven verantwoordelijk maakt voor schending van mensenrechten en milieuregels.

Cerro de Pasco, in Peru, waar zware metalen door een mijn van Glencore in het drinkwater terechtkwamen, waardoor kinderen gehandicapt raakten.
Cerro de Pasco, in Peru, waar zware metalen door een mijn van Glencore in het drinkwater terechtkwamen, waardoor kinderen gehandicapt raakten. Foto Konzernverantwortungsinitiative

Je ziet ze aan balkons in Emmental, tuinhekken in Aargau en zelfs in kerken in heel Zwitserland, al vier jaar lang: grote oranje spandoeken met de woorden Konzernverantwortungsinitiative JA!

Komende maanden kleurt Zwitserland waarschijnlijk nóg meer oranje: deze week werd bekend dat er een referendum komt over een omstreden voorstel om bedrijven die in Zwitserland gevestigd zijn, verantwoordelijk te houden voor schendingen van mensenrechten en milieuregels wereldwijd. Zelfs als die schendingen begaan zijn door buitenlandse dochters of onderaannemers.

Als dit initiatief wordt goedgekeurd, wordt Zwitserland in één klap internationaal koploper ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Voor schending van rechten en regels zou de bewijslast niet bij slachtoffers komen te liggen, maar bij de bedrijven zelf.

Het voorstel om bedrijven als voedingsconcern Nestlé of grondstofhandelaar Glencore aansprakelijk te maken voor hun gedrag in het buitenland is een typisch product van de Zwitserse directe democratie. Een burgercomité haalde hiervoor in 2016 ruim 100.000 handtekeningen op en dwong de politiek daarmee zich over het thema te buigen.

Sindsdien hebben parlement en senaat ermee geworsteld. Vier jaar lang draaiden ze het om en om. Beide vonden het oorspronkelijke voorstel te radicaal. Ze haalden er bedrijven, ngo’s en specialisten bij en componeerden alternatieve voorstellen. Maar het tegenvoorstel dat ze afgelopen week hebben aangenomen, is volgens het burgercomité zo slap dat het comité nu weigert zijn oorspronkelijke voorstel in te trekken. Daarom wordt dit nu per referendum aan het volk voorgelegd, waarschijnlijk in november.

Bedrijven krijgen het benauwd

Veel politici en bedrijven, waaronder buitenlandse holdings in Zwitserland, zijn benauwd voor dit referendum. Volgens een recente peiling vindt liefst 78 procent van de bevolking het prima om grote bedrijven verantwoordelijk te maken voor schade die ze elders veroorzaken. Zwitserland stemt steeds groener. De radicaal-rechtse SVP blijft ’s lands grootste partij, maar haar gewicht erodeert ten gunste van Groenen en progressieve jongeren en vrouwen. Voor hen is maatschappelijk verantwoord ondernemen wél een prioriteit.

Recente voorbeelden van wat Zwitserse bedrijven aanrichtten, hebben burgers gemobiliseerd. Kinderen in Peru, die gehandicapt raakten doordat er zware metalen van een mijn van Glencore in het drinkwater terechtkwamen. Burgers in India, die werden vergiftigd doordat in hun buurt een pesticide werd gebruikt van het Zwitserse Syngenta. Kinderen in Burkina Faso, die katoen plukken dat wordt verhandeld door traders in Zwitserland. En de conservatieve krant Neue Zürcher Zeitung publiceerde dinsdag een grote reportage over systematische kinderarbeid in illegale cacaoplantages in Ivoorkust, die aan fabrikanten als Callebaut zouden leveren.

Tot in bergdorpjes confronteren actievoerders burgers met deze misstanden – en met de constatering dat er weinig verandert, ondanks beloftes en ‘convenanten’ met bedrijven. Liefst 350 lokale actiecomités organiseren er demonstraties, lezingen en debatten in dorpshuizen.

Deze acties, én de oeverloze gespreksrondes in het parlement, zorgden ervoor dat dit thema na vier jaar nog opmerkelijk ‘fris’ is. Wat ook helpt: 120 ngo’s steunen het initiatiefvoorstel, plus kerken en prominenten uit diverse hoeken. Oud-minister en president Micheline Calmy-Rey, een sociaal-democraat, is een van de initiatiefnemers. Terwijl multinationals als Nestlé vorige week nog probeerden tegenvoorstellen in het parlement te torpederen of juist te sponsoren, zijn grote Zwitserse firma’s als Weleda vóór het initiatief. Weleda, dat holistische gezondheidsproducten maakt, is actief in vijftig landen.

Tijdens de coronacrisis is de publieke steun gegroeid. Volgens de gerespecteerde oud-senator Dick Marty, ook een van de initiatiefnemers, is „dit een tijd waarin burgers beseffen dat we verantwoordelijker met onze leefwereld moeten omgaan”.

Frankrijk superstreng

In andere Europese landen speelt dezelfde trend. Velen zijn, nationaal én in de EU, bezig om de ethische regels voor bedrijven aan te scherpen. Zo heeft Frankrijk sinds 2017 een superstrenge wet. In Duitsland is een parlementair rapport in de maak. Ook in de OESO werken de Europeanen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (due diligence), waarbij bedrijven moeten bewijzen dat ze ethisch handelen en dus transparanter moeten worden over hun hele leveringsketen. De EU heeft regelgeving over conflictdiamanten en illegaal gekapt hout. In handelsverdragen met derde landen eist zij dat mensenrechten worden gerespecteerd.

Nu buigt Brussel zich over de vraag of algemenere regulering haalbaar is. Het gaat als altijd langzaam, maar „de denktrant is de laatste tien jaar ongelooflijk veranderd”, zegt Guus Houttuin, een EU-diplomaat die voorzitter is van de commissie Conflictmineralen bij de OESO.

Grote Zwitserse bedrijven, zoals supermarkten Migros en Coop, voelen dit aan. Daarom vroegen zij volksvertegenwoordigers een stevig alternatief te formuleren voor het oorspronkelijke voorstel: zonder omgekeerde bewijslast voor bedrijven, maar wel met zware, bindende eisen om ethisch gedrag af te dwingen. Zo’n alternatief ‘met tanden’ zou het originele voorstel van tafel kunnen halen. Dit is mislukt.

Toch is dit geen gelopen race. Burgers zijn nu enthousiast, beaamt Martina Mousson van marktonderzoeker GFS in Bern. Dat kan echter veranderen. Haar ervaring wijst uit dat Zwitsers emotioneel raken als problemen worden aangekaart. Maar als het op oplossingen aankomt, zeker economische, stemmen ze vaak behoudend.

Grote bedrijven gaan hard campagne voeren. „Hoe meer burgers beseffen dat bedrijven een tik krijgen”, zegt Mousson, „hoe minder ze het voorstel zullen steunen. In crisistijd vinden ze dit waarschijnlijk geen goed idee. Zo hebben de Zwitsers zelfs tegen invoering van zes weken vakantie en twee weken vaderschapsverlof gestemd. Bij de aankondiging van het referendum waren de meesten nog vóór.”

Mocht het voorstel sneuvelen, dan is het nog niet einde verhaal. Zwitserland is actief op de Europese interne markt, en moet daarom EU-regels voor bedrijven overnemen. Vorige week liet een Zwitserse parlementariër zich ontvallen dat „als Europa met extra regulering komt, we dat gewoon kopiëren. Waarom zouden we vooroplopen?”